Proces tegen voormalige politiechef van het Vichy-regime; Frankrijk wacht pijnlijk onderzoek

PARIJS, 10 april - Een pijnlijk zelfonderzoek, met mogelijk vergaande gevolgen voor de 'civiele vrede', staat Frankrijk te wachten als - mogelijk binnen een jaar - een proces wordt geopend tegen Rene Bousquet, voormalig chef van de politie onder het Vichy-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bousquet, die nu 81 jaar oud is, wordt beschuldigd van 'misdaden tegen de menselijkheid' wegens zijn aandeel in de jodenvervolging in Vichy-Frankrijk, dat zwaar collaboreerde met de nazi's.

Als eerste Fransman is Bousquet enkele weken geleden officieel in staat van beschuldiging gesteld. Na een procedure van twee jaar, waarbij de regering achter de schermen remmend optrad uit vrees voor het oplaaien van een pijnlijke discussie over de Franse collaboratie met de nazi's, wordt nu een formeel onderzoek ingesteld naar Bousquets rol bij de jodenvervolging in het niet door de Duitsers bezette deel van Frankrijk.

Een strafkamer van het Hof van Appel in Parijs heeft onlangs bepaald dat Bousquet vervolgd kan worden op grond van misdaden tegen de menselijkheid. In 1985 werd in de Franse strafwet bepaald dat vervolging wegens dergelijke misdaden niet aan enige termijn gebonden is. Dat gebeurde om de berechting mogelijk te maken van Klaus Barbie, de voormalige Gestapochef van Lyon, die na een jarenlange actie door Bolivia aan Frankrijk was uitgeleverd.

Het Franse Hof van Cassatie definieerde in zijn arrest van 20 december 1985 misdaden tegen de menselijkheid als “onmenselijke daden en vervolgingen die, in naam van een staat die een politiek van hegemonistische ideologie in praktijk brengt, op een systematische wijze worden bedreven, niet alleen tegen personen op grond van het feit dat ze tot een raciale of religieuze collectiviteit behoren, maar ook tegen de tegenstanders van deze politiek”.

Deze complexe definitie die in theorie alle vormen van genocide omvat, is dus nu van toepassing verklaard voor de rol die het Vichy-regime heeft vervuld bij de genocide op de joden: de regering onder leiding van de held uit de Eerste Wereldoorlog, Petain, en Pierre Laval in dit niet door de Duitsers bezette deel van Frankrijk voerde zijn eigen rassenwetten in en arresteerde duizenden Joden van wie het overgrote deel stierf in de Duitse concentratiekampen.

Bousquet, die van 1942 tot 1944 secretaris-generaal van politie was en zich de bijnaam 'Fouche van Laval' verwierf, wordt verantwoordelijk geacht voor de deportatie van zestigzuizend joden. Hij zou onder meer samen met Laval die minister van binnenlandse zaken was, opdracht hebben gegeven 2000 joodse kinderen jonger dan zes jaar en 6000 kinderen jonger dan dertien jaar weg te laten voeren met bestemming Auschwitz, hoewel de Duitsers daarom niet hadden gevraagd.

In 1949 werd Bousquet voor vijf jaar het Franse staatsburgerschap ontnomen na een rechtszaak die thans als een aanfluiting voor de rechtsgang wordt gezien. Zijn straf werd direct ingetrokken wegens zijn 'verdiensten voor het verzet' waarover Bousquet tijdens de rechtzitting lang mocht uitweiden. Twee jaar geleden dienden de advocaten Serge Klarsfeld en Charles Libman namens onder andere de vereniging van zoons en dochters van gedeporteerde joden in Frankrijk een aanklacht in tegen Bousquet, die na een succesvolle carriere als zakenman en bankier in Parijs van zijn pensioen genoot.

Niet bekend

Met deze procedure zal een tot twee jaar gemoeid zijn, zo is de verwachting. Volgens Serge Klarsfeld, de echtgenoot van de bekende Beate Klarsfeld die ooit bondskanselier Kiesinger een klap in het gezicht gaf, is de justitie buitengewoon langzaam te werk gegaan. Een ondergeschikte van Bousquet, tegen wie eenzelfde aanklacht was ingediend, overleed in juli 1989. Kennelijk bestond de hoop dat ook Bousquet zich door overlijden aan vervolging zou onttrekken, maar de man leeft nog.

Bij de regering bestaat de vrees dat een proces tegen Bousquet onvermijdelijk een proces tegen 'Vichy' wordt “met alle gevolgen voor de civiele vrede”, zoals staatssecretaris van justitie, Georges Kiejman, eens opmerkte. Een soortgelijke overweging geldt als er een proces komt tegen Georges Boudarel, de Parijse universiteitsdocent geschiedenis, die deze week ook officieel is aangeklaagd wegens misdaden tegen de menselijkheid. In dit geval gaat het niet om Vichy maar om het Franse militaire optreden tegen de communisten in Vietnam in de jaren vijftig, een onderwerp dat eveneens pijnlijke herinneringen losmaakt.

Boudarel, destijds een overtuigd communist, was in 1953 en 1954 bij de communistische Vietminh werkzaam als politiek commissaris in kampen voor Franse krijgsgevangenen. Voormalige gevangenen die de kampen hebben overleefd, beschuldigen Boudarel van geestelijke martelingen.

Boudarel ontkent zijn optreden als commissaris niet, maar heeft al lang gebroken met zijn stalinistische opvattingen en zich tot een scherp criticus van het Vietnamese communisme ontwikkeld. De rechtbank moet nu uitmaken of Boudarel vervolgd kan worden hoewel in 1966 een wet is aangenomen waarbij amnestie wordt verleend voor eventuele misdrijven in het voormalige Franse Indo-China begaan.