Slachting dreigt voor de blanke kip; 'Saamtrek' Nederlandse Zuidafrikanen

“Precies, net de JOVD.” Mr. F. van Schaik, algemeen secretaris van de in 1963 opgerichte Nederlands Zuidafrikaanse Werkgemeenschap (NZAW), lacht ingetogen als in een vlaag van onbedachtzaamheid even de vergelijking met de liberale jongerenorganisatie wordt gemaakt. “Precies op dezelfde manier waarop de JOVD de koers van de VVD kritisch volgt, zo volgen de hier aanwezige representanten van de Zuidafrikaanse 'Rapportryers' de liberale politiek van president De Klerk.” “Alleen zijn wij niet meer zo jong”.

Het is zaterdagmiddag twee uur als de ongeveer tweehonderd NZAW-leden zich voor de jaarlijkse 'saamtrek' hebben verzameld in de grote vergaderruimte van een weinig dynamisch ogend zalencentrum in Driebergen. De schijnbaar ongerepte bossen en de vele prachtige villa's in de nabije omgeving, voorzien het gebouw echter van een statige allure.

De stichting NZAW werd ruim 27 jaar geleden opgericht om de politieke, sociale en culturele banden tussen Nederland en Zuid-Afrika te verstevigen. In de statuten is vastgelegd dat haar bestaan wordt gerechtvaardigd “door de historische verbondenheid tussen Nederland en Zuid-Afrika”. De stichting wil, naar eigen zeggen, “een platform zijn voor alle vredelievende Zuidafrikanen die hun boodschap in Nederland willen verspreiden”.

Over de plaats die de leden in het politieke spectrum innemen wordt niet gerept. Van Schaik blijkt de enige die daar iets over kwijt wil.

“Wij zijn in het verleden herhaaldelijk ten onrechte gekenschetst als een organisatie met een dubieuze bestaansgrond”, zegt hij, “en dat komt waarschijnlijk voort uit het feit dat onze achterban grotendeels afkomstig is uit politieke partijen die wel eens kleinerend worden gevat onder de noemer 'klein rechts'. Maar veel van onze leden zijn alleen maar bij die partijen aangesloten omdat ze van orthodox-christelijke huize zijn. Bovendien vindt u in onze gelederen ook veel VVD'ers uit de rechtervleugel van die partij.” Maar de meesten hebben, zo zegt Van Schaik, “alleen maar emotionele banden met Zuid-Afrika” doordat zij er familie of vrienden hebben wonen.

Zelfs de voorzitter houdt zich op dit punt op de vlakte, wat niet verwonderlijk is gezien de nieuwe aspiraties van de NZAW. “Door de grote veranderingen in ons geliefde Zuid-Afrika en het verdwijnen van de laatste apartheidswetten in het land, moeten wij ons voorbereiden op een grote stroom van nieuwe belangstellenden in de politiek.”

Vooraan in de zaal werpen enkele jongere 'leden' van de NZAW zich tijdelijk op als onbezoldigd kleinhandelaar. Getooid met speldjes en dassen, voorzien van de Zuidafrikaanse driekleur proberen zij, veelal onverrichterzake, de boodschap van 'de vereniging', zoals de stichting gemakshalve wordt genoemd, aan de man te brengen. De tafels die zij bemannen zijn rijkelijk bedekt met de meest uiteenlopende “voorlichtingsmaterialen”. Stickers en posters, voorzien van wervende teksten als 'I love Suid-Afrika', 'Handen af' en 'Honger geen zwarte Zuidafrikaan uit', dat verwijst naar “die vermaledijde”

economische sancties, hebben een plaats gevonden naast curiositeiten als cassettebandjes met 'boerse volksliedjes' en verzilverde lepeltjes, versierd met het Voortrekkersmonument.

Veruit de meeste aanwezigen vertegenwoordigen de oude garde van de ruim drieduizend contributanten tellende vereniging. “Het is ook niet meer dan normaal dat jonge mensen zich niet zo goed thuis voelen op een grijze-pakken-middag als deze”, meent voorzitter van Schaik.

“Onze jongeren gaan liever naar de braai, de barbecue die onder auspicien van onze vereniging elk jaar in augustus wordt gehouden.

Daar kunnen zij praten over politiek, maar er wordt ook gezongen en gedanst op het ritme van de disco.''

De Zuidafrikaanse ambassadeur heeft zijn opwachting gemaakt, al is dat meer een kwestie van beleefdheid dan van betrokkenheid. Hij moet ook snel weer weg, zo laat hij weten, want elders wacht hem een belangrijker gezelschap.

Het enige politieke geluid dat op de saamtrek te horen is, laat aan duidelijkheid niets te wensen over, ook al bedienen de twee Rapportryers zich van een voor velen onverstaanbaar Afrikaans: De vertegenwoordigers van de “links-achtige” Rapportryers-beweging, waarvan de leden niet ouder mogen zijn 35 jaar, houden een krachtig pleidooi voor instandhouding van de “nationale en culturele identiteit” van de “boeren” in hun land. Sommige landgenoten, “vooral zwartmensen” en “bruinmensen”, zeggen ze, bedienen zich “enkel en alleen” van de Engelse taal, omdat dit “statusverhogend werkt”, ook al kunnen zij zich prima in de officiele taal uitdrukken.

“De blanke gemeenschap vormt 'de kiep met de gouwe eiers', die dreigt geslacht te worden om de economische hervormingen betaalbaar te maken”, meent een hunner. “Dan krijgen we hetzelfde beeld te zien als in Nederland, waar de noden van mensen uit de u omringende landen steeds zwaarder gaan drukken op de Nederlandse gemeenschap.” Er wordt luid geapplaudiseerd. En er wordt gezongen: 'Ons sal lewe, ons zal sterwe- Ons vir jou, Suid-Afrika!'