Recht doen, voor zover mogelijk

De schendingen van de mensenrechten in het Chili van generaal Pinochet maken na het verschijnen van het zogeheten Rettig-rapport officieel deel uit van de geschiedenis. Maar worden de verantwoordelijke militairen ook vervolgd? Van de zeventien leden van het Hooggerechtshof zijn er tien door de militairen benoemd. Tweede van een serie reportages uit een 'rechtsstaat-in-wording', in de week voorafgaand aan het bezoek van de Chileense president Patricio Aylwin aan ons land.

SANTIAGO, 10 april - Met de rug van haar hand veegt Monica Jimenez steels een traan weg. Na negen maanden als lid van de Commissie van Waarheid en Verzoening (de 'Commissie-Rettig'), na duizenden gevallen van vermoorde en verdwenen Chilenen die op papier en in getuigenissen van familieleden aan haar voorbij zijn getrokken, kan ze een voorbeeld uit de praktijk van de militaire dictatuur niet zonder emotie vertellen.

Ze vertelt haar verhaal voor een honderdtal toehoorders op een thema-avond van de Chileense Christen-Democratische Vrouwen. “Wat ons als commissie verenigde, was dat we de waardigheid van de mens moesten verdedigen”, zegt ze. De aanwezigen applaudiseren, en de voorzitster van de avond vat het belang van het mensenrechtenrapport voor Chili nog eens samen: “De Commissie-Rettig heeft ons geleerd anders naar onszelf te kijken.”

Sinds president Patricio Aylwin op 4 maart de inhoud van dit rapport openbaar maakte, is het onderwerp van uitvoerige discussie in Chili.

Reacties op de conlusies van de 81-jarige jurist Raul Rettig en zijn negen commissieleden vormden wekenlang voorpaginanieuws in de Chileense media en op de straathoeken van Santiago wordt het rapport uitgevent in een krante-editie.

De officiele conclusies over de gruwelen van de militaire dictatuur (1973 tot 1990) van generaal Pinochet betekenden voor vele Chilenen een openbaring. Dat er doden zijn gevallen in wat de militairen “de strijd tegen de subversie” noemen, wist iedereen wel. Maar de vaststelling dat 2.279 landgenoten in koelen bloede zijn vermoord, voor het overgrote deel door toedoen van de militairen en hun inlichtingendiensten DINA en CNI, heeft velen desondanks geschokt.

“De schendingen van de mensenrechten zijn altijd gekwalificeerd als leugens van de communisten”, zegt Eveline Herfkens, die als PvdA-Kamerlid tijdens de dictatuur contacten onderhield met de toenmalige oppositie en nu voor de Wereldbank even op bezoek is in Santiago. “Nu duidelijk is dat die schendingen door de vorige regering zijn gesanctioneerd, maken ze deel uit van de Chileense geschiedenis.” Een hoge Chileense diplomaat bevestigt haar woorden: “Er is een goede kans dat het rapport-Rettig nu blijft hangen als de geaccepteerde waarheid.”

Nog niet iedereen accepteert de waarheid van Rettig. Het leger, dat nog onder leiding staat van generaal Pinochet, en de marine hebben het rapport verworpen. Aanvaarden zou immers een bekentenis betekenen. Ook de rechtse politieke oppositie heeft moeite met het rapport. Ofschoon voorzitter Andres Allamand van de gematigd-rechtse Renovacion Nacional heeft laten weten dat generaal Pinochet “een zekere verantwoordelijkheid draagt”, wijst een van de vice-voorzitters van de partij, de advocaat Miguel Otero, erop dat dit een “uitspraak voor eigen rekening” is. “Het rapport-Rettig is maar een gedeeltelijke waarheid. De commissie heeft zich bovendien opgesteld als een moreel tribunaal”, meent Otero.

De christen-democratische afgevaardigde en mensenrechtenadvocaat Andres Aylwin, broer van de Chileense president, ziet dat anders.

“Het is een van de meest complete rapporten op dit gebied. Het heeft een grote betekenis op nationaal niveau”, zegt de bejaarde jurist in zijn kleine, met boeken volgepakte werkkamer in het kantoor van de firma Aylwin, Aylwin, Aylwin, Aylwin & Aylwin. Hij heeft ten tijde van de dictatuur zelf gevangen gezeten, op 5.000 meter hoogte - de militairen wisten dat de advocaat ademhalingsmoeilijkheden heeft.

“Uit het rapport is duidelijk geworden dat de vervolging van de oppositie door de militairen niet een 'interne oorlog' tegen 'subversieven' was, maar dat het ging om een politiek van systematische eliminatie van leden van de communistische en socialistische partij”, stelt Andres Aylwin. “De agenten van de DINA en CNI gaven vorm aan een politiek van de Chileense staat, van de regering onder leiding van Pinochet.” De jurist ziet hierin aanleiding voor het vervolgen van de schuldigen, momenteel een van de heetste hangijzers in Chili.

Toch leeft er veel scepsis over de mogelijkheid de schuldigen voor het gerecht te brengen. “Ik vrees dat er niets zal gebeuren met het rapport-Rettig”, zegt Cecilia Medina, een voormalige balling in Nederland, en als docent internationaal recht betrokken bij de totstandkoming van het rapport. “Bovendien zou er eigenlijk een vervolgrapport moeten komen over de slachtoffers die de dictatuur wel hebben overleefd.”

Ook Andres Aylwin voorziet problemen met de haalbaarheid. “De moeilijkheid is dat de publieke opninie in theorie het thema van de mensenrechten wel steunt, maar er niet voor de straat op wil gaan”, zegt hij. De Chileense diplomaat voegt daar aan toe: “De mensen hebben de neiging tot de orde van de dag over te gaan. Niet omdat men niet heeft geleden onder de dicatuur, maar omdat men wil dat de democratie zal slagen.”

“Ik zal niet toestaan dat ze aan mijn mannen komen”, heeft Pinochet laten weten. Naast het machtsblok van het leger is echter ook het bestaande Chileense juridische apparaat een obstakel voor de berechting van de militairen. Minister van justitie Francisco Cumplido, eveneens een veteraan uit de oppositie tegen Pinochet: “Gerechtigheid is nodig binnen het maximaal haalbare. Maar wij mogen geen millimeter van de grondwet afwijken. Daarom proberen we het nu met hervormingen binnen het juridische systeem”.

Maar voor dit soort hervormingen is de brede steun nodig van de politiek - vooral van de door rechts gedomineerde Senaat en het Hooggerechtshof. Cumplido: “Van de zeventien leden van het Hooggerechtshof is er slechts een door de huidige, democratische regering benoemd. En tien door de militairen.”

Een vooraanstaande Chileense jurist voegt daar, op voorwaarde van anonimiteit, aan toe: “De politieke affiliatie van de leden van het Hooggerechtshof met de militaire junta is overduidelijk. De voorzitter van het hof, Luis Maldonado, is bovendien seniel. Eigenlijk geldt een maximum leeftijd van 75 jaar voor leden van het hof, maar dankzij Pinochet mogen zij nu langer doorgaan. Dat was een van de leyes de amarre ('wurgwetten') die de democratische regering bij de overgang heeft moeten slikken.”

Ook de Chileense mensenrechtenstrijders van het eerste uur, de advocaten van het rooms-katholieke Vicariaat van de Solidariteit, zijn somber over een juridische bekroning op hun jarenlange documentatiewerk dat de basis vormde van het rapport-Rettig. “In 99 procent van de gevallen zal geen recht worden gedaan”, meent Hector Contreras, chef van de juridische afdeling, “omdat op de meeste gevallen de door Pinochet in 1978 afgekondigde Amnestiewet van toepassing is. Bovendien zullen de militairen het gewoon niet toestaan.

“En dat terwijl de meldingen van nieuwe gevallen nog steeds doorgaan, vooral in de provincies”, zegt Contreras. “Chili blijft nog lange tijd een ziek land”.