Budgettair spookbeeld

Traditioneel houden de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Hoge Raad en de Ombudsman een oogje in het zeil, om ervoor te zorgen dat ambtenaren en politici in Den Haag en omstreken het niet te bont maken. Vorige week schaarde het Centraal Planbureau zich nadrukkelijker dan ooit tevoren in dit rijtje van nationale bovenmeesters.

Directeur Zalm signaleert in de zojuist gepubliceerde verkenning van de vooruitzichten voor de Nederlandse economie tot het midden van de jaren negentig een nare geestverschijning. Het spook van de uitgavenoverschrijdingen waart rond door de collectieve sector. Hoe nu, in 1990 is van dat fantoom voor het eerst sinds jaren toch niets meer vernomen?

Anders dan zijn voorganger Ruding bleef minister Kok vorig jaar binnen zijn begroting. Dat lukte hem echter vooral, omdat als uitvloeisel van het regeerakkoord een aantal begrotingsposten (eenmalig) flink groeide. De kans dat de bewindsman en het kabinet dit wapenfeit herhalen lijkt gering. De komende jaren is elke rek uit de begrotingscijfers en de onderliggende tendens tot overschrijdingen bij de uitgaven is niet verdwenen.

Uit het Economisch beeld 1992 van het Planbureau blijkt dat de budgettaire zwendel in Den Haag groot blijft. Op papier bedroeg het financieringstekort vorig jaar 5,2 procent van het nationale inkomen; dit jaar komt het naar verwachting uit op 4,9 procent. Dit is al iets meer dan het regeerakkoord decreteert.

Het tekort is echter geflatteerd door de verkoop van staatsbezit, verschuivingen van betaaldata en versnelde belastinginning. Wordt hiervoor gecorrigeerd, dan beloopt het tekort zowel dit jaar als het volgend jaar 5,4 procent van het nationale inkomen. De oorzaak is dat alle thans voor de lopende kabinetsperiode voorziene tegenvallers zich al in 1992 in volle omvang manifesteren, terwijl het effect van de inmiddels zichtbaar geworden belastingtegenvallers volgend jaar het scherpste wordt gevoeld.

Om het tekort van de rijksoverheid terug te dringen tot de door de opstellers van het regeerakkoord beoogde 3,25 procent van het nationale inkomen (in 1994) moet de komende jaren nog zeer veel worden omgebogen. De afgelopen februari gepresenteerde en door de Tweede Kamer in hoofdzaken aanvaarde Tussenbalans bevat bezuinigingen en belastingverhogingen die samen oplopen tot zeventien miljard gulden.

Drie miljard is ingeboekt wegens de door het kabinet nagestreefde vermindering van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid. Omdat het kabinet tot nu toe in het midden heeft gelaten hoe dit doel kan worden bereikt, negeert het Planbureau deze post. Het gaat er bij zijn economische verkenning verder van uit dat de koppeling van de uitkeringen aan de CAO-lonen in stand blijft. Onder deze veronderstellingen zal het peil van belastingen en sociale premies in 1994 zijn opgelopen tot 53,5 procent van het nationale inkomen. Meer staat het regeerakkoord ook niet toe. Het tekort blijft steken op 3,75 procent, een half punt meer dan het regeerakkoord toelaat.

Afgelopen week stuurde minister Kok de collega's in het kabinet de gebruikelijke Kaderbrief, waarin de hoofdlijnen van de begroting voor 1992 worden geschetst. Als alles meezit kan - naast de al afgesproken maatregelen uit de Tussenbalans - worden volstaan met 3,6 miljard aan nieuwe ombuigingen. Wel is het nodig sommige in de Tussenbalans aangekondigde ingrepen versneld uit te voeren. Ook hoopt de bewindsman van Financien dat de aantrekkende dollar meer aardgaswinst voor de schatkist oplevert. De prijs van aan het buitenland verkocht gas luidt namelijk in dollars; hoe hoger de Amerikaanse munt staat, hoe voller de schatkist raakt.

Dat is mooi en aardig, maar Kok negeert daarbij glad het spook van de uitgavenoverschrijdingen. Hij dient de komende jaren nog te bewijzen dat hij beter op de schatkist kan passen dan zijn ambtsvoorganger Ruding. Wanneer de rente op de staatsschuld, afdrachten aan Brussel en werkloosheidsuitkeringen buiten beschouwing blijven, stegen de collectieve uitgaven onder Ruding met anderhalf procent per jaar.

Hierbij is gecorrigeerd voor de vertekenende invloed van de inflatie. Het volume van de collectieve uitgaven groeide in de jaren tachtig mede met anderhalf procent per jaar door omvangrijke niet-gecompenseerde overschrijdingen, die door twee CDA-VVD-kabinetten liefderijk werden toegedekt met de mantel van forse belastingmeevallers. Het CDA-PvdA-kabinet heeft het veel lastiger. Kok moet bewijzen dat sociaal-democraten wel op de winkel kunnen passen.

Het volume van de uitgaven mag in de periode 1991-1994 met krap een half procent per jaar toenemen. Anders gezegd, de toegestane volumegroei van de collectieve uitgaven is slechts een derde van de in het afgelopen decennium gerealiseerde anderhalf procent per jaar. Het Planbureau stelt in zijn analyse vast dat dit 'een schier onmogelijke opgave lijkt'.

Tenzij Kok zich ontpopt tot budgettaire ghost buster van ongewoon formaat, zal het spook van de budgetoverschrijdingen hardnekkig blijven opduiken. Hoogstwaarschijnlijk is dat het economische spookbeeld voor 1992 en latere jaren.