Koerden staan positief tegenover 'zone'; 'Het is beter om in jullie land te sterven dan in tenten te leven

AMSTERDAM, 9 april - Ondanks de buitengewoon vijandige houding van de Turkse autoriteiten ter plekke tegenover de vluchtelingen uit Irak, waardoor steeds meer mensen op de hellingen en kammen van de bergen aan de grens om het leven komen, staan de Koerdische leiders positief tegenover het aanvankelijk door president Ozal geopperde en nu door het Westen overgenomen idee om in Iraaks Koerdistan een 'veiligheidszone' voor de bevolking in te stellen.

Deze veiligheidszone zou onder bescherming van VN-troepen moeten komen. Maar niets wijst er vooralsnog op dat dit voorstel snel door de Veiligheidsraad van de VN in een dwingende resolutie zal worden omgezet. Alleen een zodanige resolutie kan het bewind van Saddam Hussein dwingen om genoegen te nemen met deze unieke inbreuk op de soevereiniteit van een nationale staat.

Zo'n tijdelijk asiel in Iraaks Koerdistan biedt natuurlijk geen enkele politieke oplossing op lange termijn. Maar het biedt de Koerden wel een minimum aan overlevingskansen. Dat is daarom van zo'n groot belang, nu Saddam met meer terreur dan ooit tevoren zoveel mogelijk Koerden en shi'ieten probeert te verdrijven - een politiek die hij in het verleden ook al, zij het op iets minder massale schaal, heeft toegepast.

Om dat doel te bereiken werden de bewoners van de Koerdische en shi'itische steden die reeds ingenomen waren, bij honderden door de manschappen van Saddam uit hun huizen gehaald en op straat afgeslacht.

Daarom ook worden de kolonnes voortstrompelende vluchtelingen door de Iraakse legerhelikopters voortdurend met napalm gebombardeerd.

Massoud Barzani, de leider van de grootste Koerdische groepering KDP, riep een paar dagen geleden zijn volk - met name de jongeren - op om niet te vluchten. “Het is beter om in jullie land te sterven dan in tenten te leven”, zei hij. Gezien de gruwelen die zich in Koerdistan afspelen, is het de vraag of de bevolking naar dat advies luistert.

Symbolisch De Amerikaanse regering heeft intussen haar officiele toezegging gehonoreerd om met de oppositiegroepen in Irak van gedachten te wisselen. Volgens goed geinformeerde Koerdische bronnen hadden de ontmoetingen een puur ceremonieel karakter - geheel conform de eerdere aankondiging van Margaret Tutwiler, de woordvoerder van het State Department, dat de gesprekken “van symbolisch belang” zouden zijn.

Van tevoren had, aldus de Koerdische bronnen, het State Department de Iraakse gesprekspartners laten weten dat de gesprekken zich tot humanitaire kwesties dienden te beperken. Tevens werd meegedeeld dat de te ontvangen personen op individuele basis ontvangen zouden worden.

Inderdaad sprak een lage ambtenaar eerst met een paar shi'ieten en vervolgens met een Koerd - allen Amerikaanse staatsburgers van Iraakse afkomst die sinds lang in de VS wonen. Slechts in die capaciteit mochten zij over de problemen van hun volksgenoten in Irak spreken.

Hun was als gesprekspartner de onderminister van buitenlandse zaken John Kelly toegezegd - dezelfde man die een jaar geleden tegenover het Amerikaanse Congres met grote stelligheid verdedigde dat de VS hun goede betrekkingen met het Irak van Saddam Hussein moesten handhaven.

Kelly bleek echter “verhinderd te zijn - wegens reeds gemaakte afspraken die helaas niet afgezegd konden worden.”

De Amerikaanse staatsburger van Koerdische afkomst die op het State Department verscheen, was dr Najem Aldin Karim, een arts. Hij is lid van het Koerdische Nationale Congres, een organisatie van Koerdische Amerikanen. Hun politieke pressie-mogelijkheden zijn minimaal omdat er in de VS slechts tienduizend Koerden wonen, die bovendien nog slecht georganiseerd zijn en dus geen politieke invloed hebben. Koerdische pleitbezorgers werden twee maanden geleden haastig het State Department uitgeloodst; zij mochten in een nabij restaurant de Koerdische zaak bepleiten.

Ditmaal mocht dokter Karim wel het State Department betreden. Hij deelde zijn gesprekspartner mee dat hij niet namens de Iraakse oppositie kon optreden, maar gaarne bereid was de namen en telefoonnummers te geven van de leiders van het Iraakse Nationale Front (de overkoepelende organisatie van alle Iraakse politieke groeperingen), als de regering-Bush bereid was met hen in contact te treden. Hij kreeg van de ambtenaar het gebruikelijke antwoord: dat men de zaak op hoger niveau “zou bestuderen”.

Wild dier De leiders van de Koerdische politieke organisaties verwachten dat deze studie pas op Sint Juttemis zal worden afgerond. Zij zijn ervan overtuigd dat Saddam het groene licht van de Amerikanen heeft gekregen om de Koerdisch-shi'itische oppositie in Irak een kopje kleiner te maken, aangezien deze oppositie (die de overgrote meerderheid van het Iraakse volk vertegenwoordigt) door de bondgenoten van Amerika in de regio (Turkije en Saoedi-Arabie) als zeer gevaarlijk voor de stabiliteit in hun gebied wordt beoordeeld.

Een van de Koerdische leiders zei gisteren: “De geallieerden hebben in hun oorlog om Koeweit te bevrijden willens en wetens Saddams strijdkrachten slechts gedeeltelijk vernietigd. Zij hebben een levensgevaarlijk wild dier gewond en hem vervolgens vrij spel gegeven.

De Amerikanen zijn niet serieus als zij zeggen dat zij niet anders konden, dat zij machteloos zijn. Waren zij het niet, die de voorwaarden voor het staakt-het-vuren hebben gedicteerd? Wie waren de leiders van de oorlog? Die oorlog heeft Irak voor een deel ontmanteld en zijn soldaten zo vernederd dat zij voor de televisiecamera's de laarzen kusten van de Amerikanen die hen gevangen namen. Maar toen het Iraakse volk gehoor gaf aan de oproep van president Bush om in opstand te komen, waren de Amerikanen afwezig. Het lijkt er erg veel op dat zij Saddam in de gelegenheid wilden stellen het vuile werk voor hen te doen: af te rekenen met de anti-Saddam-oppositie in Irak.''

De meeste Koerdische leiders zijn ervan overtuigd dat de arabisten in het State Department uiteindelijk deze politiek hebben bepaald. Zoals een van hen opmerkte: “Zij stellen het voortdurend voor dat Amerika geen andere optie had dan toe te kijken. Zij zeggen dat de keuze voor Amerika uitsluitend was tussen militaire interventie en niets-doen, terwijl het in hun situatie zo gemakkelijk was iets te doen - door Saddam te bedreigen, door ons niet de voedselhulp te weigeren waarom wij hadden gevraagd, door een eind te maken aan het eindeloos bombarderen van de burgerbevolking in de steden. De arabisten stelden dat de keus is: 'Saddam of de chaos', terwijl in werkelijkheid Saddam en zijn terreur de bron van alle chaos en instabiliteit zijn.”

De verbittering is ook daarom zo groot omdat niet alleen de Amerikaanse regering, maar ook het Internationale Rode Kruis alle verzoeken van de Koerden om voedsel en medicijnen direct naar Koerdistan te sturen, afwimpelden. Voor zover er humanitaire hulp werd verleend, werd die naar Bagdad gestuurd: dat wil zeggen naar de Iraakse Rode Halve Maan die geheel onder controle van Saddam Hussein staat, en dus ervoor zorgde dat geen kruimel naar de Koerdische gebieden ging.

Even politiek gekleurd en even onbegrijpelijk vanuit humanitair standpunt is het volgens de Koerdische leiders dat vrijwel alle internationale hulp thans naar Turkije wordt gedirigeerd, terwijl Iran tot dusverre veel meer vluchtelingen heeft opgenomen en economisch niet in staat is hen adequaat op te vangen.