Hoekige typen in rokerige ruimtes

Tentoonstelling: Klaas Gubbels, Joop van Meel, Kees Spermon, t-m 5 mei in het Kasteel van Rhoon, Dorpsdijk 63. Di.t-m zo. van 14 - 17 uur.

Van de drie docenten aan de Rotterdamse academie die op het ogenblik in het Kasteel van Rhoon exposeren presenteren Kees Spermon en zeker Klaas Gubbels zich geregeld en zijn daardoor vrij bekende kunstenaars.

Veel minder geldt dat voor Joop van Meel die de neiging heeft zich temidden van zijn omvangrijk en groeiend oeuvre in zijn atelier terug te trekken. In de catalogus ( een zorgvuldige uitgave van de Acadamie voor Beeldenden Kunsten in Rotterdam, (f) 15) wordt zijn introversie als volgt aangeduid: “Van Meel verafschuwt en wantrouwt het modieuze en vileine kunstwereldje. Hij haat de quasi mondaine en leeghoofdige openingsrituelen van galerieen, hij wantrouwt het opportunistische en ijdele museumbeleid.” Het zou zelfs zo zijn dat Gubbels en Spermon hun zo terughoudende vriend en collega tussen zich in genomen hebben om hem in de openbaarheid van een tentoonstelling te dwingen.

Zij hebben daarmee een breder publiek de dienst bewezen om kennis te kunnen maken met een opmerkelijk schilder, een op het eerste gezicht wat stugge expressionist die echter bij langere beschouwing een boeiend verteller is met een virtuoze figuratie als beeldtaal.

Joop van Meel (51) schildert meestal zware mannegestalten, ruwe, hoekige typen, onbehouwen en onbeheerst, die in beperkte binnenruimten tot elkaar veroordeeld zijn. Ze bevinden zich in een werkplaats, op een toneel, houden een wake bij een overledene, verdringen elkaar in te volle kamers, ze duwen tegen elkaar, trachten elkaar in vergeefse wijde gebaren te bereiken, ballen dan hun vuisten terwijl hun koppen in machteloze woede tot smoelen verworden. De met deze gestalten gevulde ruimten zijn donker en rokerig, de olieverven vertonen een tegen de Belgische zwaarmoedigheid van bijvoorbeeld Permeke aanleunend expressionisme.

Hoe zorgvuldig Van Meel zijn soms tot meerluiken uitdijende voorstellingen componeert blijkt uit zijn voorbereidende tekeningen.

Hij is steeds bezig met het ordenen en het tot de laatste millimeter organiseren van de “beelden die in mijn kop bevroren zijn.” Met elkaar gaan de tekeningen en schilderijen over het niet ophoudende drama waartoe de mensen zichzelf veroordeeld hebben. Kafka en Sartre schreven erover, Van Meel schildert met dit inderdaad niet uit te putten thema als blijvend uitgangspunt.

Zoals bekend heeft Klaas Gubbels (56) voor het verhaal dat hij blijft vertellen genoeg aan de tot het uiterste versimpelde omtrekken van een tafeltje en een koffiekan. Die attributen werden indertijd gekozen, aldus Gubbels' antwoord op de hem geregeld gestelde vraag, omdat zij al op de academie nu eenmaal dicht in de buurt waren. Al jaren dienen ze hem tot metaforen in zijn grafiek, schilderijen en ook ruimtelijke objecten, soms uitgebreid met een schaakbord, en de aanduidingen van menselijke figuren. Tot beter begrip van zijn opvattingen kan een verhaaltje dienen dat Gubbels graag vertelt en dat ook in de catalogus wordt aangehaald.

Het gaat over een keizer die een tekenaar de opdracht geeft een mooie haan te tekenen. Na anderhalf jaar sommeert de vorst de kunstenaar om nu eindelijk eens af te leveren. De tekenaar komt ten paleize en zegt dat zijn werk net gereed is. Vervolgens rolt hij een vel papier uit en zet in een beweging een prachtige haan neer.

Op de expositie in Rhoon zijn natuurlijk de koffiekan en het tafeltje in een aantal varianten aanwezig. Maar het meest overtuigend, zeker in het licht van de geciteerde gelijkenis, is een kleine potloodtekening uit 1984: een in wanhoop over een tafeltje gezakt mannetje, in enkele bewegingen op papier gezet, waarschijnlijk binnen de minuut, net zoals de haan voor de keizer.

De derde exposant, Kees Spermon (50), laat tekeningen en grafiek zien. Daaronder een frappante reeks in houtskool, acryl en inkt rondom een somber voortstappende zware man. Het is een nek- en gezichtsloze krachtpatser die steeds in silhouet wordt weergegeven maar wiens spanningen, frustraties, agressie en onzekerheden duidelijk worden uit de krabbels, tekens en wervelingen waarmee zijn omtrek is opgevuld.

Hoe verschillend het idioom van de drie exposanten in Rhoon ook is, ze hebben het over ongeveer dezelfde onderwerpen en ze zijn verbonden in een vergelijkbare mentaliteit. Hun expositie wordt mede daardoor van belang.