Simpeler muziek dan straaljagergeluid van Motorhead is er niet

Concert: Motorhead. Bezetting: Lemmy Kilminster (bas, zang), Phil Campbell en Wurzel (gitaren) en Philthy Animal Taylor (drums). Gehoord: 7-4 Noorderligt, Tilburg. Herhaling: 8-4 Paradiso, Amsterdam.

Volgens Lemmy Kilminster bestaan er maar twee rockgroepen die de moeite van het beluisteren waard zijn: de Ramones en zijn eigen Motorhead. Beide groepen presenteren in feite een karikatuur van het genre dat ze hielpen creeren; de hardcore-punk van de Ramones en de eendimensionale heavy metal van het altijd ver boven de lawaaigrens spelende Motorhead.

De tijd dat kortgeknipte punks en langharige hardrockers elkaar niet konden luchten of zien, lijkt definitief voorbij. Ze zijn bijna niet meer van elkaar te onderscheiden, de fans in het verplichte uniform van gympies, spijkerbroek en t-shirt met het vaak in gothische letters uitgevoerde beeldmerk van de respectievelijke favorieten. Motorhead nam zelfs een lofzang op het repertoire in de vorm van een ultrakort punknummer in de typische Ramones-stijl. Het duurt nauwelijks langer dan een minuut en het bijzonder makkelijk mee te brullen refrein luidt 'R-A-M-O-N-E-S, Ramones!'

Simpeler muziek dan die van Motorhead is nauwelijks denkbaar. Op een straf beukend ritme slaan de twee gitaristen hun zwaar vervormde akkoorden aan, terwijl ook Lemmy's basgitaar klinkt als een schel knerpende sologitaar. Samen produceren ze een eentonig straaljagergeluid waar de hese stem van de boven zijn macht brullende Lemmy nauwelijks bovenuit komt. Zelf is Kilminster waarschijnlijk de laatste die zich daaraan stoort, want de voormalige bassist van de psychedelische rockgroep Hawkwind is aan tenminste een oor doof. Zelfs als hij gevoelig probeert te zingen, zoals in het met een eenzame cello opgeluisterde titelnummer van de laatst verschenen plaat '1916', klinkt hij als een moegeschreeuwde marktkoopman met een ongeneeslijke aandoening aan de stembanden.

Gevoel voor humor heeft hij, deze wandelende stripfiguur met het uiterlijk van een door de Californische zon gebruinde Hell's Angel.

“Dit is een liefdeslied,” beloofde hij voordat hij losbarstte in het quasi-romantische Love Me Forever, dat na een intro van voorzichtig getokkelde gitaren ontaardde in de gebruikelijke orkaan van lawaai.

Een spookachtige belichting en lugubere titels als Killed by Death konden niet verhullen dat de stoer ogende hardrockers waren gekomen om lol te trappen, bier te drinken en vrolijk op en neer te springen.

Muzikaal heeft deze tot op het bot uitgeklede en tot aan de pijngrens opgevoerde rock & roll weinig om het lijf, maar de verkoop van t-shirts was er ook dit keer niet minder om.