Monument pelgrimsoord voor oud-Indiegangers; 'Als je boven de 60 bent ga je op zoek naar het verleden'

ROERMOND, 10 april - Als de namen van hun makkers, die als soldaat in het voormalige Nederlands-Indie sneuvelden, stuk voor stuk worden afgeroepen, verstrakken hun gezichten. Een enkeling probeert met een grimas zijn tranen te bedwingen.

Honderdzeventig oudgedienden van het vierde bataljon van het tiende regiment infanterie, uitgesproken als 'het viertienerie', bezochten gisteren het Nationaal Indie-Monument 1945-1962 in het stadspark Hattem in Roermond. Daar werd een plaquette onthuld, waarop de twintig namen staan van de manschappen van het bataljon, die tussen 1947 en 1950 omkwamen.

Als ze langs de plaquette defileren gaan hun vingers nadenkend over de bronzen letters. “Die D.”, zegt een man uit Amsterdam, “dat was zo'n doodgoeie knul; dat ze die nu uitgerekend overhoop hebben moeten schieten.”

Het was de 65ste plaquette, die, sinds het monument vorig jaar werd onthuld, een plaats heeft gekregen op een van de 'eretafels'.

Het Indie-Monument is volgens een van de initiatiefnemers, J.A.C. de Klerk, die zelf als dienstplichtige in Indie was, een waar pelgrimsoord geworden. Tienduizenden oud-Indiegangers hebben al een bezoek gebracht. Afgelopen zondag waren het er in totaal duizend.

Vorig jaar hadden er dertig herdenkingen plaats. Alleen al in de maanden april en mei van dit jaar zijn er negen voorzien. Soms komen ze in groepjes met de trein, voordelig reizend op hun 60+ kaart. Een andere keer, zoals gisteren, komen ze met wat er van hun eenheid nog is overgebleven. “De emoties zijn soms heel hevig. Een enkele keer gaan ze van hun stokje”, aldus De Klerk.

De herdenkingen van de gesneuvelden uit Indie ondervinden een ware hausse. Voor de reunie van de 7 december-divisie in september hebben zich nu al 3.200 mensen opgegeven. Een 65-jarige man, die als dienstplichtig sergeant in het leger in Indie diende: “Eerst hebben we alles verdrongen. Toen na vijfentwintig jaar de eerste reunie kwam, vielen we elkaar als jonge meiden om de hals. Nu onze kinderen de deur uit zijn en we zelf een dagje ouder zijn geworden, treffen we elkaar regelmatig. Als je eenmaal over de 60 jaar bent, ga je op zoek naar de vezels met het verleden.” Velen zijn, al of niet met hun vrouw, terug geweest in wat nu Indonesie heet om er de plaatsen te bezoeken waar ze hebben gevochten.

Het Indie-Monument in Roermond ligt aan de spoorlijn van Roermond naar Maastricht in een prachtig park. Het is ook bestemd voor Nederlanders die op Nieuw-Guinea sneuvelden. Het heeft 1,2 miljoen gulden gekost.

Bijna de helft van het geld werd bijeengebracht door de oud-Indiegangers zelf. Vijftigduizend veteranen werden aangeschreven.

“Er was een tuinder uit Bergschenhoek die ons 10.000 gulden gaf, maar nog ontroerender waren de bijdragen van 5 gulden, want de meeste oud-militairen hebben niet meer dan een AOW'tje”, zegt De Klerk.

“Vaak was het echt het penninkske van de weduwe.” Het monument bestaat onder meer uit zestien zuilen, waarin 5.843 namen in roestvrij staal staan gegraveerd. Die zuilen noemt men de 'zestien wachters'. Een zeventiende wachter is onbeschreven. Dat is voor mensen die werden vermist. Ook is er een herdenkingszuil voor in Nederlands Indie omgekomen burgers. Achter plexiglas ziet men een hoopje Indische aarde. Erop staat gegraveerd: “Hun geest heeft overwonnen.” In een elektronisch dodenregister kan men meer gegevens krijgen over de plaats waar en de wijze waarop de 5.843 soldaten omkwamen.

De bedoeling is om bij het monument ook nog een paviljoen te bouwen voor ontvangsten en exposities. Dat gaat eveneens 1,2 miljoen gulden kosten. De stichting gaat ervan uit dat dat geld zal worden verstrekt door de rijksoverheid, die daarvoor al toezeggingen heeft gedaan.

“Een ereschuld”, aldus De Klerk, “aan een groep, die te lang vergeten is.”

De herdenkingen bij het monument hebben plaats met het verschuldigde militaire eerbetoon. Een hoornblazer blaast achtereenvolgens de taptoe, het reveille, het signaal 'Wilhelmus' en 'geef acht' als de vlag halfstok hangt en het signaal 'vlag gereed' als ze in top is gehesen. Er worden korte redevoeringen gehouden. Een kolonel b.d.

noemde gisteren het onthullen van de plaquette een mijlpaal “omdat de namen van onze makkers, die voor het vaderland vielen, uit de beslotenheid van de kazerne nu in de openbaarheid zijn getreden.” De herdenkingsplaquettes bevinden zich meestal op de kazerneterreinen, waar ze ten minste een keer per jaar middelpunt zijn van bijeenkomsten van oud-strijders. Duplicaten ervan verschijnen steeds meer op de 'eretafels' bij het Roermondse monument. “Dit monument”, zei de 65-jarige oud-sergeant, “is een wat laat eresaluut aan wat we voor het vaderland in Indie hebben gedaan. Wij hechten er dezelfde waarde aan als de nabestaanden van de in Nederland omgekomen oorlogsslachtoffers hechten aan het Nationaal Monument op de Dam in Amsterdam of aan de herdenking op 10 mei op de Grebbeberg.”

Een vrouw zit op een bankje in de zon. “Ik erger me groen en geel als ik hoor dat Nederlandse soldaten die bij de Golfoorlog waren betrokken, bij thuiskomst psychologische opvang kunnen krijgen. Mijn man kwam volledig berooid uit Indie terug. Ze hadden beloofd dat er hier een baantje zou zijn, maar niks daarvan. Voor elke maand die hij had gediend kreeg hij een tientje vergoeding. Met die 360 gulden kon hij zich nauwelijks een pak laten aanmeten. Ze hadden niks, dat nog paste. Ze waren immers als jongens vertrokken en als volwassen mannen teruggekeerd.”