Bond: Delft moet uit defensiemarkt stappen

ROTTERDAM, 11 APRIL. De Industriebond FNV wil dat Delft Instruments binnen vijf jaar stopt met de produktie van defensiematerieel en zich geheel toelegt op civiele produktie. De bond heeft dit gisteren kenbaar gemaakt tijdens overleg met Delft, dat in problemen is gekomen door leveringen van defensiematerieel aan Irak.

Volgens de FNV zal directievoorzitter ir. R.V. Kingma het standpunt “serieus meenemen” in de discussie over de strategie van de onderneming. Het bedrijf zelf geeft geen commentaar.

Tegen Delft Instruments is een embargo van een half jaar afgekondigd door de Amerikaanse autoriteiten, nadat nachtzichtapparatuur van het bedrijf tijdens de Golfoorlog bij onderdelen van het Iraakse leger werd aangetroffen. In deze apparaten zitten vitale Amerikaanse onderdelen. Delft Instruments had niet de vereiste toestemming uit de Verenigde Staten voor de export ervan.

Door de Amerikaanse boycot is Delft Instruments uitgesloten van levering van belangrijke elektronica, maar ook is de naam van het bedrijf beschadigd in niet-defensie sectoren.

Over de consequenties voor de werkgelegenheid van de ongeveer tweeduizend personeelsleden bij Delft kon de directie de bonden gisteren weinig zeggen. Ontslagen of werktijdverkorting zouden niet aan de orde zijn. Volgens bestuurder P. Fortuin van de Industrie- en Voedingsbond CNV viel dit de bonden erg mee. “Dat er geen bijzondere maatregelen nodig zijn, verraste ons. Maar de huidige onduidelijke situatie mag natuurlijk niet te lang duren.”

Instrumentenbouwer Oldelft, dat vorig jaar na overneming van Enraf-Nonius zijn naam wijzigde in Delft Instruments, tracht al geruime tijd het aandeel van de militaire produktie te verminderen ten gunste van produktie voor industriele en medische afnemers. De onderneming heeft al eerder problemen gehad door verboden militaire leveringen en ziet daarnaast de afzetperspectieven op de defensiemarkt slinken.

Op dit moment beslaat de defensiepoot van de onderneming nog 15 procent van de activiteiten, aldus de Industriebond FNV. Onder druk van de ontspanning tussen Oost en West neemt de concurrentie in de defensie-industrie toe en dalen de marges. Dat zou het alleen maar gemakkelijker voor Delft Instruments om zich van deze markt terug te trekken.

De bond wijst er verder op dat Delft, gezien de herhaalde missers bij de uitvoer van defensieprodukten, kennelijk moeite heeft omzetten te realiseren zonder procedurele fouten te maken. De hieruit voortvloeiende affaires noemt de FNV-bond een grote bedreiging voor de civiele activiteiten.

In de vijf jaar die de overgang naar volledig civiele produktie zou vergen, dient Delft Instruments alleen nog produkten te leveren met alle vereiste vergunningen en een gewaarborgde eindbestemmingsverklaring, zo stelt de FNV. Dit zou moeten worden vastgelegd in “harde en controleerbare garanties”.