Militaire rechtbank in Zagreb met succes belegerd door Kroaten

ZAGREB, 9 april - In het centrum van de Kroatische hoofdstad Zagreb is het een hels kabaal. Bij het passeren van de wijk waarin in een militaire rechtbank bij verstek de Kroatische minister van defensie Milan Spegelj en nog zeven andere, wel aanwezige verdachten terecht staan wegens 'gewapende rebellie' laat elke automobilist in de maandagochtendspits zijn claxon flink loeien. Voor de deur van het gerechtsgebouw staan enkele duizenden mensen nationale liederen te zingen en leuzen te scanderen als “Generaals, schaamt u”, “We geven jullie niet meer te eten” en “Geef ons wapens”.

De versperring van enkele tientallen slaperige agenten van de Kroatische politie heeft de menigte allang omver gelopen, als om negen uur het proces begint. Volgens plaatselijke journalisten in het zaaltje kan de rechtbankpresident zich nauwelijks verstaanbaar maken.

De ploffen die hij hoort, zijn afkomstig van eieren die de demonstranten tegen de gevel werpen. Ook enkele ruiten gaan aan diggelen, maar het aantal stenen blijft beperkt want rijweg en trottoirs zijn geasfalteerd.

Het is voor het leger een belangrijk proces, omdat het bewapeningsmonopolie van de strijdkrachten in het geding is. Minister Spegelj en de anderen worden beschuldigd van de import, uit Hongarije, van tienduizend kalasjnikovs ter bewapening van de nieuw-opgerichte 'speciale eenheden', een soort legertje van de republiek Kroatie, die onafhankelijkheid van de Joegoslavische federatie - lees de gehate erfvijand Servie - nastreeft.

De Kroatische verdedigingslinie tegen de aanklacht munt niet uit door doorzichtigheid. De wapenimporten worden niet vierkant ontkend, wat ook moeilijk is omdat de Hongaren de leveranties hebben toegegeven en er zelfs hun excuus voor hebben aangeboden, maar anderszijds de 'bewijsvoering' in een Servische televisiedocumentaire over deze zaak in januari voor leugenachtig gehouden. Kroatische ministers van defensie worden geacht tegenover de federale militaire justitie immuniteit te genieten, vandaar dat de dag en nacht zwaarbewaakte Spegelj niet wil verschijnen. Van zijn kant beschuldigt hij het leger ervan zich onwettig 250.000 vuurwapens van de vroegere republikeinse 'territoriale troepen' te hebben toegeeigend, nadat eind vorig jaar de communisten in Kroatie na de eerste vrije verkiezingen uit de macht waren verdreven.

In de rechtszaal komt men vandaag aan dergelijke subtiliteiten niet toe. Om 9.40 uur besluit de rechtbankpresident wegens de 'omstandigheden' het proces tot onbepaalde datum te verdagen. De menigte buiten verneemt dat pas later, en groeit zienderogen. Dan blijken de politieautoriteiten van Zagreb plotseling te hebben besloten tot een energieker bescherming van het gerechtsgebouw. Onder gejuich van de demonstranten posteren zich enkele honderden man van de gewraakte 'speciale eenheden' voor het gebouw, bewapend met - o ironie - de omstreden kalasjnikovs, en trouwens ook met traangaspistolen, camouflagepakken, helmen, pistolen, wapenstokken en kogelvrije vesten.

Het geestdriftig zingen lijkt geen einde meer te nemen. “Een schijnproces van stalinistische snit” noemt president Franjo Tudjman even later de afgelaste bijeenkomst op zijn wekelijkse persconferentie in een van de vele overheidsgebouwen van Zagreb die in bouwstijl nog herinneren aan de eeuwen van Habsburgs bestuur.

Enigszins verrassend voor wie daarnet in Zagreb over straat liep, heeft de president positieve berichten over het federale leger. Dat zou zich niet meer verzetten tegen pogingen van de Kroatische politie om greep te krijgen op de dorpen en steden in de republiek, waar de Servische bevolking zich met barricades en onafhankelijkheidsverklaringen al sinds augustus verzet tegen het Kroatische gezag. Nog maar enkele dagen geleden heette het in Zagreb dat de tanks die bij Kroatisch-Servische botsingen tussenbeide kwamen, bezig waren met een sluipende Servische bezetting van delen van Kroatie.

Curieus zijn ook de gemengde gevoelens van de Kroatische president jegens zijn Servische collega Slobodan Milosevic. Enerzijds heet deze de inspirator van de Servische opstandelingen en het brein van de samenzwering tot het stichten van een 'Groot-Servie', ten koste van andere Joegoslavische deelrepublieken. Tudjman heeft trouwens nog een contra-argument voorhanden, mocht iemand de 'doos van Pandora' der grenzen tussen de republieken willen openen: in 1918, bij de stichting van het Koninkrijk der Serviers, Kroaten en Slovenen (later Joegoslavie geheten) was Kroatie twee keer zo groot als nu.

Anderszijds is Milosevic, gaat Tudjman verder, “democratisch verkozen” en beschikt hij over “de meerderheid in het Servische parlement”. De Kroatische oppositie die vindt dat de Kroatische president zijn tijd verdoet met onderhandelingen met de hier alom gehate Servier, moet niet vergeten “dat ook in oorlogstijd partijen met elkaar onderhandelen”, vindt Tudjman. En bovendien: “De Servische oppositie lijkt ten aanzien van de Kroatische kwestie nog veel extremer gedachten te koesteren”.

Oorlogstijd? Die gedachte is een 46-jarige metaalarbeider enkele uurtjes later geenszins vreemd, als hij zich voor de “vrijwillige, onbewapende” verdedigingsgroepen van Zagreb komt melden. De plakkaten waren zaterdag opeens overal in Zagreb op straat verschenen: meldt u aan voor de verdediging van uw vaderland. Dat kan in de wijkkantoren van het stadsbestuur, een dicht net over de hele stad, kennelijk een overblijfsel uit de tijd van de intensieve begeleiding van de burgers onder het oude bewind.

De dienstdoende ambtenaar noteert naam, adres, beroep en telefoonummer. Nadere instructies over doel en functie van de nieuwe groeperingen worden niet gevraagd en niet verstrekt. “Ik zie het als mijn plicht mijn vaderland te beschermen”, verklaart de metaalarbeider desgevraagd. “Ik kwam voorbij en ik dacht, laat ik me maar even opgeven”. Dat het om 'ongewapende' groepen gaat is voor hem niet zo van belang. “In dienst hebben we toch met wapens om leren gaan”. De ambtenaar moet hartelijk lachen om deze vraag van de Nederlandse journalist: “Natuurlijk gaat het om een gewapende strijd, als het erop aankomt”.

Een 24-jarige ingenieur in opleiding wil “onze democratie verdedigen”, en denkt niet dat Kroatie in de toekomst zich geheel los hoeft te maken van Joegoslavie. Een studeert aan de Kunstacademie: “Als kunstenaars zich al geroepen voelen, kunt u nagaan hoe ernstig de situatie is. Maar de huidige onzekerheid leent zich toch nauwelijks voor creatief werk of expressie”. Allen kunnen zich zeer wel een gewapende inzet voorstellen.

Rond het gerechtsgebouw zijn de grootste heethoofden naar huis, nadat de 'speciale eenheden' hen onder lichte schermutselingen enkele honderden meters hadden teruggedreven. De sfeer is nu bepaald genoeglijk tussen de Kroatische ordebewaarders en de honderden nieuwsgierigen die zich voor de barriere verdringen. Slechts af en toe bepleit een voorbijganger, dat het eigenlijk meer op de weg van de speciale eenheden zou liggen de militaire rechtbank te bestormen, in plaats van deze te beschermen.

De zwaarbewapende manschappen laven zich bij toerbeurt op het net binnen hun afzetting gelegen terras aan door omwonenden aangereikte koffie, broodjes en sigaretten. “De sfeer is goed”, meldt hun pelotonscommandant.“Dit is niet onze moeilijkste taak. Ach, dit is ons eigen volk, weet u”.