Bemande ruimtevaart

Dertig jaar na de eerste man in de ruimte, wil het niet vlotten met de bemande ruimtevaart. Na de man op de maan is de fut eruit. Het blijft zelfs de vraag of een reis naar Mars wel mogelijk is.

Hij was de Lindbergh van de Sovjet-Unie, de Columbus van de ruimte, Joeri Aleksejewitsj Gagarin. Precies dertig jaar geleden, op 12 april 1961, begon Gagarin als eerste mens aan een reis door de ruimte.

Om 9.07 uur Moskouse tijd vertrok zijn ruimteschip Wostok vanaf de lanceerbasis Baikonur in Centraal Azie. Na vijftien minuten zei Gagarin zich boven Zuid-Amerika te bevinden. Vervolgens seinde hij: 'De vlucht verloopt normaal. Ik voel me goed.' Kort daarna al berichtte Gagarin dat hij Afrika zag liggen en sprak: 'Ik heb geen moeite met de toestand van gewichtloosheid.'

Om 10.20 uur meldde Radio-Moskou dat de landing was ingezet. Een half uur later, na een omloop om de aarde en een vlucht van 108 minuten, landde Gagarin veilig op een akker in het westen van de Sovjet-Unie.

De eerste ruimtevaarder sprak, nadat hij uit zijn nauwe cabine was geklauterd, de historische woorden: 'Wees zo goed de partij, de regering en Nikita Chroesjtsjov persoonlijk te melden, dat de landing normaal is verlopen. Ik voel mij goed en heb geen letsel opgelopen.'

NATIONALE TROTS

Het opzienbarende nieuws van Gagarins vlucht veroorzaakte in de Sovjet-Unie een eruptie van geestdrift en nationale trots. Zo kon de commentator van de Moskouse televisiezender zich op een gegeven moment niet meer beheersen en schreeuwde: 'Wij zijn de machtigste natie van de wereld!' De correspondent van de Nieuwe Rotterdamse Courant beschreef Gagarins zegetocht door Moskou met de woorden: 'Miljoenen bejubelden Gagarin, de onbekende enkeling die de ruimte veroverde. In hem herkenden zij zichzelf.' Premier Chroesjtsjov juichte: 'Ik omhels u, mijn kleine kosmos-zwaluw.'

De reacties in de westerse wereld waren gereserveerd. De Amerikaanse president John F. Kennedy sprak slechts van een 'hoogst indrukwekkend, wetenschappelijk succes.' Onderdirecteur Webb van de National Aeronautics and Space Administration (NASA) repte van een 'prachtige daad'. De Nederlandse kranten noemden Gagarins reis doorgaans een 'grote prestatie, maar niet onverwacht.' Met echte ruimtevaart - een vlucht van het ene hemellichaam naar het andere - had hetvolgens sceptici niets te maken.

Echte ruimtevaart of niet, Gagarin heeft maar kort kunnen genieten van zijn succes. Op 27 maart 1968 stortte hij neer tijdens een routinevlucht met een MiG-15 straaljager.

Man op de maan De onmiskenbare politieke bijsmaak van de geslaagde Russische ruimtereis bracht de Amerikanen in grote verlegenheid. Nog op de dag van Gagarins tocht betoogde president Kennedy dat de VS zouden proberen uit te blinken op andere gebieden die van nut konden zijn voor de mensheid. Maar zes weken later, op 25 mei 1961, verklaarde Kennedy tegenover het Amerikaanse Congres: 'Ik geloof dat dit land het als een opdracht moet zien om voor 1970 een man op de maan te laten landen en hem weer veilig terug te laten keren naar de aarde.'

Kennedy's belofte getuigde van politieke moed. De eerste lancering van een Amerikaanse raket, in december 1957, eindigde in een drama. De onbemande Vanguard TV3 - het antwoord op de Russische Spoetnik 1 - verhief zich vijftien centimeter van de grond, aarzelde even, en zakte als een dronkelap in elkaar. Zijn 78 opvolgers tot mei 1961 verging het nauwelijks beter: slechts 43 raketten bereikten de ruimte, waar de lading een baaierd van storingen vertoonde. Ook de Explorer S-45A, waarvan de lancering nog maar drie dagen voor Kennedy's toespraak had plaatsgevonden, stortte roemloos in zee.

Natuurlijk, er waren ook Amerikaanse successen in de eerste jaren van de space age. Zo ontdekte de Explorer-1 in 1958 de zogeheten Van Allen-gordels rond de aarde, magnetische natuurlijke gordels die de aarde bescherming bieden tegen deeltjesstraling uit de kosmos. Een chimpansee genaamd Ham was even de ruimte in geweest. En, niet te vergeten, nauwelijks drie weken voor Kennedy's oproep had Alan Shepard een 'kikkersprong' gemaakt, een suborbitale ruimtevlucht van vijftien minuten.

Maar al met al was het resultaat van die vier jaar ruimtevaart zo mager, dat de publieke opinie zich al had ingesteld op 'our rockets always blow up'.

De Sovjet-Unie, de tegenpartij in de race naar de maan, had het stukken beter gedaan. De Spoetnik-1 was in oktober 1957 de eerste kunstmaan in een baan om de aarde. Zijn opvolger bracht het eerste levende wezen in de ruimte, het hondje Laika - het dier verbrandde bij terugkeer in de dampkring. De Luna-2 maakte als eerste verkenner een 'harde landing' op de maan. De Spoetnik-5 bewees in augustus 1960 vervolgens dat hondjes ook veilig kunnen terugkeren bij de baas. Vijf maanden later lanceerde de Sovjet-Unie de eerste Venus-verkenner. De geslaagde missie van Gagarin maakte een einde aan de laatste twijfels: de sterrenhemel boven Washington vertoonde wel een heel Grote Beer.

Lage banen Ondanks deze duidelijke voorsprong toonde de Sovjet-Unie weinig trek in een race naar de maan. Kennelijk niet in staat het enorme voortstuwingsvermogen te ontwikkelen dat nodig is voor een reis naar de maan, bouwden de Russen consequent door aan een programma dat bemande ruimtevaart beperkte tot lage banen om de aarde. In de jaren zestig legden zij zich voornamelijk toe op experimenten, rendez-vous-technieken en uithoudingsproeven. Zo maakte kosmonaut Alexei Leonov in maart 1965 als eerste mens een ruimtewandeling rond zijn capsule. In de daaropvolgende vluchten wisselden de Sojoez-4 en -5 van bemanning, trof het drietal Sojoez-6, -7 en -8 elkaar in een ruimte-ontmoeting, en bleef de Sojoez-9 liefst achttien dagen in een baan om de aarde.

Vanaf april 1971 legde de Sovjet-Unie nog meer nadruk op langdurige aanwezigheid in de ruimte. Het ruimtelab Saljoet-1 werd toen in een baan om de aarde gebracht. De eerste tochten naar het station mislukten door technische problemen. Met de lancering van de Saljoet-3 brak evenwel een periode aan van succesvolle langdurige vluchten. Keer op keer lukte het om kosmonauten twee tot acht maanden te laten doorbrengen in - naar westerse maatstaven - ouderwetse ruimtelaboratoria.

Dit goed gedirigeerde, systematische programma, met duidelijke doelen op wetenschappelijk en militair terrein, heeft de Sovjet-Unie een al jaren durende, bijna-permanente aanwezigheid in de ruimte opgeleverd.

Ook de nieuwste aanwinst, het in 1986 gelanceerde station Mir, is weinig comfortabel, medium-tech, maar betrouwbaar.

Hitteschild Terug naar mei 1961. Kennedy's dramatische boodschap liet het Congres niet onberoerd. 'Now is the time to take longer strides', sprak Kennedy en de NASA kreeg de opdracht de space gap met zevenmijlslaarzen te overbruggen.

En het werkte. Op 20 februari 1962, bijna een jaar na Gagarin, voltooide John Glenn de eerste ruimtereis die meer inhield dan een bescheiden sprong. Glenn's vlucht verliep niet bepaald vlekkeloos - zo weigerde zijn hitteschild aanvankelijk. Het succes van de Mercury-Freedom 7 overtuigde de Amerikanen evenwel dat de space frontier bereikbaar was, sterker nog: door hen kon worden verlegd.

In een koortsachtig tempo - en met een vrijwel onbeperkt budget - werkte de NASA aan Kennedy's opdracht. De VS lagen bij afronding van het Mercury-project in 1963 nog steeds een straatlengte achter, maar met het Gemini-programma begon de catch up vorm te krijgen. Net als de Russen oefenden de Amerikanen op rendez-vous-technieken, manoeuvres die essentieel zouden zijn bij het aan- en afkoppelen van een ander ruimtevaartuig - lees: de maanlander.

Het Apollo-programma, de laatste stap in de race naar de maan, verliep eveneens in een razende vaart. Na een laatste testvlucht van Apollo-7, verliet Apollo-8 als eerste bemande ruimteschip z'n baan om de aarde.

Met Kerstmis 1968 beschreef de capsule tien ronden rond de maan, de televisiekijker kon live meemaken hoe de bemanning het scheppingsverhaal voordroeg. Een half jaar later volgde de maannacht van 20 op 21 juli 1969. Om 3.56 uur Nederlandse tijd, op een vroege maandagochtend, zette Neil Armstrong als eerste mens voet op de stoffige maanbodem. 'That's one small step for a man, one giant leap for mankind', meldde Armstrong met een zuidelijk accent.

Na de succesvolle vlucht van Apollo-11 volgden nog vijf geslaagde missies naar de maan; de vlucht van Apollo-13 mislukte. Een handvol andere vluchten ging niet door, wegens inzakkende publieke belangstelling.

In mei 1973 werd het ruimtelaboratorium Skylab gelanceerd. Het station, dat bij de lancering beschadigd raakte, kende een kort en ongelukkig leven. In juli 1979, na vijf jaar leegstand, stortte Skylab in een regen van onderdelen ter aarde.

PROBLEEMKIND

Het Space Shuttle-project, dat tien jaar geleden zijn eerste vlucht beleefde, kampt al vanaf de ontwerpfase met grote problemen. Van het oorspronkelijke concept uit 1972, een permanent bemand ruimtestation in combinatie met meermalen bruikbare ruimteveren en soortgelijke vrachttoestellen, ontsnapte alleen de Shuttle aan de prullenbak.

Maar ook dit wonder van vernuft is nog steeds niet in staat volgens een strak tijdschema te opereren, tegen relatief lage kosten. Zeker na de ramp met de Challenger in januari 1986 blijft de Shuttle een onvolgroeid probleemkind, dat technisch maar niet wil gehoorzamen, en de budgetten van andere, onbemande projecten kannibaliseert.

Bij de commerciele lanceringen (satellieten voor telecommunicatie e.d.) voelt de NASA bovendien de concurrentie van goedkopere en meer betrouwbare instellingen als de ESA (European Space Agency). Ten slotte is de Shuttle zonder ruimtestation een veerboot zonder overkant. En als bemand station voor menselijke experimenten is de Shuttle een ramp: de vluchten van het ruimteveer duren slechts een week, net genoeg om de ergste verschijnselen van ruimteziekte te overwinnen.

Ook het ruimtestation Freedom, door president Reagan in 1984 aangekondigd als 'our next step in space', wil maar niet van de grond komen. Terwijl de Freedom de Amerikaanse bemande ruimtevaart de richting kan bieden die deze nu nog ontbeert, wordt het project keer op keer neergesabeld door het Congres, dat wijs geworden door de vele budgetoverschrijdingen het mes zelf alvast hanteert. In opperste wanhoop verklaarde NASA-woordvoerder William Lenoir afgelopen maand, dat zijn organisatie nu toch alles had gedaan om aan de financiele wensen van het Congres te voldoen. 'There is no fat left', betitelde Lenoir het nieuwste, drastisch vereenvoudigde ontwerp van de Freedom.

Volgens het laatste voorstel moet het ruimtestation dertig miljard dollar gaan kosten, toch nog vier maal het oorspronkelijke bedrag.

Het Congres liet overigens al eerder doorschemeren dat de Nasa op zoek zou moeten gaan naar doelen op lange termijn, in plaats van 'next steps' uit te denken.

Economische neergang Dertig jaar na Joeri Gagarins tocht om de aarde bevindt de bemande ruimtevaart zich op een tweesprong die om een richtingaanwijzer vraagt. Opmerkelijk genoeg verkeren beide ruimtegrootmachten in een lastig parket.

De Sovjet-Unie kan bogen op een systematisch, relatief eenvoudig programma van bemande ruimtevaart, dat gericht is op verdere exploitatie van ruimtestations als de Mir. Tegelijkertijd heeft de Sovjet-Unie te maken met een economische en politieke neergang van ongekende omvang.

De Verenigde Staten verkeren in een andere positie. Terwijl het land zich koestert in politieke en economische stabiliteit, buigt commissie na commissie zich over het 'Hoe nu?' van de Amerikaanse bemande ruimtevaart. Onveranderlijk baseren deze adviescommissies zich op uitspraken van president Bush uit juli 1989, bij de twintigste verjaardag van de landing op de maan.

In een kennelijke poging dezelfde krachten los te maken als zijn illustere voorganger Kennedy, verklaarde Bush toen: 'I am not proposing a ten year plan like Apollo. I'm proposing a long-range, continuing commitment. First, for the 1990s, Space Station Freedom.

(..). And next - for the new century - back to the moon. Back to the future. And this time, back to stay. And then - a journey into tomorrow - a journey to another planet - a manned mission to Mars.'

MARS

Als nadere uitwerking van Bush's woorden zal de Synthesis-adviescommissie begin mei vier alternatieven presenteren, die alle resulteren in een reis naar Mars rond 2019. Drie van de vier plannen gebruiken de maan als tussenstation. Het eerste plan beschrijft een maanbasis voor wetenschappelijk onderzoek. Het tweede draaiboek ziet meer in een grote nederzetting op de maan, terwijl het derde plan de nadruk legt op mijnbouw met inzet van robots en mensen.

Ten vierde zouden de VS ook een sprint-missie naar Mars kunnen sturen, zonder tussenstop op de maan.

Even opmerkelijk is, dat de Synthesis-groep het ruimtestation Freedom links laat liggen. Volgens het oorspronkelijke plan zou de Freedom dienen als montagewerkplaats en lanceerbasis voor een bemande reis naar Mars.

In december 1990 kwam een andere groep deskundigen tot soortgelijke ideeen. Maar deze commissie Augustine pleit voor een open-ended approach, zodat een missie naar Mars niet gebonden is aan het streefjaar 2019 (de vijftigste verjaardag van de landing op de maan).

Naar de mening van Augustine c.s. moet een missie naar Mars ('Mission from Planet Earth') vergezeld gaan van een 'Mission to Planet Earth'.

De laatste zou zich bezig moeten houden met onderzoek van het milieu op aarde.

Waarom geaarzeld? Gecorrigeerd voor de retoriek van een Amerikaanse president, blijft de vraag of een bemande reis naar Mars behalve technisch en financieel ook medisch mogelijk is. Als ruimtevaart zo maakbaar is als Bush twee jaar geleden verkondigde ('The time has come to look beyond brief encounters'), waarom dan nog geaarzeld? Of, anders gesteld: waarom werd de maan binnen tien jaar bereikt (nu bijna 22 jaar geleden), en duurt het nog zo'n dertig jaar voordat Mars wordt betreden? Antwoord: omdat Mars meer is dan een tussendoortje en bovendien slecht is voor de gezondheid.

'Ja, voor zo'n eerste reis naar Mars geldt zeker een aantal medische bezwaren', zegt Neerlands enige ruimtevaarder Wubbo Ockels. 'De kosmische straling is waarschijnlijk de belangrijkste zorg. Die astronauten zullen zeker te lijden hebben van die straling. Maar ja, een boer op het land heeft ook te lijden van de wind, die krijgt ook een gehavend gezicht. Tja, en botontkalking, die kun je beperken door oefeningen.'

En zo wordt er veel over gedacht. 'Het zijn allemaal ingecalculeerde risico's', aldus ruimtevaartpublicist Chriet Titulaer, 'medisch gezien kun je naar Mars.'

De vliegarts J.H.A. Dambrink, die twee jaar geleden een overzicht samenstelde van medische bezwaren die aan ruimtevaart kleven, oordeelt minder luchtig. In een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG 133-8 395-400) somden hij en zijn vier mede-auteurs de volgende problemen op.

1. Ruimteziekte. In een toestand van microzwaartekracht krijgt de helft van de astronauten verschijnselen van ruimteziekte als desorientatie en braken. Ruimteziekte is niet te voorkomen, maar verdwijnt na een aantal dagen vanzelf.

2. Verstoorde bloedcirculatie. Bevrijd van de invloed van zwaartekracht vloeit 1,5 tot twee liter bloed van het onderlichaam naar de romp, de hals en het hoofd. De astronaut merkt dit als hij in de spiegel kijkt: hij ziet dan een persoon met bird's legs, een puffy face en een stuffy nose. Om deconditionering van het hart- en vaatstelsel tegen te gaan, kan de astronaut een lower body negative pressure-device aantrekken, een soort vacuumbroek waarmee op onderlichaam en benen een onderdruk wordt aangebracht. De circulatie blijft echter allesbehalve normaal. Wat de gevolgen zijn van deze verstoorde bloedcirculatie weet iedere televisiekijker: teruggekeerde Shuttle-astronauten treden hun familie vaak wankelend tegemoet.

Dambrink: 'Ik durf dat gerust invaliderend te noemen. Een Marsreiziger zal nog weken na zijn terugkomst last hebben van flinke duizelingen door lage bloeddruk. Russische kosmonauten, die maanden in de ruimte zitten, worden dan ook linea recta afgevoerd naar het ziekenhuis. Boze tongen beweren zelfs dat enkele kosmonauten niet meer uit het ziekenhuis zijn weergekeerd. Althans niet in deze wereld.'

3. Spierdegeneratie is een ernstiger probleem. Op lange ruimtevluchten neemt het volume van het hart aanzienlijk af, soms wel met tien procent. Maar het is niet alleen de hartspier die zwakker wordt: vooral de spieren in de benen hebben de neiging in massa af te nemen, omdat zij niet langer het gewicht van het lichaam hoeven te dragen.

Een Marsreiziger, die maanden gewichtloos is, zal dan ook minstens drie uur per dag moeten doorbrengen op een hometrainer of een tredmolen.

4. Botontkalking is een nog zorgwekkender gevolg van langdurig verblijf in de ruimte. Studies verricht tijdens de Apollo- en Skylabvluchten wijzen op een niet te voorkomen, onomkeerbaar verlies van mineralen in de gewichtdragende botten tijdens een ruimtereis van enige duur. Als gevolg van verhoogde calciumuitscheiding kan een ruimtevaarder last krijgen van nierstenen. Een groter gevaar bedreigt de Marsreiziger als hij bij terugkeer op aarde, na enkele maanden gewichtloosheid, door de last van het eigen gewicht zijn broze botten breekt.

5. Maar kosmische straling is het grootste gevaar dat de Marsreiziger bedreigt. Ook al zou moderne voortstuwing de duur van de reis beperken tot enkele maanden, de astronaut blijft langdurig blootstaan aan een stralingsbombardement. Niet beschermd door de Van Allen-gordels krijgt de astronaut te maken met 'gewone' kosmische straling, bestaande uit hoog energetische protonen, alfa-deeltjes en zware kernen. De laatste kunnen de capsule doorboren, ook als deze is voorzien van een dikke mantel. De astronaut ervaart deze deeltjes als hinderlijke lichtflitsen in het oog, soms enkele per minuut. De slapeloosheid die de astronaut plaagt is misschien niet eens het ergste: de beschadigingen van de hersencellen zijn waarschijnlijk erger.

Hersencellen worden niet meer bijgemaakt, kapot is weg. Behalve voor deze 'gewone' kosmische straling moet de astronaut zich hoeden voor toevallige erupties van de zon, die de hoeveelheid zonnestraling (voornamelijk protonen) tijdelijk verduizendvoudigt.

De bioloog dr. Dick Mesland, verantwoordelijk voor de biologische experimenten van de ESA, spreekt van 'dramatische effecten' van de combinatie gewichtloosheid en straling op de ontwikkeling van kleine organismen. Mesland: 'Tijdens de Shuttlevlucht van Wubbo Ockels in 1985 werden eieren van de wandelende tak (Carausius morosus) gedurende zeven dagen blootgesteld aan gewichtloosheid en aan straling. Uit dit experiment bleek dat gewichtloosheid een verrassend effect heeft op jonge eieren: slechts de helft van de eieren die tien tot twintig dagen oud waren toen ze de ruimte in gingen, kwam op aarde uiteindelijk uit. Normaal ontwikkelt zo'n 85 procent zich na tachtig tot honderd dagen tot larve. Bovendien vertoonde een vrij groot deel van deze resterende helft ernstige mutaties aan de poten en aan de antennes. Je kunt dus zeggen dat er sterke aanwijzingen zijn dat de combinatie van gewichtloosheid en straling tot dramatische effecten leidt bij kleine organismen.'

Als een weekje Space Shuttle al dergelijke drastische gevolgen heeft voor een wandelende tak, lijkt het verstandiger om voor de Mars-reis eerst te experimenteren met soortgenootjes van de betreurde Laika.

Tenzij natuurlijk allang bekend is dat de mens ongevoelig is voor deze combinatie van straling en gewichtloosheid gedurende enkele maanden.

Mesland: 'Hoe dat bij zoogdieren of bij de mens zit: daar is een enorme onzekerheid over. Wat gebeurt er met de menselijke hersenen tijdens zo'n lange reis naar Mars? Uit persoonlijke contacten met een Moskouse stralingsdeskundige is mij gebleken dat de Russen in de jaren zeventig schatten dat een 'langzame' Marsreis (duur: twee a drie jaar), zou leiden tot disfunctioneren van dertig procent van de hersenen. Maar nogmaals: er is een enorme onzekerheid.'

Maar een reis naar Mars kan overigens sneller. Met de huidige raketmotoren, gebaseerd op chemische verbranding van stuwstoffen, duurt een retourvlucht zo'n 22 maanden. Uit het voorafgaande is duidelijk dat dat te langzaam gaat. De Amerikanen broeden daarom op een oud concept: nucleaire voortstuwing.

Grof geschetst gaat het dan om twee typen aandrijving. Een nuclear thermal engine gebruikt een kernsplijtingsreactor om waterstofgas te verhitten tot 3000 graden Celcius. Dat is veel heter dan de gassen uit een chemische raketmotor. De hete gassen worden aan de achterzijde 'weggeblazen' waardoor de interplanetaire capsule - actie is min-reactie - wordt voortgestuwd.

Een nuclear electric engine werkt ook op basis van kernsplijting. In dit type motor wordt argongas of waterstofgas zodanig verhit, dat het in plasma verandert. De gasmoleculen verliezen hun elektronen en worden geladen. Deze ionen wordt voortgestuwd door een elektrostatische of elektromagnetische kracht.

Naast kernsplijting worden ook kernfusie overwogen voor het maken van hitte of plasma. Al dit soort nucleaire motoren zal pas een rol spelen in de ruimte. De aandrijvende kracht is te gering om de aarde te verlaten, maar kan wel zeer lang worden ingezet om de capsule een grote snelheid te geven.

De voorkeur van de astronauten lijkt uit te gaan naar de nuclear thermal engine, die sneller en veiliger zou zijn dan de plasmamotor.

Ingewijden verwachten dat een Marscapsule met nucleaire voortstuwing nog altijd vijf tot tien maanden nodig heeft voor een retourvlucht.

Maar kernaandrijving heeft ook twee belangrijke nadelen. De Nasa wordt nog afhankelijker van de politieke luimen van het Congres, dat niet doof is voor de publieke mening over kernenergie. Bovendien zijn experimentele projecten met kernenergie notoire budget busters, en dat is iets waar het Congres al helemaal niet van is gediend.

Voor Amerika, de natie die de race naar de maan 'won', ziet de toekomst van de bemande ruimtevaart er allesbehalve helder uit. Zouden de Amerikanen serieuze plannen ontwikkelen voor een bemande missie naar Mars, dan wordt deze verwarring alleen maar groter. Geen wetenschapper of politicus kan immers voorspellen of de volgende 'giant leap' bij een sprong blijft, of eindigt in een struikelende hordenloop. De natie zij echter gesterkt door de woorden die John F.

Kennedy sprak toen hij zei: 'We do these things not because they are easy, but because they are hard.'

foto: Joeri Gagarin, de eerste mens die in een ruimtecapsule rond de aarde vloog. Pas onlangs, na dertig jaar geheimzinnigheid, gaven de Russen toe dat hij bij zijn landing de capsule verliet om het laatste deel met een parachute af te dalen. De Russische ruimtevaartorganisatie twijfelde eraan of het Westen Gagarins ruimtereis door deze afdaling zou erkennen en verzweeg de ware toedracht.

foto: Het ruimtepak van de ESA, de Europese ruimtevaart- organisatie. Europa werkt ook aan de Columbus, een module die aan het Amerikaanse ruimtestation Freedom gekoppeld kan worden.

foto: Foto van het oppervlak van Mars gemaakt door de Amerikaanse verkenner Viking-2 in 1976. Op Mars, het eerstvolgende doel van een bemande missie, heerst slechts 5,5 millibar druk. Toch bevindt zich voldoende water in de atmosfeer om 's ochtends rijp te zien op de bodem: de witte plekjes tussen de stenen. Tot dusverre zijn er geen sporen van leven gevonden op Mars.

Klinkende namen tijdens de Festspiele van 25 juli t/m 31 aug, zoals de dirigenten als Claudio Abbado, Bernard Haitink, Sir Georg Solti, Carlo Maria Giulini, Riccardo Muti, Kent Nagano, Seiji Ozawa, Daniel Barenboim, Pierre Boulez en Nicolaus Harnoncourt. Solisten zijn oa Jessye Norman, Jevgeni Kissin, Gidon Kremer, Anne-Sophie Mutter en Maurizio Pollini. Van Mozart worden de opera's Don Giovanni, La clemenza di Tito en Ombra Felice uitgevoerd en van Stravinsky The Rake's Progress, L'Histoire du Soldat, Le Rossignol, Oedipous Rex en Symphonie des Psaumes; de laatste twee werken in een enscenering van Peter Sellars. Inl 020-6129682.