Ambtenaren

De ambtenarenorganisaties willen onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden (NRC Handelsblad, 30 maart). Zij vergelijken zich daarbij met de werknemersorganisaties uit het bedrijfsleven. Kortom, zij vergelijken een ambtenaar met andere werknemers, indien het tenminste over een deel van hun arbeidsvoorwaarden gaat.

Over en ander deel van hun arbeidsvoorwaarden wordt niet gerept en juist dat deel maakt dat een ambtenaar, wiens arbeid en arbeidsprestaties vergeleken kunnen worden met de arbeid en de arbeidsprestaties van een werkende niet-ambtenaar, aanzienlijk lager beloond dient te worden dan die werknemers die niet ambtenaar zijn.

Immers, een ambtenaar kan nagenoeg niet ontslagen worden, hoe slecht hij ook functioneert. Daarnaast verliest hij ook zijn baan niet door faillissement of liquidatie, omdat zijn werkgever niet failliet gaat of geliquideerd wordt.

En voorts heeft een ambtenaar een waardevast pensioen, dat zelfs bij een geringe inflatie een groot voordeel betekent. Het verschil in beloning van een ambtenaar en een niet-ambtenaar zou derhalve gelijk moeten zijn aan de premie die een niet ambtenaar zou moeten betalen om dezelfde zekerheden te verwerven als een ambtenaar. Indien een verzekeraar zich aan een dergelijke verzekering zou wagen, - in feite durft geen enkele verzekeraar een dergelijk risico te lopen - zou dat geen geringe premie met zich brengen. Ambtenaren zouden zich meer dienen te realiseren, welk een uitzonderlijk bevoorrechte positie zij innemen door het bestaan van een waardevast pensioen of is het een welvaartsvast pensioen?