Nog geen vrede bij brug over Oder

FRANKFURT-ODER, 9 april - Halverwege de Friedensbrucke is het even doodstil. Op het spandoek staat vijf meter hoog in het Pools: Hartelijk welkom in Frankfurt aan de Oder. Het is maandagavond tien uur, wolken hangen voor de maan, het licht van een paar honderd meter verder glanst mat op het trage water van de rivier. Dat licht komt van de Duitse kant, waar grote militaire vrachtwagens staan, de manschappen van de Bereitschaftspolizei ernaast. Even roerloos staan er, met hun wapenstokken, plastic helmen en schilden, snel (uit Eisenhuttenstadt) aangevoerde ordehandhavers.

Aan het andere einde van de brug ligt het grensstadje Slubice in het donker na te schrikken van de gebeurtenissen van deze dag. Voor ik terugloop van een verkeerspleintje waar vandaan de automobilist volgens de borden verder kan naar Szczecin, Praag of Warschau, toont een oude Poolse dame op pantoffels me vanonder haar jas een slof Marlboro terwijl ze vergeefs driemaal tien vingers omhoog steekt.

Dan wordt de stilte door Duitse spreekkoren verbroken: Deutschland, Deutschland!, Auslander raus!, Sieg Heil! - dat zijn de kreten die in de Rosa Luxemburgstrasse, van de andere kant van de brug komen. Zoals deze kreten al de hele dag door het centrum van de vroegere SED-burcht Frankfurt aan de Oder hebben geklonken.

Bij nadere bezichtiging blijkt het akelige spreekkoor niet te bestaan uit oude hardleerse Duitsers, maar uit zo'n tweehonderd merendeels aangeschoten jongeren van 15, 16 a 17 jaar. Zeg de leeftijd van de Duitse F-side. Zij staan nu nog maar gewoon “agentje te pesten”, maar in de nacht van zondag op maandag, vrijwel direct nadat de Poolse visumvrijheid van kracht werd, hebben zij op en rondom de brug Poolse bussen en auto's aangevallen, soms in vermomming.

Bij charges van de politie en de Bundesgrenzschutz zijn gisteren enkele gewonden gevallen, de hele dag zijn arrestaties verricht.

Kortom, wat voor Bonn en Warschau een feestdag had moeten worden, werd in het wereldnieuws af en toe overschaduwd door de acties van deze groepjes jonge rechts-radicalen in grenssteden als Frankfurt-Oder en Guben. Zonder normen, zonder werk en in een land dat, als DDR in ideologisch, economisch en politiek opzicht ruim een jaar geleden totaal ontmaskerd werd. Zij zijn sterk, lawaaierig, agressief, dom en waarschijnlijk ook heel bang.

Pag. 6:

Nog geen vrede bij de brug over de Oder

Een paar maanden geleden liepen kanselier Helmut Kohl en de toenmalige Poolse premier Tadeusz Mazowiecki samen over de smalle Friedensbrucke in dit Oostduitse Frankfurt. De kanselier deed toen zijn best om Poolse angsten voor de Duitse eenwording te temperen en een volgende stap op de weg naar Pools-Duitse Aussohnung te zetten. Halvering van de buitenlandse schuld van Warschau, zoals intussen in de zogenoemde Parijse club van schuldeisers is afgesproken, en visumvrijheid voor Polen zouden daaraan bij moeten dragen. Ook die visumvrijheid, voor Duitsland en vijf andere EG-staten, kwam er, mede dank zij de druk uit Bonn op de sceptische Westeuropese partners in het Akkoord van Schengen.

Gisteren vierden ruim 90.000 Polen de eerste dag van deze visumvrijheid door massaal per trein of bus, of anders in de eigen Lada of Polski Fiat, de negentien Oostduitse grensplaatsen te passeren, aldus de Westduitse autoriteiten vanmorgen. Zomaar, op vertoon van het paspoort. Eigenlijk was dat getal lager dan de Poolse en Duitse grenspolitie hadden begroot. Veel grotere aantallen verwachten zij trouwens in het aanstaand weekeinde en nog meer in de komende zomer. Bovendien regende het gisteren bijna de hele dag, en er waren op veel plaatsen aanvankelijk lange wachttijden, legt een Duitse politieman uit.

Een mevrouw op leeftijd is het daarmee niet eens. Zij zegt dat zij zich de hele dag heeft geschaamd als Duitse. Volgens haar zijn veel Polen weggebleven omdat zij 's morgens van het gewelddadige optreden van de Duitse 'skinheads' hadden gehoord. Weer een andere oudere omstander geeft een soort economische verklaring voor de haat van de skinheads jegens veel Polen. Want, zegt hij, ze nemen als goedkope illegalen of pseudo-asielzoekers banen weg, ze verkopen de in Polen gesubsidieerde levensmiddelen, goedkope Poolse tabak en alcohol met dikke winst aan Oostduitsers. En velen van hen hebben zich als Fliegende Handler in Duitsland verdacht gemaakt, zegt hij ook. Hier lijken traditionele ressentimenten een traditionele verklaring te krijgen. “U moet die man niet geloven”, waarschuwt de mevrouw van zoeven me even later, “dat is een oude SED'er die hier graag zoveel mogelijk straatgeweld zou zien”.

Het rechts-radicalisme onder jongeren in de vroegere DDR, dat officieel niet bestond, was de afgelopen maanden hier en daar al duidelijk gebleken in grote Oostduitse binnensteden (die van Berlijn, Leipzig en Dresden bij voorbeeld) en langs voetbalvelden. Het ging vaak maar om kleine aantallen jongeren, net zoals deze avond in Frankfurt a.d. Oder. Maar voor het beeld van het verenigde Duitsland elders op de wereld kan hun bestaan veel meer uitmaken. Wat dat betreft leek het gisteren wel alsof minister Wolfgang Schauble ook het buitenland toesprak toen hij de rechts-radicale jongeren omschreef als “een extreme minderheid, een onaanvaardbaar randaspect in de Duitse maatschappij”. Hij moet hopen dat het daarbij blijft.