Herzog kiest voor antropologisch portret Wodaabe

Wodaabe, Herders van de zon. Ned.1, 21.45-22.38u.

De documentaire is de eerste uit en serie van drie. Het tweede deel, over de Badjao, de Filippijnse zeenomaden, wordt 17 april uitgezonden, het laatste deel over de Colombiaanse Guajiro-Indianen op 24 april.

'Zonder melk kan een mens niet leven, dan gaat hij kapot', zegt een Wodaabe in Niger, die is gevlucht voor de droogte.

De Wodaabe, een nomadenstam in het zuiden van de Sahara, heeft een duizendjarige haat-liefde verhouding met de woestijn. Nomaden behoeven per definitie uitgestrekte gebieden als leefwereld, gebieden die wegens de natuurlijke ligging of omstandigheden: grote hoogte, oerwouden, woestijn geen grote groepen vaste bewoners hebben. De natuur is de bescherming van de trekkende volkeren, weinig mensen zullen hun harde leven willen delen, maar wanneer de natuur er nog een schepje bovenop doet, moeten zelfs de nomaden buigen.

Door de grote droogte in het midden van de jaren tachtig werden de Woodaabe fysiek met de ondergang bedreigd. Het toch al spaarzame groen voor de kamelen, de geiten en de koeien groeide niet meer. Een deel van de kudde kon worden verplaatst naar delen van de Sahara waar nog wel gras groeide, de rest stierf.

In 1988 regende het zoals het in zestig jaar niet had gedaan en was de woestijn weer voor de Wodaabe, maar het herstel van hun vroegere leefpatroon is nog niet voltooid.

De Duitse cineast Werner Herzog, laat in de documentaire Wodaabe: Herders van de zon de Wodaabe zien zoals ze zijn, zonder zielige beelden van weer een bedreigde menssoort. De film is een cultureel-antropologisch portret; Herzog deed dat eerder in Where the green ants dream over de Aborigines in Australie. De bedreigde positie van de Wodaabe is voor Herzog een 'sideline'; een terecht gekozen benadering. Te vaak zijn de benarde omstandigheden van volkeren geportretteerd als rampen van deze tijd. Zonder het te zeggen maakt Herzog duidelijk dat de naakte strijd om het bestaan onlosmakelijk verbonden is met het leven van de nomaden. Het is van nu en alle tijden.

Dat is geen pleidooi om de nomaden, wanneer ze door hun zelfverkozen isolement in moeilijkheden geraken, aan hun lot over te laten, maar door het verlenen van hulp, onder meer daar het geven van onderdak zoals de regering van Niger heeft gedaan, zijn de Woodaabe geen nomaden meer en dat willen ze ook niet, want, zo zegt een van hen, “de rimboe hoort bij ons”.

Het aardigste aan Herzogs documentaire is de filmische uitleg van de man-vrouw verhouding bij de Woodaabe en daaraan besteedt hij ook de meeste tijd. Historische, krakende opnamen van sopraanaria's vormen het muzikale, vervreemdende behang bij Herzogs impressionistische beelden.

In een regio, Noord-Afrika, waar vrouwen zich doorgaans naar de man moeten richten, vormt de Woodaabe-stam een uitzondering. Tijdens de jaarlijkse driedaagse feesten aan het eind van de regentijd tutten de jonge Wodaabe-mannen zich op met schmink, nagellak, kralen en veren.

Ze staan in een kring, flikkeren met hun tanden en het wit van hun ogen, wiegen op hun tenen om de lange lichamen nog langer te laten lijken. De Woodaabe-meisjes bekijken de jongemannen zorgvuldig en maken dan hun keuze. Een jonge Woodaabe-man mag zijn voorkeur voor een vrouw als volgt omschrijven: “Ze moet een goed figuur hebben, mooie borsten, een lichte huid en ze moet slim zijn natuurlijk” - het zijn de meisjes die kiezen.