Onderwijsbonden ontevreden over medezeggenschapswet; Voorstel Wallage regelt bevoegdheden van raden op school

ROTTERDAM, 9 april - De medezeggenschapsraden in het onderwijs krijgen allemaal dezelfde bevoegdheden. Nu verschillen die bevoegdheden nog per school. In zijn eind vorige week ingediende 'Voorstel tot wijziging van de Wet Medezeggenschap Onderwijs' geeft staatssecretaris Wallage (onderwijs) ouders en leerlingen onder meer 'adviesrecht' over gratificaties voor leraren. Leraren, leerlingen en ouders krijgen 'instemmingsrecht' over de gevolgen van fusies tussen scholen.

De voorgestelde wetswijzigingen komen anderhalf jaar nadat de toen net aangetreden staatssecretaris het onderwijs verraste met het idee om leerlingen te laten oordelen over hun leraren. In een interview zei Wallage dat hij “het heel normaal zou vinden als iedere leraar in Nederland systematisch te horen kreeg: je lesvaardigheid schiet op die en die punten tekort”.

De wijzigingen die Wallage nu voorstelt zijn heel wat formalistischer. Ze gaan vooral in op de vrijheid die scholen vanaf augustus 1992 via het zogeheten formatiebudgetsyssteem krijgen om een eigen personeelsbeleid te voeren. Als de voorstellen worden aangenomen krijgen ouders, leerlingen en leraren een aantal mogelijkheden om dat beleid te beinvloeden: behalve inspraak over gratificaties en fusies krijgen ouders, leerlingen en leraren ook adviesrecht over het formatieplan van de school, het overzicht van de taken en het aantal lesuren van de leraren. Als dit formatieplan bijvoorbeeld ontslagen of een vermindering van taakuren tot gevolg heeft, hebben de leraren instemmingsrecht.

Dat de Wet Medezeggenschap Onderwijs moest worden veranderd, was al duidelijk toen het woord formatiebudgetsysteem nog niet eens bestond.

De wet dateert van 1982, elf jaar na de invoering in het bedrijfsleven van ondernemingsraden. In tegenstelling tot die raden kregen de medezeggenschapsraden in het onderwijs geen bevoegdheden: ze moesten die op het schoolbestuur bevechten. De achterliggende gedachte was dat het onderwijs niet te vergelijken was met het bedrijfsleven; behalve met personeel had een school immers ook te maken met ouders en leerlingen. Bovendien verhinderde volgens het CDA de Nederlandse vrijheid van onderwijs al te veel inmenging in de bevoegdheden van schoolbesturen.

Volgens M. Bergsma van het steunpunt voor medezeggenschapsraden van de onderwijsvakbond ABOP zijn de gevolgen van de nogal open wetgeving inmiddels even evident als desastreus: “Je hebt nu aan de ene kant scholen waarvan het bestuur het fenomeen medezeggenschap erkent. Daar wordt op tijd overlegd en heeft de raad een groot aantal bevoegdheden.

Aan de andere kant zijn er besturen die een fusie het liefst beklinken voordat de medezeggenschapsraad er lucht van krijgt. Die hebben het idee dat alleen het bestuur hoort te besturen.''

Het steunpunt van de ABOP is september vorig jaar in het leven geroepen en is vier dagen per week bereikbaar voor vragen, problemen en ondersteuning. Al bij de opening maakte ABOP-voorzitter E. Vogelaar bekend dat haar bond eigenlijk een ondernemingsraad in het onderwijs wenste. Wanneer scholen gaan functioneren als zelfstandige bedrijven, moet ook de medezeggenschap geregeld zijn zoals in het bedrijfsleven.

Als er geen wettelijk geregelde inspraak komt voor het personeel, kan een schoolbestuur straks naar willekeur ontslaan, met vakken schuiven en taken van leraren veranderen. De vier onderwijsvakbonden brachten hun eisen naar voren toen met de staatssecretaris werd onderhandeld over het formatiebudgetsysteem: als de medezeggenschap van leraren niet werd versterkt, was wat hun betreft het formatiebudgetsysteem van de baan.

De ABOP, die gisteren bijna de hele dag over de voorstellen van Wallage vergaderde, is nu diep teleurgesteld. Bergsma: “Bij de onderhandelingen over het formatiebudgetsysteem is afgesproken dat er meer medezeggenschap zou komen. Wij dachten daarbij vooral aan meer inspraak voor het personeel. Maar wat zie je nu: ook de ouders mogen straks meepraten over de gevolgen die een fusie voor hen kan hebben, zoals een stijgend leerlingental en nieuwe schoolsoorten in het gebouw.”

Wat de ABOP bovendien hindert is het in de voorstellen herhaaldelijk gebezigde woordje 'gevolgen': over de eigenlijke plannen voor een fusie of voor het formatieplan krijgen personeel noch ouders inspraak.

Dat blijft een zaak van het schoolbestuur. De bond voorziet “onontwarbare procedureknopen”, temeer daar ook na de wetswijziging de medezeggenschapsraad niet meteen maar pas na drie maanden bij de geschillencommissie terecht kan. Ook gaan scholen waar wel instemmingsrecht bij fusie en formatieplan gold, er door de wetswijziging op achteruit.

Het ABOP-bestuur heeft besloten om morgen, wanneer het jaarlijkse ledencongres begint, het agendapunt medezeggenschap naar voren te halen en er een uitgebreide discussie met de ABOP-achterban over aan te gaan. De andere bonden hebben deze week geen ledencongres en daardoor minder haast dan de ABOP met het formuleren van een standpunt. Ze hebben “voorlopige reacties”. Daarin zegt ook het Nederlands Genootschap van Leraren (NGL) “diep teleurgesteld” te zijn. Het NGL pleit als enige onderwijsvakbond al jaren voor een ondernemingsraad in het onderwijs. Net als de ABOP is ook de protestants-christelijke vakbond PCO gevallen over het woordje 'gevolgen', dat het fel begeerde instemmingsrecht bij fusies feitelijk torpedeert. Bij deze bond gaat net als bij de Katholieke KOV “het denken over een ondernemingsraad-achtige constructie door”.

Maar de bonden hadden het standpunt van de staatssecretaris kunnen zien aankomen. Toen Wallage anderhalf jaar geleden zijn geruchtmakende uitspraken deed over beoordelingen van leraren door leerlingen, zei hij ook dat leerlingen en ouders er op school “niet minder bij horen dan leraren”. “Als het om twaalf- tot zestien- of zeventienjarige leerlingen gaat, mag je de medezeggenschap niet beperken tot: waar mag je al dan niet roken in de school. (...) Een van de hoofdtaken van de school is de kinderen te leren volwaardig staatsburger te zijn. Wat leren ze van democratie op school? Wanneer de verhoudingen binnen een school autoritair zijn, kun je de kinderen ook niet goed voorbereiden op democratische verhoudingen in de samenleving.”

Ook tijdens de onderhandelingen over het formatiebudgetsysteem heeft Wallage laten weten de twee geledingen in de medezeggenschapsraad - enerzijds de leraren, anderzijds de ouders en leerlingen - niet tegen elkaar te willen uitspelen. De beide groeperingen hadden volgens hem evenveel rechten. En de instelling van een ondernemingsraad achtte de staatssecretaris, gezien de aanslag die deze zou vormen op de vrijheid van onderwijs, niet haalbaar. Het CDA zou net als in 1982 mordicus tegen zijn.

Maar volgens de bonden “realiseert de staatssecretaris zich onvoldoende dat na de invoering van het formatiebudgetsysteem de verhoudingen op scholen helemaal veranderen”. Als schoolbesturen meer te zeggen krijgen over de taken van het personeel, moeten niet alleen de leerlingen maar moet ook het personeel mondig kunnen zijn.