Resolutie V-raad tegen Irak

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nam vrijdagnacht resolutie 688 aan over de vluchtelingen uit Irak: De Veiligheidsraad, overwegende, dat hij in het kader van het Handvest van de Verenigde Naties verplichtingen en verantwoordelijkheden heeft voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, overwegende artikel 2, paragraaf 7 van het Handvest van de Verenigde Naties, ernstig bezorgd over de onderdrukking van de Iraakse burgerbevolking in vele delen van Irak, waaronder sinds kort de gebieden die worden bewoond door Koerden, hetgeen heeft geleid tot een massale stroom vluchtelingen in de richting van en over de internationale grenzen, en tot grensschendingen die een bedreiging vormen voor de internationale vrede en stabiliteit in de regio, diep getroffen door de omvang van het menselijk lijden dat daarvan het gevolg is, kennisnemend van de brieven die de vertegenwoordigers van Turkije en Frankrijk aan de Verenigde Naties hebben gestuurd op respectievelijk 2 april 1991 en 4 april 1991, eveneens kennisnemend van de brieven die door de permanente vertegenwoordiger van Iran op 3 en 4 april zijn gestuurd naar de Verenigde Naties, bevestigend de verbondenheid van alle lidstaten aan de soevereiniteit, territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Irak en alle andere staten in de regio, overwegende het rapport van de secretaris-generaal van 20 maart 1991, 1. veroordeelt de onderdrukking van de Iraakse burgerbevolking in vele delen van Irak, waaronder sinds kort de door Koerden bewoonde gebieden, waarvan de gevolgen een bedreiging vormen voor de vrede en de veiligheid in de regio; 2. eist dat Irak als bijdrage aan het ongedaan maken van de bedreiging van internationale vrede en veiligheid in de regio, onmiddellijk een einde maakt aan deze respressie, en brengt in dat verband de hoop tot uitdrukking dat er een open dialoog tot stand zal komen om zeker te stellen dat de mensenrechten en politieke rechten van alle Iraakse burgers worden gerespecteerd; 3. staat erop dat Irak internationale humanitaire organisaties toegang verschaft tot al degenen die bijstand nodig hebben in alle delen van Irak en hun voorziet van de nodige faciliteiten voor hun operaties; 4. vraagt de secretaris-generaal zijn humanitaire inspanningen bij Irak voort te zetten en verslag te doen, indien noodzakelijk op basis van een nieuwe missie naar de regio, over het lot van de Iraakse burgerbevolking, meer in het bijzonder van de Koerdische bevolking, die in alle mogelijke vormen te lijden heeft van onderdrukking door de Iraakse autoriteiten; 5. vraagt verder de secretaris-generaal alles in het werk te stellen, daarbij mede gebruikmakend van de diensten van de relevante VN-organisaties, om onmiddellijk tegemoet te komen aan de dringende noden van de vluchtelingen en de verdreven Iraakse bevolking; 6. doet een beroep op alle lidstaten en alle humanitaire organisaties bij te dragen aan deze humanitaire hulpoperaties; 7. eist dat Irak daartoe samenwerkt met de secretaris-generaal; 8. besluit zich voortdurend met de zaak bezig te houden.