Nieuw onderzoek in strafzaak op Antillen

ROTTERDAM, 9 april - De rechtszaak op de Antillen waarbij het openbaar ministerie het voor het eerst in een strafzaak moet opnemen tegen Nederlandse advocaten, is gisteren voorlopig onbeslist geeindigd. De Antilliaanse rechtbank heeft gisteren na vier weken beraadslaging in een tussenvonnis beslist dat een gedeelte van het bewijsmateriaal in het gerechtelijk laboratorium in Nederland moet worden onderzocht.

In de strafzaak staat de Antilliaanse advocaat mr. Irving Moenier-Alam terecht omdat hij volgens het openbaar ministerie een Amerikaanse gedetineerde zou hebben geholpen te ontsnappen van Cura(c,)ao. Hij zou bovendien hebben geprobeerd de vader van de verdachte 50.000 dollar af te persen door te dreigen de verblijfplaats van de verdachte bekend te maken aan de politie. Hoofdofficier van justitie mr. D.A. Piar eiste vorige maand tegen hem acht maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

Volgens Alia Alam, vader van de verdachte en eveneens advocaat, probeert Justitie via het proces de carriere van zijn zoon die volgens zijn vader een goede kans maakte minister van justitie te worden, te breken. De Nederlandse advocaten mr. M. Moszkowicz sr. en mr. G. Spong werden door de vader gecontracteerd om zijn zoon juridisch bij te staan.

Een deel van het bewijsmateriaal tegen de verdachte bestaat uit cassettebandjes waarop valt te horen hoe de verdachte geld eist van de vader van de gedetineerde. De Nederlandse advocaten beweren dat met de bandjes is geknoeid. Ontlastende gedeelten zouden zijn gewist, aldus de raadslieden.

De rechtbank heeft nu besloten dat de bandjes - en ook brieven waarmee zou zijn geknoeid - in het laboratorium moeten worden onderzocht.

Moszkowicz zegt dat dit tussenvonnis “een diskwalificatie is van het onderzoek van de politie en rechter-commissaris”. Spong spreekt ook van een succes. “Zolang er geen veroordeling is, ben je als advocaat aan de winnende hand”, aldus Spong.