Onzekerheid op de Golan

GOLAN, 8 april - “Ik ben er niet zeker van dat mijn kleinkinderen hier zullen wonen”, zegt Meir Monits mat. Hij is de loco-burgemeester van Katsrin, de drieduizend joodse inwoners tellende 'hoofdstad' van de Hoogvlakte van Golan. Na een lange uitleg waarom Israel dit gebied om strategische redenen nooit mag opgeven laat hij even het achterste van zijn tong zien.

Hoewel premier Yitzhak Shamir de verontruste bewoners heeft beloofd dat de Golan een integraal deel van de staat Israel zal blijven, voelt Meir Monits dat de toekomst van dit in juni 1967, tijdens de Zesdaagse oorlog, op Syrie veroverde gebied onzeker is.

De oorlog in de Golf heeft een nieuwe politieke constellatie in het Midden-Oosten geschapen, die zekerheden van vroeger op losse schroeven heeft gezet. “Vrede met Syrie grijp ik met twee gretige handen aan.

Maar dan moet de Golan wel in onze handen blijven. Als na twintig jaar blijkt dat de vrede echt is, kunnen we de Golan misschien opgeven. Als het eerder gebeurt zal dat het gevolg zijn van Amerikaanse druk'', zegt Meir Monits.

Een paar honderd meter van het kleine gemeentehuis storten bouwvakkers uit de druzen-dorpen op de hoogvlakte betonnen funderingen voor nieuwe woningen in Katsrin. Een lange druus, met een vette snor, die zich lachend Mohammed laat noemen - hij staat op anonimiteit - , voert als opzichter een groot ontwikkelingsproject in de stad uit. “De bouw gaat gewoon door. De joden geloven niet dat ze de Golan ooit zullen verlaten. Wat ik er van denk? De joden hebben dat niet in eigen hand.

George Bush is nu de koning van de wereld. Wat hij beslist zal gebeuren.''

Ook Muhsen Abu Sallah, de door Israel benoemde burgemeester van het druzen-dorp Massada tegen de berg Hermon, voelt nattigheid. Totdat de eerste geruchten over een mogelijke Israelisch-Syrische vredesdialoog opdoken zwaaide hij trots met zijn Israelische paspoort, dat hij in 1981 kreeg toen de toenmalige premier Begin besloot de Israelische wetgeving op de Golan in te voeren.

Als lid van het centrale comite van de Likud-partij wist hij uit betrouwbare bronnen dat zijn veiligheid als Israelische druus op de Golan verzekerd was. Met 120 andere druzen trotseerde hij zelfs de religieuze ban die de grote druzen-sjeiks over hem uitspraken.

Pag. 4:

Onzekerheid op de Golan na oorlog in Golf

Maar nu de Israelische minister van buitenlandse zaken David Levy in achtergrondgesprekken zegt dat de Golan bespreekbaar is, is burgemeester Abu Sallah als een blad aan de boom omgeslagen. Hij wil zo snel mogelijk van zijn Israelische nationaliteit af.

Tot voor kort verdedigde Muhsen Abu Sallah, als een zionist uit de voorste linie de Israelische aanwezigheid op de Golan. Nu zwijgt hij tegenover journalisten als het graf. “Ik heb niets te zeggen”, meldt hij zenuwachtig op de tweede verdieping van het gemeentehuis, dat vlak bij een uit zware basaltblokken opgetrokken Israelische militaire positie ligt. “De groten zullen beslissen”, zegt hij alleen. “Ik heb het druk. Ik praat niet.” Abrupt gaat terug naar zijn werkkamer.

Een snel aangroeiend groepje jonge druzen die goed Hebreeuws spreken is na bestudering van mijn perskaart wel bereid te praten, zij het anoniem. “Voor 1967 waren we Syriers en dat zijn we in hart en nieren gebleven. We willen allemaal terug naar Syrie, ook al is het niet een democratie, zoals Israel. Syrie is ons vaderland. Het is moeilijk in een land te leven dat niet het jouwe is, waar je je een vreemdeling voelt en als Arabier wordt gediscrimineerd.”

Het enthousiasme terug te keren in de schoot van Syrie wordt wel wat getemperd door de verachting van de groep voor de Syrische president Hafez al-Assad. “Wij zijn ziedend omdat hij Syrie in de oorlog heeft laten deelnemen aan de anti-Iraakse coalitie en Arabieren tegen Arabieren heeft laten vechten. Dat zullen we hem nooit vergeven. Als we het over terugkeer naar Syrie hebben bedoelen we uitsluitend aansluiting met ons vaderland en hereniging met onze families. Dat heeft niets te maken met het dictatoriale regime Hafez al-Assad”, zegt een ander.

Deze druzen-jongeren hebben hun twijfels of een Israelisch-Syrische vrede op basis van 'land tegen vrede' voor de deur staat. “Als Israel niet de hele Golan opgeeft doet Syrie niet mee”, stelt een omstander vast. “De Golan is trouwens zo belangrijk voor de Israeliers, dat ik niet inzie dat Israel dit gebied ooit voor vrede zal opgeven. In vrede tussen Israel en Syrie geloof ik dan ook niet”, zegt hij. Niemand uit de groep protesteert.

SOVJET-IMMIGRATIE

De komst van honderden Sovjet-immigranten naar de 32 joodse nederzettingen, met een totale bevolking van 10.000 zielen, en de zich weer koortsachtig ontplooiende bouwactiviteit op de Golan, na een lange stagnatie, sterkt deze jonge druzen in de overtuiging dat ze nog lang Israelische militaire voertuigen door de straten in hun dorpen zullen blijven zien trekken.

De soms hoogblonde Russische meisjes trekken bij de druzen sterk de aandacht. “Ik kan al wat Russisch praten”, zegt een knappe jonge druus . Wat, vraag ik. Hij schatert van het lachen maar houdt toch zijn lippen op elkaar. Na wat aandringen geeft hij zijn geheim prijs : “Ti krasivowoga givoska”, teken ik fonetisch op. “Je bent een mooi meisje”, vertaalt de Druus zijn eerste woorden in het Hebreeuws.

Gelogen Shaar Adam (30) biedt aan enkele belangrijke punten op de Golan te laten zien. “Die jongens hebben gelogen”, zegt hij onmiddellijk na het starten van de auto. “Ik zweer bij God dat meer dan negentig procent van de druzen niet naar Syrie terug wil. Maar ze zijn bang de waarheid te zeggen. De druzen weten dat zij onder Israelisch bestuur een grote economische bloei hebben doorgemaakt, terwijl hun familieleden in Syrie nog even armoedig leven als 24 jaar geleden.”

“Wij hebben alles: auto's, tractoren, en prachtige koelhuizen voor onze appels. Een grote mond over terugkeer naar Syrie is voor buitenstaanders bestemd, het is een manier om zich veilig te stellen in het geval de Golan weer onder Syrische heerschappij komt”, legt hij uit. “De blaam voor deze onzekerheid moet bij onze regering worden gezocht. Wie hecht er na de opgave van de Sinai-woestijn aan Egypte in ruil voor vrede nog geloof aan uitspraken van de Israelische leiders? Zeiden ze ook toen niet dat de Sinai voor altijd bij Israel zou blijven?”

Zullen de bij de joden en druzen gerezen twijfels over de toekomst van de Golan door de toekomstige bouw van 1600 woningen in Katsrin en de stichting van twee nieuwe nederzettingen worden weggenomen? Zal Israel de 2 miljard gulden opgeven die het sedert 1967 heeft geinvesteerd in civiele projecten?

VESTING

De lente heeft de Golan al veroverd. Bloemen en struiken bloeien weelderig in het afwisselende landschap. Maar het natuurschoon kan niet verbloemen dat de Golan een grote Israelische militaire vesting is.

Dertig procent van de kostwinners in Katsrin dient als beroepsmilitair in het Israelische leger op de Golan. In de strategisch verspreid gelegen nederzettingen steken bunkers even boven de grond. De inwoners moeten met de daar opgeslagen lichte en zware wapens geruime tijd kunnen standhouden bij een mogelijke Syrische verrassingsaanval.

Tijdens de Yom Kippur-oorlog van oktober 1973, toen Syrische tanks als koek door de verdedigingslinies sneden, kon de burgerbevolking onder extreem moeilijke omstandigheden maar net worden geevacueerd. Nu is er constant een zekere graad van paraatheid. Maar Israelische militaire specialisten weten te vertellen dat de Syriers een dermate sterke troepenmacht tegenover de Golan hebben liggen, dat zij bij een nieuwe verrassingsaanval in staat moeten worden geacht een deel van de hoogvlakte snel te heroveren.

Hoewel zich sedert 1974 langs de Israelisch-Syrische bestandslijn geen noemenswaardige incidenten hebben voorgedaan, blijft het Israels gevaarlijkste grens. Zou Katsrin een Syrische Scud-raketaanval kunnen absorberen? De lessen van de oorlog in de Golf worden in Katsrin in elk geval al in de praktijk gebracht. In de nieuwe woonwijken van de stad zullen op aandringen van het stadsbestuur geen buurtschuilkelders meer worden gebouwd. “De les van de Iraakse Scuds op Tel Aviv is dat de mensen in oorlogstijd geen tijd hebben om daar naar toe te rennen”, zegt loco-burgemeester Meir Monits. “Daarom krijgen de huizen en flats op ons aandringen nu uit zwaar beton opgetrokken veiligheidskamers, die ook chemische oorlogvoering moeten kunnen doorstaan.”