Koppeling tussen Europese Raad en de WEU is een feit

LUXEMBURG, 9 april - “Er zijn allerlei gekke dingen gebeurd vandaag”, verzuchtte een aangeslagen ogende minister Van den Broek gisteravond laat in een kil zaaltje op het uitgestorven vliegveld van Luxemburg. De minister van buitenlandse zaken en zijn staf waren onaangenaam verrast door de “overvalstactiek” die de Fransen (in de woorden van een diplomaat) op de extra Europese Raad hadden toegepast om de door hen gewenste koppeling tot stand te brengen tussen de overwegend economisch georienteerde Europese Gemeenschap en de op defensie gerichte Westeuropese Unie.

Eerder op de dag hadden kringen om Van den Broek het over een “belachelijk idee” om stante pede een WEU-vergadering bijeen te roepen. Er werd zelfs gesuggereerd dat de Nederlandse minister daaraan misschien niet zou deelnemen. Voor Van den Broek gold uiteindelijk de aanwezigheid - als waarnemer - van een Turkse vertegenwoordiger als voorwaarde voor zijn eigen deelname. “Het gaat nota bene over coordinatie van hulpverlening via Turkije. Het is beledigend de Turken daar niet bij te halen”, zo was het oordeel van de entourage.

Premier Lubbers leek er opvallend minder zwaar aan te tillen. Natuurlijk, zo gaf hij toe, het zou genant zijn geweest als de Turken er helemaal niet bij zouden zijn, maar het conflict tussen Nederland en Frankrijk over die kwestie noemde hij “echt volstrekt onbelangrijk”. “Daar moet je geen woorden aan vuil maken. Je wilt tenslotte snel aan de gang.”

Het verzet van minister Van den Broek tegen de coordinerende rol van de Europese Raad op het gebied van de buitenlandse en veiligheidspolitiek en tegen een rol van de WEU bij de uitvoering van besluiten van de Raad lijkt hiermee gebroken. Van den Broek is om verschillende redenen tegen een dergelijke uitbreiding van de bevoegdheden van de Europese Raad. Hij vindt dat Europese veiligheid een onderwerp is voor overleg met de Verenigde Staten binnen de NAVO.

Ook argumenteert hij dat het de Raad ontbreekt aan democratische controle en dat versterking van die Raad de bereikte communautaire samenwerking binnen de EG uitholt. De Europese Raad bestaat uit de leiders van de twaalf lidstaten: elf premiers en een staatshoofd.

Van den Broek is de enige minister van buitenlandse zaken van de EG die zich de afgelopen maanden om die reden heeft verzet tegen het Frans-Duitse voorstel om de WEU om te vormen tot een soort defensie-arm van de Europese Raad. In Luxemburg was de Nederlandse BZ-lobby dan ook de enige die ophef maakte over de ingenieuze Franse manoeuvre om direct al gestalte te geven aan deze vorm van integratie van de WEU in de EG. Zelfs de Britten zagen er gisteren geen been in om de koppeling EG-WEU tot stand te brengen. “Je gaat toch geen procedurele problemen maken als het gaat om de keus voor de Koerden”, zo was hun pragmatische redenering.

De WEU-vergadering zelf was gisteren overigens binnen een kwartiertje bekeken, zei Van den Broek later, ter illustratie van zijn opvatting dat hier voor de WEU eigenlijk geen rol was weggelegd. De WEU-ministers besloten de coordinatie van het transport van hulpgoederen te delegeren aan de chefs van staven en een werkgroep.

Maar het was wel een historisch kwartiertje: het was de eerste keer dat de WEU als defensie-organisatie een opdracht uitvoerde van de Europese Raad. Misschien is dit een moment waarop later zal worden teruggekeken als het eerste werkelijke teken van politieke karaktervorming van de Europese Gemeenschap.

Gisteren zijn in Luxemburg elf landen alvast begonnen met de uitvoering van het Frans-Duitse voorstel voor een Europese Politieke Unie (EPU), ver voordat de discussies in de speciale Intergouvernementele conferentie (IGC) over die unie zijn uitgekristalliseerd. Het verzet van de Nederlandse minister is daarmee gedegradeerd tot een voetnoot in de notulen.