Modernisering samenleving vordert, maar nog lang niet snel genoeg; Turkse democratie: glazen huis

Veel mensen uit de wereld van de diplomatie en de internationale handel vinden Turkije een interessant land om enkele jaren te wonen. En net als J.J. Jonker Roelants, consul-generaal van Nederland in Istanbul, dat in zijn artikel in deze krant van 2 maart doet, gelooft menigeen dat Turkije zo langzamerhand modern genoeg is om bij het Westen te horen. Zestig jaar pro-Westerse opstelling zou eens beloond moeten worden door Europa.

Er is inderdaad sprake van beweging op alle fronten in Turkije. Het land bevindt zich in een overgangsperiode. Het platteland ontvolkt, terwijl de steden steeds meer uitpuilen. Dat brengt tal van sociale, economische en politieke ontwikkelingen met zich mee. Niet alleen feministisch maar ook islamitisch georienteerde vrouwen zijn op zoek naar een nieuwe identiteit. Arbeiders en bijvoorbeeld Koerden schudden de angst voor de repressie van de staat meer en meer van zich af en schromen niet langer om - weliswaar onwettige - demonstraties te houden en zo hun eisen kracht bij te zetten.

Ook internationaal doet Turkije van zich spreken. Onder leiding van president Turgut Ozal wil het land zich ontwikkelen tot een macht in de regio. De gedachte is dat dat vooral moet gebeuren aan de hand van sterke economische betrekkingen met de omringende landen.

Met de noorderburen gebeurt dat al in de vorm van het Zwarte-Zeeproject (een samenwerkingsmodel a la Europese Gemeenschap).

En het Midden-Oosten probeert Ozal nu warm te krijgen voor zijn uit 1987 stammende water-voor-vrede plan. Via pijpleidingen moet water uit de Turkse rivieren de Seyhan en de Ceyhan, die de Middellandse Zee uitmonden, naar het Golfgebied worden vervoerd. De Turkse president gelooft dat water op den duur net zo belangrijk voor dit gebied wordt als olie nu is. Bovendien vindt Ankara dat het zowel op politiek als op economisch gebied een voorbeeldfunctie kan vervullen voor de Arabische landen.

Turkije is er met zijn wereldlijke wetten en een bevolking die voor 99 procent uit moslims bestaat, immers als enige land in geslaagd om de kloof te overbruggen die er gaapt tussen de islamitische en de westerse wereld. Daarnaast heeft het als enige land in de regio een vrije-markteconomie. Met andere woorden: er zit voor het eerst sinds lange tijd dynamiek in de Turkse buitenlandse politiek.

Maar om nu te beweren dat dit het hele verhaal van Turkije is... Het is net als bij het kopen van een huis, nadat de gevel je aanspreekt ben je benieuwd naar hoe het met de rest van het bouwwerk is gesteld.

En om dat te controleren prik je met een schroevedraaier bijvoorbeeld zo nu en dan eens in een kozijn.

Maar de makelaar geeft ons in plaats daarvan een roze bril mee op onze inspectietocht.

Zonder alle verworvenheden die de afgelopen zestig jaar in Turkije tot stand zijn gebracht te willen kleineren, maak ik dan ook bezwaar tegen de tendens (niet de conclusie dat de culturele banden tussen Nederland en Turkije moeten worden aangehaald) van het artikel van de Nederlandse consul in Istanbul. Het beeld van Turkije dat hij daarin schetst leunt te zwaar op de positieve ontwikkelingen, zonder de misstanden en negatieve gevolgen te vermelden.

Ook de Turkse autoriteiten tonen zich stuk voor stuk steeds meer verbolgen over het feit dat het Westen maar niet wil inzien dat hun land zich op tal van fronten al kan meten met Europa. Voor wie de president geloven wil, behoort Turkije binnen een decennium zelfs tot de tien rijkste landen van de wereld.

Na de voorlopige 'afwijzing' van Europa en door de Golfcrisis realiseert de Turkse president zich nu sterker dan voorheen dat economische hervormingen alleen niet voldoende zijn om als Westerse natie te worden aangemerkt. Zijn nieuwe credo is dan ook dat na tien jaar van economische liberalisering de tijd is aangebroken voor politieke hervormingen. Hij heeft inmiddels dan ook een democratiseringsoffensief geopend.

De kritiek in Turkije op Ozal is dat deze hervormingen in eerste instantie niet zijn bedoeld ter verbetering van de positie van de Turken zelf, maar dat ze het democratische aanzien van het land moeten opvijzelen. Ozal wordt er dan ook van verdacht op een slimme manier te appelleren aan het knagende geweten van Europa. Want heeft Turkije in de Golfcrisis zijn nek immers niet ver genoeg uitgestoken en zich als een loyale partner van de geallieerden opgesteld. Ook Jonker Roelants schrijft immers dat de sympathie die Turkije nu geniet het klimaat schept voor een nieuwe aanzet in de Europese relatie met Turkije.

Moet je je evenwel niet in alle ernst afvragen wat je je bij een democratie moet voorstellen als het raderwerk van een land slechts in beweging kan worden gezet door een man? Muntaz Soysal, politicoloog en columnist van de liberale Turkse krant Milliyet (nationaliteit) vatte zijn kritiek op president Ozal onlangs als volgt samen: “Ook al heeft een persoon briljante ideeen, voordat hij een beslissing neemt moet hij experts raadplegen, zijn plannen in commissies ter discussies stellen en stemmen winnen in politieke organen.”

Mag je het werkelijke actieve politieke participatie uit de basis noemen - zoals de Nederlandse consul-generaal doet - dat mijnwerkers voor het eerst in meer dan een eeuw de straat op gaan om te protesteren tegen hun lage lonen en gevaarlijke werkomstandigheden?

Zou je het niet beter kunnen aanmerken als een daad van wanhoop? Want wat hebben deze mijnwerkers immers nog te verliezen?

Datzelfde geldt voor de Koerdische bevolking in Zuidoost-Turkije die door de Golfcrisis nog verder is verarmd. Demonstraties, die een reactie zijn van de brute wijze waarop de bevolking al jarenlang door de veiligheidstroepen en speciale teams worden geintimideerd, hebben ook de afgelopen weken weer enkele doden en tientallen gewonden opgeleverd.

Bovendien heeft nog geen enkele Turkse autoriteit een antwoord geformuleerd op de vraag waarom het folteren van verdachten onverminderd doorgaat. Waarom krijgen politieagenten de gelegenheid een arrestant te vernederen, zowel fysiek als psychisch. Of liegen soms alle honderdtwaalf mensen die het het afgelopen jaar hebben aangedurfd, openlijk te verklaren dat ze zijn gemarteld? En zijn de tien personen die de laatste maanden hun verblijf in een politiecel niet overleefden werkelijk uit het raam gesprongen, aan een hartaanval bezweken, gevallen of door zelfmoord om het leven gekomen, zoals de officiele verklaringen luiden? Het lijkt er zelfs een beetje op dat alle kritiek op het schenden van de mensenrechten in Turkije de autoriteiten steeds minder lijkt te storen.

Ozal is het type leider dat de ontwikkeling van Turkije in een stroomversnelling heeft gebracht, maar die zo hard rent dat hij maar al te vaak zijn dromen voor werkelijkheid houdt. En hij presenteert zich zo goed dat weinigen zich zo af en toe niet even overgeven aan zijn zoete woorden. De president claimt bovendien dat het tijdperk van de hervormer Ataturk nu ten einde loopt, dat Turkije onder zijn leiding een nieuwe weg inslaat.

Er is inderdaad veel gebeurd in de afgelopen tien jaren dat hij aan het bewind is, maar de manier waarop verschilt weinig van die van zijn voorgangers, zelfs van die van Ataturk. Veranderingen voltrekken zich nog steeds pas als de machthebbers, niet het volk, daarvoor de tijd rijp achten.

In tegenstelling tot in bijvoorbeeld Nederland komen wetten en wetswijzigingen dan ook niet tot stand nadat de publieke opinie zich een oordeel heeft gevormd. Integendeel. Wetten en regels fungeren als een hefboom, ze moeten een sociale, politieke of economische ontwikkelingen op gang brengen. Met als gevolg dat degene die een beroep doet op de wet in de praktijk de samenleving eerst nog moet hervormen. Vrouwen in Turkije weten precies hoe dat werkt, want ze hebben er dagelijks mee te maken. De democratie is ook zo'n glazen huisje. Wie er tegenaan schopt hoort gerinkel, want het bouwwerk is nog uiterst wankel. Maar de autoriteiten in Turkije zijn verontwaardigd dat we maar niet willen geloven dat we eigenlijk te maken hebben met een stevig gefundeerd flatgebouw van zeker twintig verdiepingen.

Wie werkelijk het welzijn van de Turken voorop stelt, doet er dan ook goed aan zich geen roze brillen voor schroevedraaiers te laten verkopen. Niet omdat het niet waar is dat er inderdaad veel ten goede is veranderd in Turkije, maar het is vooralsnog zeker nog niet genoeg.