Buitenspel

DE EUROPESE ministers van buitenlandse zaken hadden zich onder andere voorgenomen in een Luxemburgs kasteeltje na te beschouwen over de Europese slagkracht in de Golfoorlog.

Deze was in de strijd zelf dank zij Frankrijk en Groot-Brittannie en de, voornamelijk morele, steun van Nederland nog enigszins zichtbaar, maar was op het politiek-diplomatieke terrein zoals steeds gering.

Maar van zo'n nabeschouwing is niet veel terecht gekomen, omdat de Koerden als een acuut, tragisch vraagstuk de agenda beheersen.

Derhalve ook is slechts in de marge een kleine, doeltreffende zet van de Franse diplomatie opgevallen waarmee de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Van den Broek in het zand moest bijten. De Europese Raad schoof een kwestie door naar het forum van de negen lidstaten van de Westeuropese Unie, die vervolgens prompt een kwartiertje bijeenkwamen om over logistieke kleinigheden inzake hulp aan Koerdische vluchtelingen te overleggen. Het ging om een detail en premier Lubbers haalde er de schouders pragmatisch over op, niet van plan de eenzaam strijdende Van den Broek veel steun te geven, maar sinds maandagavond is de door Van den Broek zo vermaledijde koppeling tussen Europese Raad en Westeuropese Unie een feit.

De achtergrond van het incident is serieus. Minister Van den Broek vreest dat de Europeanen zich teveel met defensie willen bemoeien en dat al te veel Europese macht slechts leidt tot machteloosheid, tot Frans(-Duitse) voorrang en tot irritatie van Washington. In de alledaagse werkelijkheid van de bureaucratie is het een ingewikkelde zaak, maar het komt erop neer dat Van den Broek en zijn ambtelijke omgeving huiverig zijn voor veiligheidspolitieke discussies op de Europese Raad: Amerika is daar niet bij aanwezig, Van den Broek ook niet (Lubbers wel) en onzekere mogendheden (Frankrijk en Duitsland) hebben er een zware stem. Vandaar dat een koppeling tussen Europese Raad en Westeuropese Unie voor de Nederlandse minister van buitenlandse zaken eigenlijk een onaanvaardbare zaak is.

MINISTER Van den Broek streed voor een nobele zaak, maar een kleine troost mag misschien het volgende zijn: zijn angst is overdreven en die van de Amerikanen ook. Veiligheidspolitieke discussies in de Europese Raad schaden niet, stimuleren hooguit het overleg in een tijd waarin de defensie in snel tempo renationaliseert en diverse mogendheden tastend hun nieuwe rol moeten vinden. Dat geldt niet alleen voor Duitsland, maar evenzeer voor Frankrijk, dat achter ogenschijnlijk zelfverzekerde diplomatieke manoeuvres wordt geconfronteerd met verminderde betekenis in de wereld. En verder hebben zulke discussies in materiele zin voorlopig weinig om het lijf, want de enige functionerende defensie-organisatie is de NAVO.

Het thema ontbeert in wezen relevantie. Want of Europese premiers nu straks niet, een klein beetje of een klein beetje meer over de Golf mogen spreken dan tot nu toe en al dan niet onderwerpen mogen doorgeven aan de Westeuropese Unie, het blijft voor lange tijd een marginaal verschijnsel. Mijmeringen over de relatie met andere landen, regio's en werelddelen behoren tot de laatste dingen die staten zullen kunnen en willen prijsgeven, omdat ze de kern van een nationale identiteit betreffen.

VEEL BELANGRIJKER in de Europese Raad is de sociaal-economische dimensie van Europa. De bevrijding van Oost-Europa dwingt de Europese Gemeenschap een nieuw Europa op te bouwen. Zoals West-Duitsland schoksgewijs Oost-Duitsland de middelen moet geven om de crisis van de nieuwe vrijheid te beheersen, zo zal West-Europa dat op grote schaal met Oost-Europa moeten doen. Europese politiek betekent perspectieven bieden aan die landen en de druk weerstaan. Buitenlandse politiek is dus, om een voorbeeld te noemen, een zaak van de ministers van landbouw, die nu al geruime tijd in EG-verband met alle mogelijke middelen Oost-Europa buiten de deur weten te houden. Of van ministers van sociale zaken en justitie die moeten voorkomen dat landen tegen elkaar worden uitgespeeld. Of van de ministers van economische zaken, die erop moeten toezien dat de EG geen protectionistisch bastion wordt tegen de rest van de GATT. Of van de premiers die voor beleidscoordinatie verantwoordelijk zijn.

MET EEN simpel trucje hebben de Fransen en alle overigen nu Van den Broek even buitenspel gezet. Erg kies was het niet en Van den Broeks premier stond erbij en keek ernaar. Na alle kinnesinne van de laatste maanden is het de vraag of het tussen Van den Broek en Parijs (en zijn premier?) nog in orde komt.