Directeur weigert 'uitholling functie'; Conflict Groninger Museum en Haks over bevoegdheden

GRONINGEN, 10 april - In het Groninger Museum is een ernstig conflict ontstaan tussen directeur Frans Haks en het bestuur. Het bestuur heeft Haks meegedeeld dat er naast hem een zakelijk directeur komt die rechtstreeks aan het bestuur zal rapporteren. Haks beschouwt dit als uitholling van zijn functie en wil dat het bestuur de zaak voorlegt aan de financiers van het museum, de gemeente en provincie Groningen.

Voorzitter Adri van Heijum van het bestuur, de Stichting Groninger Museum voor Stad en Lande, ontkent dat Haks' positie wordt uitgehold of dat hij op een zijspoor is gerangeerd. Integendeel, zegt hij: “In de structuur die wij voorstellen komen zijn sterke kanten, het bepalen van het gezicht van het museum met tentoonstellingen, juist beter aan bod”. Het bestuur heeft de structuurwijziging uiteengezet in de nota Goudvissen in de Zwaaikom. (De Zwaaikom is het water voor het Centraal Station waar het nieuwe Groninger Museum is gepland, PS). Volgens Van Heijum zal het bestuur deze als advies aan de gemeente en provincie Groningen aanbieden en hun reactie afwachten.

De bestuursnota is geschreven tijdens Haks' ziekte. Omdat zijn post volgens hem verkeerd geadresseerd was, vernam Haks uit het Nieuwsblad van het Noorden wat die structuurwijziging behelsde. Pas negen weken na dato kreeg hij zelf de nota in handen. Niet alleen komt er een gelijkwaardige zakelijke directeur, bovendien krijgen de conservatoren - en niet Haks - de bevoegdheid om te besluiten over aankopen, het collectiebeheer en in belangrijke mate over het tentoonstellingsbeleid. Haks mag zich bezighouden met de 'vormgeving van tentoonstellingen', het werven van sponsorgelden en contact 'met het publiek in het algemeen'.

Na een ziekte van twee maanden is Haks gisteren weer begonnen met werken. Hij vertrok direct naar Parijs om er een expositie te openen in het Institut Neerlandais met geensceneerde foto's uit het museum.

Op Schiphol zei hij gisteren: “Bij vergelijkbare musea, het Stedelijk in Amsterdam en Boymans-van Beuningen in Rotterdam, bestaan dergelijke constructies niet. Bovendien is het in strijd met mijn aanstelling door de Groninger gemeenteraad in 1978. Ik beschouw de voorstellen als castratie van mijn functie, en dat heb ik ze ook laten weten. Ik mag als etaleur dienst doen. Daar pas ik voor.”

Volgens Haks is zijn positie als directeur niet alleen door de voorstellen zelf ondergraven, maar ook door de manier waarop het bestuur de nota heeft geproduceerd en gepresenteerd. “Ze hebben alle betrokkenen - conservatoren, financiers, noem maar op - benaderd voor overleg. Behalve mij. Mijn standpunt was hen al wel bekend, zei het bestuur. Al die meningen hebben ze gehusseld, zoals ze het noemen, en dat is nu deze nota geworden. Ik beschouw het als een motie van wantrouwen. Een aantasting van mijn eer en goede naam.”

Bestuursvoorzitter Van Heijum denkt dat hij nog een paar keer 'indringend' met Haks moet praten, en dat alles dan wel 'goed terecht komt'. Het bestuur heeft de nota geschreven omdat directie en staf het volgens hem niet eens werden over een beleidsplan voor het nieuw te bouwen museum in de zwaaikom, naar een ontwerp van Mendini.

Haks zegt door zijn ziekte niet in staat te zijn geweest tot het formuleren van een definitief beleidsplan. Overigens is de werksfeer op het museum volgens hem normaal. “We praten allemaal met elkaar. Ik heb een conflict met het bestuur”.

Op de achtergrond speelt het verwijt van sommige bestuurders en museummedewerkers, dat Haks te veel aandacht zou schenken aan moderne beeldende kunst en te weinig aan de andere museumafdelingen: archeologie, geschiedenis en kunstnijverheid. Haks bestrijdt die mening fel. “Er zijn budgetten voor die afdelingen, en die besteden we ook. Dat het accent op de eigen tijd ligt, is bij mijn aanstelling vastgelegd.”

Volgens Van Heijum biedt de nieuwe structuur een waarborg voor een beter evenwicht van die afdelingen in het nieuwe, grotere museum.