De golfbewegingen van de olie

Dynamic International Oil Markets. Dissertatie van dr. Coby van der Linde. Amsterdam. 1991. Uitgeverij: Kluwer Academic Publishers Dordrecht.

Zal OPEC, de organisatie van olie exporterende landen, in staat zijn haar diepgaande interne meningsverschillen te overbruggen en door een krachtige, gezamenlijke strategie haar leden aan voldoende inkomsten te helpen? Het jongste besluit van de olieministers om de produktie marginaal te verlagen, heeft weinig effect gehad. De oliestroom - slagader voor de Golfstaten en een hele rij kleinere ontwikkelingslanden - blijft haar weg naar het dorstige Westen zoeken maar de prijs wil zich maar niet herstellen.

Op 12 maart, direct nadat OPEC na twee dagen moeizaam onderhandelen een mager akkoord bereikte, liep de prijs voor Amerikaanse en Noodzee-olie een dollar op maar intussen is ze weer naar hetzelfde niveau van 18,40 dollar afgezakt en voor een vat Midden-Oosten-olie wordt nog een a twee dollar minder op de internationale markten neergeteld.

Bij lange na halen de olieproducerende landen niet de richtprijs van 21 dollar die ze vlak voor de Golfcrisis waren overeengekomen.

Vergeten is de 'oorlogspremie' die de prijs in de herfst kortstondig opstuwde naar bijna veertig dollar. Het zwarte goud is veel te goedkoop geworden om de vele miljarden dollars die nodig zijn voor de noodzakelijke investeringen in de olielanden te bekostigen. Somber zijn de vooruitzichten voor het verarmde en vernielde Irak dat zijn schulden door het mislukte avontuur in Koeweit torenhoog ziet opgestuwd. Koeweit heeft zijn eerste oliebron geblust en zal dank zij zijn ijzersterke financiele positie over een jaar weer geld verdienen aan de produktie en raffinage van olie.

In juni volgt waarschijnlijk de echte testcase voor OPEC, wanneer een gezamenlijk produktieniveau voor het derde kwartaal van dit jaar moet worden afgesproken. Dr. C. van der Linde schetst in haar proefschrift Dynamic International Oil Markets een scherp beeld van de politieke en economische invloeden op het verloop van de olieprijs en de macht van OPEC van de jaren zeventig, die veranderde in onmacht door het gebrek aan dicipline van de lidstaten.

In potentie heeft OPEC alle kansen om weer een dominante positie te bereiken, door enorme oliereserves in het Midden-Oosten, de relatief lage produktiekosten in dat gebied en de toenemende wereldvraag naar olie. OPEC zou door een goed gecoordineerd produktie- en prijsbeleid tegen de eeuwwisseling in de helft van de wereldvraag kunnen voorzien, omdat de produktie in de rest van de wereld terugloopt. In de SovjetUnie daalt de oliewinning dramatisch terwijl de vooruitzichten voor herstel onzeker zijn. Ook in de Noordzee en de Verenigde Staten lopen de oliebronnen terug. President Bush heeft in zijn nieuwe energie-strategie plannen aangekondigd om het binnenlands verbruik sterk te verminderen en de produktie op te voeren. Maar de meeste Amerikaanse energieexporteurs twijfelen of dat zal lukken en verwachten zelfs een toenemende afhankelijkheid van olie-import voor hun land.

Volgens Van der Linde heeft zich de afgelopen jaren een splitsing binnen OPEC voorgedaan in haves en have nots: grote producenten als Irak en Iran streefden met de kleinere partners in het kartel naar een hoge olieprijs, terwijl Saoedi-Arabie, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Venezuela de voorkeur geven aan een hoge omzet bij een lagere prijs. Daardoor blijft de wereldvraag op peil en worden marginale producenten, die veel in hun produktie moeten investeren, afgeschrikt.

Bovendien hebben deze vier belangrijke produktielanden na de nationalisaties in de jaren zeventig grote nationale oliemaatschappijen opgericht. Die beginnen zich volgens Van der Linde te manifesteren als multinationals met enorme belangen in de raffinage en verkoop in eigen land maar ook in Europa, de Verenigde Staten en het Verre Oosten. Koeweit plukt daarvan nu de vruchten; het emiraat kan op zijn lucratieve buitenlandse bezittingen voldoende geld lenen voor de wederopbouw.

Een belangrijk gegeven is dat de winst op raffinage en verkoop van brandstoffen bij een hoge olieprijs onder druk komt te staan. Ook Venezuela heeft enorm geinvesteerd in zijn raffinaderijen en is bezig zijn belangen in de Verenigde Staten uit te breiden, zelfs zoveel dat het aan zijn eigen olieproduktie niet genoeg heeft en overweegt ruwe olie op de wereldmarkt te kopen.

Het meest interessante hoofdstuk in de dissertatie van Coby van der Linde beschrijft de drie grote golfbewegingen die zich sinds het lamp-olietijdperk halverwege de vorige eeuw in de olie-industrie hebben voorgedaan. In elke fase van zo'n cyclus doen zich korter durende fluctuaties voor, de zogenoemde marktcycli, omdat de produktieketen zich permanent instabiel gedraagt en een evenwicht tussen vraag en aanbod slechts zelden optreedt. Sinds de grote prijsdaling voor olie in 1986 zijn de exploratie-activiteiten afgenomen. Door de expansie van de vraag - vooral in de ontwikkelingslanden - en de onzekere toekomst voor investeringen is een cyclus van krappe olietoevoer in gang gezet, waarvan OPEC kan profiteren.

Anthony Sampson beschreef in zijn boek The Seven Sisters hoe de macht van de zeven grote oliemaatschappen erodeerde door de politiek van OPEC en de nationalisaties. Coby van der Linde voorspelt dat de Sisters weer aan invloed zullen winnen, door de poging van een aantal olielanden om ze te verleiden in de uitbreiding van hun produktiecapaciteit te investeren.

Hoe gevoelig die majors zijn voor het herwinnen van terrein, bleek vorige maand uit het antwoord van Shell-topman Van Wachem op de vraag of zijn concern een belang in Irak en Koeweit op prijs zou stellen: tientallen jaren hebben deze landen particuliere ondernemingen niet willen toelaten maar als dat nu verandert wilien wij het zeker onderzoeken. Twee partijen zullen in de komende cyclus van een krappe olievoorziening tot de dominante spelers behoren, concludeert Van der Linde: de grote maatschappijen en de produktielanden die hun capaciteit kunnen vergroten. Zij zullen zich aan de ene kant van de markt opstellen, met de 'prijshaviken'- de landen die blijven streven naar een hoge olieprijs - tegenover zich. Voor OPEC betekent dat een aanhoudend gevecht om de eenheid te bewaren en grote problemen bij het bepalen van een prijs- en produktiebeleid.