VS aanvaarden voorwaarden Israel

TEL AVIV, 10 april - Nooit eerder is er in de beginfase van een Amerikaanse bemiddelingspoging in het Israelisch-Arabische geschil in Jeruzalem zoveel optimisme waargenomen als tijdens deze vredesmissie van minister van buitenlandse zaken James Baker het geval is. De vraag rijst of dit optimisme om tactische redenen is geveinsd of dat er inderdaad goede vooruitzichten zijn op een doorbraak in het Israelisch-Arabisch conflict.

Heeft de Israelische premier Yitzhak Shamir 'ja' gezegd tegen een regionale vredesconferentie omdat hij er bij voorbaat zeker van is dat de Arabische kant met 'nee' zal antwoorden of is hij het vredespad opgegaan van zijn illustere voorganger Menahem Begin? Shamir, die uren lang onder vier ogen met Baker heeft gesproken, laat zich (nog) niet in de kaart kijken. Op de ministers David Levy en Moshe Arens na weet geen enkele bewindsman wat er precies aan de hand is en welke toezeggingen Shamir heeft gedaan.

De premier, een uiterst handige, het liefst in het geheim operende manipulator, is na de Golfoorlog op het toppunt van zijn politieke macht. Zonder hem wordt er in het Midden-Oosten geen enkele stap naar vrede gezet. Niet alleen Baker weet dat Shamir de dienst alleen in Jeruzalem uitmaakt, ook de havik Ariel Sharon moet aan de lijve ondervinden dat hij door de Likud-leider is geneutraliseerd.

Shamir heeft zich altijd laten kennen als super-havik als het om het behoud van de bezette gebieden ging. Uit beleefdheid onthield hij zich als voorzitter van de Knesset bij de stemming over de akkoorden van Camp David van stemming, maar zijn twijfels over het opgeven van de Sinai-woestijn heeft hij nooit verbloemd.

Maar ook het hardste graniet kan worden doorboord. Is Shamir tijdens de Golfoorlog, toen de Iraakse dreiging monsterlijke proporties kreeg, op andere gedachten gekomen? Is hij tot het inzicht gekomen dat de Iraakse nederlaag en de verlaagde status van Yasser Arafats PLO voor Israel optimale kansen scheppen om zonder te grote risico's te nemen de vredesweg in te slaan?

Iets bijzoders In Jeruzalem is deze dagen in diplomatiek opzicht wel iets bijzonders gebeurd: James Baker heeft de belangrijkste Israelische vredesvoorwaarden aanvaard en gaat daarmee in Kairo en Damascus leuren. Een internationale vredesconferentie onder auspicien van de Veiligheidsraad en op basis van een voor Israel onaanvaardbare interpretatie van de resoluties 242 en 338 van de Veiligheidsraad van de VN is van de baan. Israel verplicht zich dus bij voorbaat niet tot territoriale concessies, zoals in het Israelisch-Egyptische vredesproces het geval was. De PLO is als onderhandelingspartner bovendien volledig buiten spel gezet.

In plaats daarvan heeft Baker het voorstel van Shamir overgenomen dat de te beleggen regionale vredesconferentie, die de naam van veiligheidsconferentie krijgt, slechts de ceremoniele openingsfase is van rechtstreeks vredesoverleg tussen Israel en de Arabische buurlanden en tussen Israel en een Palestijns-Jordaanse delegatie.

Voor de Golfoorlog kon met absolute zekerheid worden gezegd dat zo'n Amerikaans-Israelisch uitgangspunt voor vredesoverleg tot niets zou leiden. Maar de Amerikanen denken dat als president Bush de conferentie (in Washington of Ankara) opent, de Sovjet-Unie als co-voorzitter de diplomatieke betrekkingen met Israel herstelt, Saoedi-Arabie en Koeweit de economische boycot tegen Israel afzweren, er een psychologisch vredesklimaat wordt geschapen waarin alles mogelijk is.

Op de keper beschouwd bouwt James Baker in Jeruzalem op de diplomatieke fundamenten van de oorlog in het Golfgebied aan zo'n psychologisch vredesklimaat. Hij heeft Shamir zover gekregen eraan mee te doen. Veel meer heeft Baker de potentiele Arabische vredespartners van de joodse staat niet te bieden. Als echter in Kairo, Damascus en Riad wordt begrepen dat dit de manier is om Israels sterke man uit zijn tent te lokken, is het optimisme in Jeruzalem gerechtvaardigd. Zo niet, dan zakt het gordijn weer voor 'het raam van mogelijkheden'.