Dolle dollar

Wie op advies van een econoom besluit zijn spaarcenten in dollars te beleggen, heeft bijna evenveel kans bedrogen uit te komen als wanneer hij naar de raad van zijn groente- en fruitleverancier had geluisterd. Voor welke prijs het goud volgende maand over de toonbank gaat of hoe hoog de dollarkoers over een week is, zijn vragen waarover een econoom net zo onzeker is als iedere andere willekeurige sterveling. De kracht van economen ligt veel meer in het achteraf verklaren van het waarom. En zelfs daarbij moeten ze het soms laten afweten.

Neem bij voorbeeld de dollarkoers. Ruim twee maanden geleden noteerde de dollar nog maar krap 1,60 gulden, om vervolgens in volle vaart door te stoten naar circa 1,90 gulden. Hoe valt die opzienbarende koersstijging te verklaren? Laten we een aantal mogelijkheden bekijken.

De internationale prijs van de dollar, de wisselkoers, wordt bepaald door vraag en aanbod op de valutamarkten. Neemt de dollarvraag toe bij een gelijkblijvend aanbod of daalt het aanbod van dollars bij een onveranderde vraag, dan stijgt de koers. Wat dat betreft werkt de prijsvorming van valuta net als die van bij voorbeeld appels en peren.

Er moet dus iets zijn gebeurd met de vraag naar of het aanbod van dollars.

In de eerste plaats kan de oorzaak zitten in het handelsverkeer van de Verenigde Staten met het buitenland. Als buitenlanders Amerikaanse produkten willen kopen hebben zij dollars nodig. En hoe groter hun vraag naar dollars, hoe duurder de dollar wordt. Omgekeerd als Amerikanen importprodukten kopen, wisselen zij hun dollars om in Japanse yens, Duitse marken enzovoort. Zoals export leidt tot dollarvraag, betekent import aanbod van dollars. De oorzaak van de gestegen dollarkoers zou dus een toename van de export of daling van de invoer kunnen zijn.

Een blik op de handelscijfers van de Verenigde Staten laat zien dat we met beide mogelijke verklaringen niet uit de voeten kunnen. In 1990 nam de Amerikaanse export toe met ruim negen procent, terwijl de invoer een tikje daalde (0,2 procent). En wat deed de dollar in 1990?

Hij daalde! De afgelopen twee maanden laten geen spectaculaire veranderingen in het handelssaldo van de Verenigde Staten zien die de plotselinge opmars van de dollar zouden kunnen verklaren.

Sterker dan door het handelsverkeer wordt de dollarkoers beinvloed door het internationale kapitaalverkeer. Het grootste deel van de vraag naar dollars komt van beleggers die hun geld in de Verenigde Staten aan het werk willen zetten. Zij openen dollarrekeningen, kopen Amerikaanse obligaties of aandelen. Ziet het buitenland de Amerikaanse economie weer helemaal zitten en heeft de grote vraag naar dollarbeleggingen de koers omhoog gestuwd? Maar welke reden zouden beleggers daarvoor kunnen hebben?

Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat beleggingen in dollars een hogere rente opbrengen dan in Duitse marken of Japanse yens. Maar dat kan het niet zijn. De Amerikaanse rente bedraagt 8,1 procent, terwijl een belegger in Duitse marken en Japanse yens respectievelijk 8,3 procent en 6,6 procent rente vangt. Op basis van renteverschillen zou de grootste belangstelling van beleggers moeten uitgaan naar Duitsland.

Maar uitgerekend ten opzichte van de Duitse mark is de dollar het sterkst gestegen.

Laten we de rente nog een kansje geven. Misschien denken beleggers wel dat de Amerikaanse centrale bank, de Fed, de rente binnenkort gaat verhogen, waardoor de dollar in de toekomst aantrekkelijker wordt. Om te profiteren van de verwachte hogere dollarkoers, koopt men zijn dollars nu vast goedkoop in. Die extra vraag zou de prijs van de dollar kunnen hebben opgedreven nog voordat de rente ook werkelijk was gestegen. Ook die redenering voldoet niet. De Amerikaanse economie staat er beroerd voor, en de Fed heeft al een paar keer de rente verlaagd. Het ligt daarom eerder voor de hand dat de Fed de rente nog verder verlaagt om uit de recessie te komen.

Die recessie is overigens een reden om je spaargeld juist niet in de Amerikaanse economie te stoppen. Maar - net als bij de rente - zouden ook hier de verwachtingen van beleggers een rol kunnen spelen. Als beleggers vermoeden dat het economisch tij in de Verenigde Staten binnenkort keert, kopen zij - in de verwachting dat de dollar duurder gaat worden - nu dollars, met het bekende gevolg voor de dollarkoers.

Ook onwaarschijnlijk. De meest recente cijfers over de Amerikaanse economie duiden eerder op een verdergaande verslechtering dan op een herstel.

De jongste koersstijging van de dollar kan niet worden verklaard aan de hand van de gebruikelijke economische factoren. Blijkbaar denkt 'de markt' dat het verstandig is om dollars te kopen. Het is de psychologie van beleggers, het sentiment in de markt. Ligt de oorzaak in het door de Golfoorlog opgepoetste imago van de Verenigde Staten als wereldmacht nummer een? Of was het vooral de wat onhandige uitspraak van de topman van de Duitse Bundesbank, Karl Pohl, die de resultaten van de Duitse monetaire unie als ronduit catastrofaal karakteriseerde? Met als gevolg dat men uit de wat minder betrouwbaar geworden Duitse mark stapte en dollars kocht. Als - door wat voor oorzaak ook - de dollar eenmaal begint te stijgen, krijgen de kopers gelijk. En dat trekt weer nieuwe kopers. Zo worden verwachtingen voortdurend bevestigd. Totdat... Economen hebben voorlopig nog grote moeite dit soort psychologische verschijnselen een plaats te geven in hun theorieen. Toch horen ze er wel in thuis.