Donald Woods na dertien jaar terug in Zuid-Afrika

Impact: Donald Woods terug in Zuid-Afrika. Ned.1, 22.57-23.47u.

De blanke Zuidafrikaanse journalist Donald Woods, die zich eind 1977 gedwongen zag zijn vaderland te ontvluchten, keerde in augustus zes weken terug om met eigen ogen de ontmanteling van de apartheid te aanschouwen. Woods kon zijn ogen en oren maar nauwelijks geloven, zoveel bleek er te zijn veranderd. Maar tegelijk werd hem duidelijk dat het verdwijnen van de apartheid op zichzelf de problemen van Zuid-Afrika niet zal oplossen.

Het verslag van Woods' reis begint met een bezoek aan het graf van zijn vriend, de zwarte leider Steve Biko, die in 1977 na zware mishandeling stierf in een politiecel. Door de artikelen die Woods, indertijd hoofdredacteur van The Daily Dispatch, schreef over de dood van Biko, haalde hij zich de woede van de Zuidafrikaanse autoriteiten op de hals. Hij mocht zijn krant niet meer leiden, zijn woonplaats East London niet meer verlaten, geen openbare bijeenkomsten bijwonen en slechts door een persoon tegelijk bezocht worden. Hij werd door veiligheidsagenten voortdurend in de gaten gehouden en hij en zijn gezin werden herhaaldelijk bedreigd.

Inmiddels is Woods een beroemdheid geworden; door zijn spectaculaire vlucht, door zijn boeken maar vooral door de film Cry Freedom, die sir Richard Attenborough maakte over Woods en zijn vriendschap met Biko.

Fragmenten uit die film dienen in de documentaire als flash backs om de kijker in herinnering te brengen hoe anders de situatie in Zuid-Afrika dertien jaar geleden was.

In 1990 ziet Woods blanken en zwarten samen schaken in een parkje, hij spreekt met Mandela en hij neemt een kijkje in de Johannesburgse wijk Hillbrow, waar blank en zwart door elkaar wonen. Met Roelof Botha, als minister van buitenlandse zaken een prominent vertegenwoordiger van de Nationale Partij, neemt hij tijdens een wandeling de hervormingspolitiek van president De Klerk door. Ontspannen en gestoken in een poloshirt vertrouwt Botha de ooit als gevaarlijke communistenvriend en 'boerehater' gedoodverfde Woods toe dat “we veel verkeerde dingen hebben gedaan”.

Woods bezoekt de grauwe, troosteloze woonoorden, waar moord en doodslag aan de orde van de dag zijn. Hij spreekt met leden van een misdaadbende, hij dineert met jonge ANC-leiders, hij discussieert met blanken tijdens een barbecue, hij gaat langs bij Tutu, bij Buthelezi, bij Helen Suzman, bij een vertegenwoordiger van de Conservatieve Partij en bij zijn voormalige (uiteraard zwarte) huishoudster. En de inmiddels ook teruggekeerde communistenleider en ANC-er Joe Slovo verklaart, met op de achtergrond een groot gebouw van Shell, dat wat hem betreft ook in een socialistisch Zuid-Afrika plaats is voor de internationale oliemaatschappijen.

Woods is een buitenstaander geworden, ondanks zijn liefde voor dat verscheurde, prachtige land. En veel van zijn gesprekspartners zijn zozeer verbonden geweest met de oude orde (als vertegenwoordigers danwel als critici daarvan), dat het moeilijk voorstelbaar is dat zij na deze overgangsfase het nieuwe Zuid-Afrika kunnen belichamen. De documentaire belicht dan ook vooral het verdwijnen van het oude Zuid-Afrika; ze wekt nieuwsgierigheid naar het nieuwe.