Advocatenkantoor verzamelt claims Golfoorlog

ROTTERDAM, 10 APRIL. Het Rotterdamse advocatenkantoor Trenite van Doorne verzamelt claims van Nederlandse ondernemingen die op een of andere manier gedupeerd zijn door de Golfoorlog. Op dit moment heeft het kantoor van twintig bedrijven in totaal voor ruim 15 miljoen gulden aan claims geregistreerd.

Volgens A.R. Steele-Nicholson van Trenite van Doorne wil het kantoor volgende week een strategie uitwerken of, hoe en op wie verhaal kan worden gehaald. De claims kunnen, zoveel is nu al zeker, onmogelijk allemaal op dezelfde manier worden verwerkt.

De op het verzoek van het Nederlands centrum voor Handelsbevordering (NCVH) geregistreerde claims betreffen onder meer vergoedingen voor verdwenen goederen, voor omzetverlies en gederfde winst. Van het Rotterdamse bouw- en baggerbedrijf Volker Stevin is bijvoorbeeld bekend dat het voor 10 miljoen gulden aan opdrachten miste doordat baggermaterieel ten tijde van de Golfcrisis niet uit het Midden-Oosten kon worden weggehaald.

Advocaat mr. P.W.G. Riemer van Trenite van Doorne zegt dat zijn kantoor aanvankelijk dacht een gezamenlijke actie namens alle gedupeerden te kunnen ondernemen. De zaken blijken daarvoor echter te gecompliceerd. Het gaat niet alleen om gestolen, verwoeste of spoorloos verdwenen goederen, waaraan Irak schuld zou hebben, maar ook om toeleveranciers die geen betaling ontvingen van zendingen, of van wie zendingen in Turkije zijn blijven steken. Tot de gedupeerden behoren volgens Trenite van Doorne transportbedrijven, handelsfirma's en producenten van levensmiddelen. Onderzocht zal worden, aldus Riemer, of claims kunnen worden afgedaan via de Nederlandse overheid, de Verenigde Naties, de autoriteiten in Koeweit of door verhaal op mogelijke tegoeden van Irak.

Trenite van Doorne deed gisteren, op een bijeenkomst van het Midden-Oosten Instituut van het NCH in Den Haag, andermaal een oproep aan ondernemingen zich te melden met claims. De respons daarop was vandaag nog onduidelijk.

Tijens deze bijeenkomst schetste mr. J.P.M. Wolfswinkel, lid van de onlangs teruggekeerde ambtelijke 'fact finding-missie inzake de wederopbouw van Koeweit', zo'n honderd vertegenwoordigers van het bedrijfsleven de perspectieven voor Nederlandse ondernemingen. Hij herhaalde daar dat Nederlandse ondernemingen geenszins zijn uitgesloten van herstelwerk of leveringen aan Koeweit. Weliswaar zijn Britten, Amerikanen en Saoediers - als dank voor hun hulp aan Koeweit in de Golfoorlog - hoofdaannemers in de eerste herstelfase, maar de Saoediers bijvoorbeeld kunnen slechts 20 procent van het aangenomen werk zelf verrichten.

Voor de aanbesteding van de tweede herstelfase, vanaf 25 mei, zullen weer de gewone concurrentiecriteria gelden. Eind april, begin mei zal een lijst met projecten worden bekendgemaakt. Volgens Wolfswinkel zijn al verschillende Nederlandse bedrijven in Koeweit actief, maar hij weigerde namen te noemen. Hij ziet kansen voor leveranciers van zuivelprodukten, milieutechnologie, de natte en droge bouw (havenwerken en kantoren) en bedrijven met ervaring in de constructie van nutsvoorzieningen (telefoon, water, elektriciteit).

Wat de betaling voor goederen en diensten aangaat, kunnen de Koeweiti's het volgens Wolfswinkel “uitzingen”. Weliswaar kosten de brandende oliebronnen hun op jaarbasis 16 miljard dollar aan inkomsten, maar een zelfde bedrag wordt weer verdiend op hun buitenlandse investeringen. De buitenlandse reserve van Koeweit bedraagt 100 miljard dollar. De Koeweiti's schatten dat het herstel van de schade aan hun land 25 tot 40 miljard dollar zal kosten. Aan 'restocking' (de aanschaf van nieuwe machines en dergelijke) verwachten ze nog eens 25 miljard dollar te besteden.

De profielschetsen die de ambtelijke missie van zo'n 60 Nederlandse ondernemingen meenam naar Saoedi-Arabie en Koeweit zijn daar achtergelaten. Of ze veel zoden aan de dijk zullen zetten is twijfelachtig. Wolfswinkel zag in het Oberoi-hotel in Dammam (Saoedi-Arabie), van waaruit de Koeweiti's de meeste contracten afsluiten, “kamers vol dozen profielschetsen”. Voorlopig zullen de meeste zaken met Koeweit in Saoedi-Arabiefoutief teken moeten worden gedaan, aldus Wolfswinkel. De Nederlandse ambassade vestigt daarom in het KLM-kantoor te Dahran een tijdelijke dependance.