Een geprangd gemoed en wringende handen

Voorstelling: Alles wat haar heilig was van Ad de Buck door InDependence. Decor en kostuums: Sanne Danz; regie: Charlotte Riem Vis; spelers: Yvonne Petit, Karla Wieringa, Adriaan Adriaansen e.a. Gezien 9-4 Theater Frascati, Amsterdam. Te zien t-m 13-4 aldaar. Tournee t-m 8-5.

De voorstelling is van een hemelse kortheid, nauwelijks veertig minuten, en toch wekt ze de indruk lang geduurd te hebben. Tijd doorgebracht in het theater is altijd relatief, net zoals het lezen van een boek: vijfhonderd bladzijden kunnen meeslepend zijn, tien bladzijden daarentegen of zelfs drie regels al te veel.

Er vielen tal van stiltes bij Alles wat haar heilig was door InDependance, een nieuw Nederlands stuk geschreven door Ad de Buck en geregisseerd door Charlotte Riem Vis. Stiltes die werden opgevuld met een schrikachtige blik in de ogen van vier van de vijf acteurs. Het bestaat dus nog: de opengesperde ogen, strak gericht op de schijnwerpers waardoor ze iets gaan tranen en een glans van treurnis krijgen, acteursogen biddend en smekend om compassie van de toeschouwer. En wie opengesperde ogen schrijft, schrijft ook op even ouderwetse manier van prangend gemoed, wringende handen, nurkse onverschilligheid, felrealistische streekroman (doodslag & hoererij) en mijn smachtende verlangen naar de donkerslag.

Het verhaal is van een desolate treurigheid, gesteld op het stramien van de ongewenste-indringer-die-de-lieve-vrede verstoort. Een kermisfamilie krijgt onverhoeds te maken met de agressieve entree van de minnaar van hun dochter, die zich vergooit aan 'activiteiten'. Ze raakt zwanger; de minnaar doodt de naieve zoon die zich verzet tegen het gezwel in de buik van de zuster. De moeder, waarzegster, hitst haar zoon tegen de minnaar op. Aan het slot stamelt de moeder dat haar 'alles is ontnomen wat haar heilig is': de eerbaarheid van haar dochter, haar zoon en - vrijuit gedacht - haar reden van bestaan.

Ad de Buck heeft het toneelstuk gebaseerd op een 'roman', zoals de regisseuse geheimzinnig vermeldt, zonder een titel te noemen. Dat is haar goed recht, geheimhouding is des toneels. Hoewel ik het boek niet in de tekst kon terugvinden, leek het me, opnieuw vrijuit gedacht, een boek met een wonderlijke mengeling van Hugo Claus (De Metsiers), het Oedipus-verhaal en Herman Heijermans.

Grootse, klassieke namen, toegegeven, voor een voorstelling die zozeer teleurstelde dat mij het zicht werd ontnomen op de tekst van Ad de Buck. Het is een misvatting van de regie om de tekst zo kaal te slaan met suggestieve stiltes en zinnen gereduceerd tot de naakte, anti-poetische mededeling, dat er in literair en theatraal opzicht nauwelijks nog iets te beleven viel.

Charlotte Riem Vis heeft verzuimd de tekst te laten spreken; ze brengt het stuk op een abstract niveau, wars als ze is van elk realisme, en op dat abstracte niveau past ze een speelstijl toe die grenst aan schooltoneel. Elk woord krijgt een gebaar of blik meegezonden die dat woord nog eens illustreert. Er werden, kortom, honderden rode rozen rood geverfd.

Intentie van de regie struikelt zo over de gekozen speelstijl en staat zo haaks op het miserabele getoonde dat ik me slechts een vraag kon stellen: waartoe dit stuk in deze regie? Realisme is geen scheldwoord, ik kan acteurs en regisseurs noemen die daar iets prachtigs van maken.

En ik geloof dat de voorstelling goudeerlijke werkelijkheidszin hartelijk van node heeft. Toneel moet niet uit angst gemaakt worden, maar uit de brutale, vrijmoedige en niet-steriele geste.