Verzuring in tien jaar met dertig procent verminderd

BILTHOVEN, 9 april - De neerslag van verzurende stoffen in Nederland is tussen 1980 en 1989 gedaald van 6.800 zogeheten zuureenheden per hectare naar 4.800, een vermindering met bijna dertig procent.

Dit is vooral te danken aan de dalende uitstoot van zwaveldioxide in heel West-Europa. De grootste bijdrage aan de verzuring wat betreft het Nederlandse aandeel wordt geleverd door de landbouw.

Dit zijn enkele uitkomsten van een onderzoek dat is uitgevoerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiene (RIVM) in Bilthoven. Volgens het RIVM hebben ook meteorlogische omstandigheden een rol gespeeld bij de vermindering van de verzuring, die onder meer bossen, bodem en oppervlaktewateren aantast.

Bij de vaststelling van zure neerslag wordt gerekend met zuureenheden en niet met kilo's of tonnen, omdat bijvoorbeeld een kilo ammoniak sterker aan de verzuring bijdraagt dan een kilo zwaveldioxide.

De bijdragen van de verschillende componenten aan de verzuring in 1989 waren: ammoniak (afkomstig uit dierlijke mest) 46 procent, zwaveldioxide 28 procent en stikstofoxiden 24 procent. In dat jaar was 54 procent van de totale verzuring toe te schrijven aan bronnen in eigen land. Daarvan kwam 62 procent op naam van de landbouw, in het bijzonder de intensieve veehouderij of bio-industrie. Daarna volgden het verkeer (18 procent), de industrie (9 procent), raffinaderijen (5 procent), elektriciteitscentrales (3 procent) en huishoudens (3 procent).

Volgens het RIVM raakt steeds meer bos verzadigd met stikstof. Op het moment verkeert naar schatting 15 procent van de bodem onder bossen in zo'n toestand van verzadiging. Ook heeft de stikstoftoevoer, samen met de neerslag van zwaveldioxide, een aanmerkelijke bodemverzuring teweeggebracht. Dit heeft in het algemeen een ongunstige invloed op het functioneren van wortels. Ze kunnen onvoldoende voedsel opnemen.

Het rijksinstituut spreekt hier van een grote risicofactor. Door de voortgaande bodemverzuring kan de aluminiumbuffer in de grond op den duur uitgeput raken. Hierdoor kunnen in de toekomst grote veranderingen in begroeiing en bodemfauna optreden. Ook zal, bij voortzetting van de huidige depositie, de kwaliteit van het grondwater verder achteruitgaan.

Het beleid van de rijksoverheid moet leiden tot een neerslag van 2.200 zuureenheden in het jaar 2000. Als dat lukt, zal volgens het RIVM de bodemverzuring voor ongeveer de helft van de Nederlandse bossen geen gevaren meer meebrengen. Een depositie van 1.400 zuureenheden per hectare gemiddeld voor Nederland in het jaar 2010 en gemiddeld op bos in 2050 zouden voldoende zijn om tegen die tijd de risico's tot een minimum terug te brengen.

Directe acute effecten van luchtvervuiling lijken - aldus het onderzoeksrapport - alleen van belang bij plaatselijke bronnen en in periodes met hoge concentraties vervuilende stoffen in de lucht. Over de gevolgen op lange termijn bij lage concentraties is nog weinig bekend. “Niettemin zijn er sterke aanwijzingen dat ze relevant zijn”, meent het RIVM.