'Positie van invallers op scholen slecht'

LEIDEN, 10 april - Invallers in het basisonderwijs verdienen te weinig, krijgen nauwelijks reiskostenvergoeding en missen kinderopvang. Verder hebben invallers veel administratieve rompslomp in de vorm van (te) late betalingen, in- en uitschrijvingen bij de sociale dienst en geregel rond de ziektekostenpremie. Op school worden ze niet altijd even serieus genomen. Als in al deze zaken niet snel verandering komt, zal het aantal invallers nog dramatischer afnemen dan nu al gebeurt.

Dit schrijven twee onderzoekers van het Leids Interdisciplinair Centrum voor Onderwijsresearch (LICOR), een onderzoekscentrum van de Leidse Universiteit. De onderzoekers hebben het afgelopen half jaar 900 invallers en werkloze onderwijzers (van wie 90 procent vrouw) gevraagd naar hun ervaringen met invalwerk. Ook schoolbesturen en arbeidsbureaus werden benaderd. Het onderzoek beperkte zich tot de vier grote steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

Het bleek dat schoolbesturen steeds vaker met de handen in het haar zitten: de invallers die zij het liefste zien, verdwijnen steeds sneller naar een reguliere baan in of buiten het onderwijs. Dit zijn de vrouwen van onder de 30, net van de PABO (Pedagogische Academie voor het Basisonderwijs). Zij zijn in alle groepen inzetbaar, vaak fulltime beschikbaar en bereid ver te reizen voor hun werk. Door het huidige tekort aan onderwijzers vinden vooral deze vrouwen steeds gemakkelijker een baan.

De schoolbesturen moeten dan een beroep doen op vrouwen met een vaak verouderde opleiding (in veel gevallen de vroegere 'kleuterkweek').

Deze vrouwen hebben kinderen, zijn niet de hele week beschikbaar en kunnen of willen wegens hun beperkte opleiding niet voor alle groepen staan. Ook degenen onder hen die de vroegere pedagogische academie hebben gevolgd voelen zich door de invoering van de basisschool vaak onzeker.

Volgens de onderzoekers zijn de bestanden van invallers (bij schoolbesturen) en van voor invalwerk beschikbare werkloze onderwijzers (bij arbeidsbureaus) “sterk vervuild”. Zo'n 60 procent van de invallers en 50 procent van de werkloze onderwijzers is daadwerkelijk beschikbaar voor invalwerk. De anderen hebben een reguliere baan gevonden of willen door de slechte ervaringen met invalwerk dit werk niet meer doen. Ook deze vervuiling speelt schoolbesturen parten als zij een zieke onderwijzer zo snel mogelijk moeten zien te vervangen.

Het gevolg is, aldus de onderzoekers, dat steeds vaker schoolklassen naar huis worden gestuurd. Ook komt het regelmatig voor dat een zieke onderwijzer toch maar doorwerkt, of dat een collega de klas erbij neemt. De onderzoekers bevelen aan om de arbeidsvoorwaarden voor invallers te verbeteren, waarbij in de eerste plaats de salariskorting van 10 procent in de eerste 8 weken zou moeten verdwijnen. Hierdoor, en door meer kinderopvang, zal met name de groep vrouwen van boven de 30 zich meer dan nu tot invalwerk aangetrokken voelen. Deze vrouwen zouden volgens de onderzoekers ook vaker moeten worden bijgeschoold.