Oppositie tegen regime van Mengistu wint aan kracht

NAIROBI, 10 april - “De regering van president Mengistu moet plaatsmaken voor een nieuw bewind. Bovendien dienen de regeringstroepen en verzetsbewegingen van Ethiopie onmiddellijk alle gevechten te staken.”

Met ongebruikelijke openheid hebben twaalf hoogleraren van de universiteit van Addis Abeba deze schiftelijke oproep gedaan. Ze vragen Amerika, de Sovjet-Unie en de Westeuropese landen druk uit te oefenen op de strijdende partijen om tot een staakt het vuren te komen “ten einde het lijden van de bevolking te verminderen”.

De brief toont aan hoe diep de politieke crisis in Ethiopie is geworden, sinds talrijke guerrillagroeperingen enkele weken geleden begonnen met een spectaculair offensief tegen het regeringsleger van president Mengistu. In het zeer autoritair geregeerde Ethiopie werd tot voor kort iedere oppositionele kritiek de kop ingedrukt. Maar met de val van Mengistu in het vooruitzicht begint de bevolking steeds meer moed te tonen. Onlangs verzetten studenten zich bijvoorbeeld openlijk tegen een gedwongen recrutering in het regeringsleger.

Buitenlandse waarnemers in Addis Abeba voorspellen het naderende einde van Mengistu's zestien jaar oude regime. Bewoners die na eerdere politieke crises in hun land hebben geleerd terughoudend te regeren op dergelijke voorspellingen van buitenlanders, menen nu dat de overlevingskansen voor de regering uiterst klein zijn. Mengistu zou al een vliegtuig gereed hebben staan om te vluchten. Enkele van zijn familieleden zouden al in veiligheid zijn gebracht in de Zimbabwiaanse hoofdstad Harare; president Mugabe van Zimbabwe is een vriend van Mengistu.

Eerdere offensieven van het gewapende verzet liepen na aanvankelijke successen vast vanwege het superieure wapenarsenaal van de regeringstroepen. Daarbij slaagde het regime steeds opnieuw in tienduizenden extra soldaten te recruteren.

Dit keer hebben de regeringsstrijdkrachten niet een veldslag kunnen winnen, want de Ethiopische regering ontvangt geen wapens meer van de Sovjet-Unie. Alleen uit Noord-Korea en Israel komt nog beperkte militaire hulp. Ethiopie kent het grootste leger van zwart Afrika, en heeft tussen de 200.000 en 300.000 man onder de wapenen. Maar het is niet onmogelijk dat alle rebellenbewegingen samen inmiddels meer strijders in hun gelederen hebben.

Onbevestigde berichten spreken van recente Libische wapenleveranties. Ook zou Libie op grote schaal brandstof aan het verzet hebben geleverd. Het grootste voordeel van de oppositie is echter het hoge moreel van de guerrillastrijders. De regeringstroepen tonen zich sinds kort gevechtsmoe.

Mengistu's troepen controleren nu nog slechts de helft van het land. In de afgelopen weken vielen de westelijke regio's Gondar en Gojam in handen van rebellen. Deze plaatsen zijn van strategisch belang, omdat beide regio's een groot aandeel leveren in de agrarische produktie van het land.

Vorige week nam het Ethiopische Revolutionaire Democratische Volksfront (EPRDF) de regionale hoofdstad van Welega, Nekemte, in. Het Eritrese Volksbevrijdingsfront (EPLF) zet zijn offensief voort in het Noordoosten, en trekt op richting Assab. Russische technici, werkzaam in de raffinaderij van Assab, hebben de stad inmiddels verlaten. Assab is de laatste havenstad in handen van de regeringstroepen.