Van Hooydonck de nieuwe held van het Vlaamse wielervolk

MEERBEKE, 8 april - Vanmiddag vergastte Edwig van Hooydonck de Vlaamse wielerjournalisten in zijn ouderlijke woning te Gooreind, nabij Wuustwezel, op koffie en gebak. Het is een traditie in Belgie dat de winnaar van een klassieker daags na zijn triomf open huis geeft voor de mensen die elkaar hebben bestreden in het mooiste, meest menselijke, meest bloemrijke verhaal over hun nieuwe held. De Vlaamse wielersport wordt gedragen door tradities, legendes en heldenverering, en Van Hooydonck - sinds gisteren tweevoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen - is de hoofdpersoon in het nieuwe hoofdstuk.

Van Hooydonck zal ongetwijfeld worden bijgeschreven als de nieuwe Vlaamse held. Hij is pas 24 jaar en wie dan al tweemaal de mooiste aller Vlaamse ronden heeft gewonnen, moet wel een plaatsje krijgen in de galerij der groten. Twee jaar geleden al waren te weinig superlatieven voorhanden om Van Hooydonck te eren. Hoe moedig de boomlange boerenzoon ook probeerde elke vergelijking met de grootste Belg aller tijden te ontzenuwen. Hij wilde niet als veel voorgangers de nieuwe Eddy Merkcx worden genoemd en liet bijna ter illustratie zijn tranen de vrije loop toen hij eenmaal met de overwinningstuil het erepodium had beklommen.

Een Flandrien kon Van Hooydonck moeilijk worden genoemd, zo'n renner uit ijzer die zonder een spoor van pijn en emoties de ontberingen van de Ronde van Vlaanderen had doorstaan. En nog altijd zullen de Belgen moeite hebben aandoenlijke Edwig als een held te eren. Natuurlijk, zijn geweldige tempoversnelling op de laatste kasseienheuvel, de Bosberg, maakte diepe indruk. En Van Hooydonck heeft misschien nog wel meer in zijn mars zoals zijn ploegleider Jan Raas wil doen geloven.

Maar hij blijft een twijfelgeval. Misschien zijn alle vergelijkingen met zijn illustere voorgangers wel per definitie misplaatst. Misschien waren de Flandriens wel niet zulke ijzervreters als de verhalen willen doen geloven, waren zij Van Hooydoncks die zich op de dag van de wedstrijd niet schoren om er een beetje ruig uit te zien. Het gezicht van de wielersport wordt bepaald door legendes. Boeiende anecdotes uit tijden dat de tv-camera - op de motor vooral - nog niet was uitgevonden, geschreven door fantasierijke mensen als de stichter van de Ronde van Vlaanderen Karel van Wijnendaele, die de sportieve daden gebruikten om het naar passie hunkerende volk te vermaken.

De afgelopen weken werd weer driftig geciteerd uit de 75-jarige historie van de Ronde van Vlaanderen. Het fraaie boek van journalist Rik van Walleghem herinnerde aan tijden toen de kasseien nog schots en scheef door elkaar lagen, toen de Koppenberg nog voor polemiek zorgde, toen De Vlaeminck de al gedwiskwalificeerde Maertens (hij reed op een fiets van een toeschouwer) nog geld bood om hem op sleeptouw naar de finish te nemen en toen heel Vlaanderen nog getooid met koerspet uit de cafeetjes kroop om de renners aan te moedigen. Geromantiseerde en gedramatiseerde ervaringen, waarmee de op publiciteit beluste organisatie van de Ronde van Vlaanderen de afgelopen week wel heel erg nadrukkelijk koketteerde.

In de 75ste Ronde van Vlaanderen viel niets waar te nemen waarmee de Vlaamse wielersport zo nadrukkelijk wordt geidentificeerd. Kwaremont, Kruisberg, Berendries, Taaienberg, Molenberg, Bosberg en de Muur van Geraardsbergen, het zijn gedenkwaardige kasseienheuvels weliswaar, maar ze werden door de renners bestegen als molshopen. Er school weinig Vlaamse symboliek in het wielerfeest. Nog altijd veel mensen op de been, maar bijna net zoveel Hollanders als Belgen. Gelukkig voor de Vlamingen was er wel een landgenoot als winnaar, want met een Deen, Duitser of Italiaan zou de 75ste editie een roemloos einde hebben gekregen.

Het was ook te mooi weer voor de Ronde van Vlaanderen om te kunnen beantwoorden aan de verwachtingen die de gezwollen verhalen van vroeger wekten. Een dreigend wolkendek, af en toe een harde wind, meer niet. Een peloton van 24 renners stuurde urenlang door het boerenlandschap, zonder een spoor van aanvalsdrift, gegidst door nota bene een Italiaan, Ballerini, een man met het postuur van een Flandrien, dat wel. Van Hooydonck toonde zich slimmer dan hij oogt en liet zich weinig zien. Hij was ook een beetje bang geweest, zou hij later verklaren, dat de pijn in zijn rechterknie weer zou opspelen.

Irritatie aan de pezen, als gevolg van overbelasting, hadden hem twee dagen op non-actief gezet. Na een behandeling door de fysiotherapeut en zijn kwetsbare knieen beschermend met halve broekspijpen was hij uiteindelijk toch van start gegaan.

Na een eerste demarrage op de Muur van Geraardsbergen begon bij hem het besef te groeien dat hij de Ronde van Vlaanderen voor de tweede maal kon winnen. De Duitser Golz, drie jaar lang een ploeggenoot, leek het beste bestand tegen de lange Belg. Maar op de Bosberg greep hij op identieke wijze als twee jaar geleden zijn kans. “Ze noemen me Eddy Bosberg”, verklaarde Van Hooydonck zijn voorkeur voor deze heuvel.

Hij heeft er al honderd maal getraind en kent iedere kassei van naam. En dat wist Golz. “Hij kwam nog tegen me zeggen. Ik ben bang voor je op de Bosberg.” De demarrage die volgde werd het hoogtepunt van de wedstrijd en redde de Ronde van Vlaanderen.

Zal Edwig van Hooydonck dan toch een groot renner worden? De 24-jarige Belg kent zijn beperkingen. Hij is allergisch voor huisstofmijt en moet daarvoor een keer in de twee weken een injectie halen. Als het warm weer wordt voelt Van Hooydonck de krachten afnemen. Misschien zijn er ook psychische problemen. Zijn ploegleider Raas herinnert er aan dat Edwig zeker een jaar onder de indruk is geweest van het ongeluk dat zijn vader overkwam. In september 1989 viel de man van een steiger en lag tien weken in coma. “Edwig woont nog bij zijn ouders”, weet Raas. “Hij is erg gehecht aan zijn vader. Ik denk dat hij een harde ervaring nodig heeft gehad om psychisch rijper te worden. Ik ben altijd erg voorzichtig met hem geweest. Maar geloof me dat hij in staat is ook Parijs-Roubaix en Luik-Bastenaken-Luik te winnen. En dat kunnen maar weinigen.”