Lange rijen Irakezen staan voor Iraanse grens

TEHERAN- DIYARBAKIR, 9 april - Een stroom Iraakse vluchtelingen van meer dan 100 kilometer lang staat voor de Iraanse grens, aldus de Iraanse pers. Volgens het hoofd van de Iraanse Rode Halve Maan, Vahid Dastjeridi, verwacht Iran tegen het eind van de week een miljoen Koerdische en shi'itische vluchtelingen op zijn grondgebied te hebben. Hij voorspelde dat dit aantal nog tot 1,5 miljoen zal groeien. Irans VN-ambassadeur zei gisteren dat de toestand aan de grens verschrikkelijk is.

Iran heeft dringend gevraagd om internationale hulp om de vluchtelingen op te vangen. Washington liet gisteren weten geen plannen te heben rechtstreeks hulp te bieden aan de vluchtelingen aan de Iraanse grens, zoals het heeft gedaan met de Koerden aan de Turkse grens. Omdat “de situaties op de twee plaatsen enigszins verschillen (..) zal de manier waarop de internationale gemeenschap die situaties aanpakt ook verschillen”, zei een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken.

De woordvoerder zei ook dat de strijd in Noord-Irak tussen Koerdische guerrillastrijders en Iraakse regeringstroepen nog doorgaat, met name ten oosten van de stad Sulaymaniyah. Koerdische rebellen op hun beurt meldden dat Iraakse gevechtshelikopters gisteren het vuur hadden geopend op vluchtelingen op alle ontsnappingsroutes naar de Turkse en de Iraanse grenzen. (Reuter, AFP) (VO) Een onzer redacteuren voegt hieraan toe vanuit de Oostturkse stad Diyarbakir: De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken James Baker heeft gisteren de internationale gemeenschap opgeroepen tot een massale hulpactie voor de vluchtelingen die aan de troepen van Saddam Hussein proberen te ontsnappen. Wellicht om zijn Turkse gastheer Ahmet Alptemocin ter wille te zijn duidde Baker de vluchtelingen geen enkele keer uit eigener beweging aan als Koerden.

De Amerikaanse minister had tevoren samen met zijn collega per helikopter een kort bezoek gebracht aan het gebied op de Turks-Iraakse grens, waar zich ten minste 300.000 Koerdische vluchtelingen ophouden.

Baker en Alptemocin spraken na afloop in een verklaring hun afschuw uit over de “grote tragedie waaronder de Iraakse mensen hebben te lijden, de meesten van hen vrouwen en kinderen die met geweld zijn verdreven uit hun huizen en hun dorpen”.

Bij voortduring onderstreepten Baker en Alptemocin tijdens hun persconferentie in Diyarbakir dat het om een humanitaire aangelegenheid gaat. Pas toen Baker expliciet naar het Koerdische aspect van de tragedie werd gevraagd, erkende hij: “Naar mijn mening hebben ze politieke rechten (...) al staat dat niet gelijk aan de vestiging van een onafhankelijk Koerdistan. Maar ze zouden het recht moeten hebben om in vrede en in vrijheid te leven in het land van hun keuze, ze zouden het recht moeten hebben om te zijn vertegenwoordigd in de regering van dat land en ze zouden ook andere politieke rechten moeten hebben.”

Baker had veel lof voor Turkije: “Ik denk dat we niet mogen nalaten om de humanitaire inspaningen te erkennen die de Turkse regering zich al heeft getroost door het openen van de grenzen voor deze mensen, door ze binnen te halen en door ze hulp te verlenen vanuit de dorpen in de buurt.” Op de aanvankelijke weigering van Turkije om de vluchtelingen toe te laten ging hij niet in en evenmin als op het feit dat de vluchtelingen uitsluitend welkom zijn in een smalle grensstrook in een zeer bergachtig en ontoegankelijk gebied. Voorbijgaand aan de diepe teleurstelling bij veel Koerden over de Amerikaanse opstelling stelde Baker: “Slechts de edelmoedigheid en menselijkheid van het Amerikaanse en het Turkse volk evenals die van de internationale gemeenschap behoeden deze arme zielen voor wanhoop en een komplete tragedie”.