Zuster Glimlach en de boze wereld buiten de veilige kloostermuren

Voorstelling: Dominique van Rob de Graaf door Fact. Concept en spel: Ine Leytens; vormgeving: Martin van Poppel; muziek: Hans en Menno van der Zijpp. Tournee t-m 9-5.

Hoe ze er ook aan frunnikt en trekt, het lukt haar niet de uitschuifbare muziekstandaard in het gewenste model te krijgen.

Tenslotte staakt ze haar vruchteloze pogingen en frommelt de bladmuziek zo goed en zo kwaad als het gaat op de standaard. Arme, wereldvreemde Soeur Sourire. Het is een veelbetekenend ogenblik, een vingerwijzing Gods misschien: ze had zich nooit door haar stem moeten laten verleiden om het klooster te verlaten. Toch is ze niet uit ijdelheid gaan zingen, maar om de mensen, haar vrienden, gelukkig te maken.

Het zijn de woorden van Rob de Graaf, maar het is niet ondenkbaar dat Soeur Sourire haar uittreding uit het klooster van Fichermont inderdaad op een dergelijke manier tegenover zichzelf en haar kloosterzusters rechtvaardigde. Onder het pseudoniem Zuster Glimlach had de novice Luc Gabriel (geboren als Janine Deckers) in 1963 Dominique gemaakt, het liedje dat een wereldhit werd. Aangemoedigd door dit onverwacht grote succes besloot ze drie jaar later het kloosterleven vaarwel te zeggen en de mensen met haar liedjes te veroveren.

Over hoe het begon en hoe het misging - Soeur Sourire pleegde in 1985 met haar vriendin zelfmoord - heeft Rob de Graaf voor Fact een mooie, bijna poetische tekst geschreven. Dominique is geen reconstructie van de levensloop van de zingende non, maar een uit een aantal scenes opgebouwde voorstelling waarin Soeur Sourire haar droom ineen ziet storten: Himmelhoch jauchzend, Zum Tode betrubt.

De tragiek van de onfortuinlijke Soeur Sourire heeft tot een amusant melodrama geleid dank zij het lichtvoetige spel van Ine Leytens.

Leytens blijkt voor deze rol een uitstekend type: ze is aandoenlijk naief en de glimlach die op haar lippen ligt bestorven verraadt een blijde onschuld die in de boze wereld buiten de veilige kloostermuren ongepast is. De bril met het zware zwarte montuur lijkt een symbolisch hek dat haar verhindert een leven te leiden als de mensen in “de gewone wereld”.

Niet dat ze niet haar best doet. Ze heeft haar habijt verruild voor een lange broek met trui. Ze bezoekt zelfs een 'danslokaal' waar jonge mensen komen, maar dan verschijnt er opeens, “O, God, sta me bij”, een man die haar vastpakt en er is muziek, zo rauw en vulgair dat het lijkt alsof ze geelectrocuteerd wordt.

Nee, dan haar eigen liedje Dominique, dat klinkt plotseling zo eenvoudig en lief en ze maakt er frivole huppelpasjes bij, maar ach, ze kan niet op tegen het vette stemgeluid van Dolly Parton dat haar lichaam doet gloeien en trillen.

Soeur Sourire lacht en snikt en praat tegen zichzelf omdat ze twijfelt aan alles; al die tijd wordt ze gevolgd door een oog dat haar gadeslaat vanaf een hoog in de lucht gehangen televisiescherm. Het oog kijkt hoe ze zingt en hoe ze danst, het ziet dat ze naar de strop grijpt en dat ze uiteindelijk bovenop een trap verschijnt als een ster gehuld in wolken toneelrook. Het oog ziet alles, maar het geeft haar geen enkel teken.