Major helpt Europa en ook zichzelf

De landen van de Europese Gemeenschap mogen dan enthousiast hebben gereageerd op het voorstel van de Britse premier Major voor de vorming van een onder VN-toezicht te stellen enclave voor de Koerden in het noorden van Irak, de Verenigde Staten tonen zich uiterst gereserveerd.

De woordvoerder van het Witte Huis, Marlin Fitzwater, zei gisteren over het voorstel: “We denken dat het enige verdienste heeft in termen van een mogelijke oplossing of van een gedeeltelijke oplossing.

Maar op dit moment heeft onze regering, en ik denk niemand, een definitief oordeel of we er al of niet verder mee willen gaan.''

De lauwe reactie van de Amerikaanse regering is niet alleen te verklaren uit de huivering om al te sterk betrokken te raken bij de problemen van de Koerden in Irak, maar evenzeer uit het feit dat de Britse regering Washington weliswaar op de hoogte had gebracht van haar plan, maar niet geconsulteerd.

De levensvatbaarheid van Majors plan is misschien gering, aangezien het vestigen van een enclave onder beheer van de Verenigde Naties door een groot aantal landen wordt beschouwd als een niet-aanvaardbare inmenging in de interne aangelegenheden van een lidstaat. Toch wordt het als veelbetekenend beschouwd dat juist de Britse premier met een dergelijk initiatief kwam op de vergadering van de Europese Raad.

“Het mag dan misschien niet werken, maar het bestaat tenminste. Daar gaat het om”, aldus een functionaris in Luxemburg. De Europese Gemeenschap begint zo langzamerhand enigszins te genezen van de politieke verwondingen die ze had opgelopen door de onderlinge verdeeldheid tijdens de crisis in de Golf en de Britse premier heeft zich nu ontpopt als een van de belangrijkste geneesheren.

Een maand geleden markeerde de Britse premier, op 11 maart in een toespraak in Bonn en op 12 maart in een verklaring voor het Legerhuis, de koerswijziging ten opzichte van het beleid van zijn voorgangster: “Er zijn slechts drie manieren om met de (Europese) Gemeenschap om te gaan: eruit vertrekken, wat ondenkbaar is, terzijde blijven staan en ons door anderen laten meetrekken, wat onhoudbaar is, of precies in het hart van de gemeenschap zijn om de belissingen mee te helpen vormen - en dat is ons beleid.” De voorzitter van de Europese Commissie, Jacques Delors, zei daar toen over: “Ik zou te kwader trouw zijn als ik niet zou zeggen dat er sprake is van een fundamentele verschuiving bij Major.” Begin deze week heeft de Britse regeringsleider getoond dat hij het echt serieus voor heeft met de EG en dat hij bereid is Groot-Brittannie “in het hart van Europa” te plaatsen en “het politieke vacuum”, waarover Delors het deze week in een vraaggesprek met Le Figaro had, te helpen vullen.

Het initiatief betekent vooral politieke winst voor Major zelf. Hij sloeg daarmee degenen die hem beschouwen als een aarzelaar hun argumenten uit handen en tegelijk voorkwam hij een uitputtende discussie over de institutionele kanten van het Europese veiligheids- en defensiebeleid, die hem in een moeilijk parket had kunnen brengen.

Gevolg van zijn opstelling was wel dat de Fransen van het Britse initiatief en de pleidooien voor snelle hulp gebruik maakten om een eerste stap te zetten naar integratie van de Westeuropese Unie en de Europese Gemeenschap. De Europese Raad gaf, met instemming van Major, opdracht aan de ministers van buitenlandse zaken van de WEU, regelingen te treffen voor de logistieke kant van de hulpverlening. En daarmee zette Londen niet formeel, maar wel feitelijk een grote stap in de richting van het Frans-Duitse voorstel om te komen tot een gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid. De politieke eenwording van Europa - en een mogelijke verkiezingsoverwinning van John Major - is zo met behulp van de Koerden een stap dichterbij gekomen. De Amerikanen moeten er nog even aan wennen.