LIEFDE VOOR AMERIKAANSE TOPSPORT

Donald Drost behaalde in zijn eerste seizoen als trainer-coach bij de hockeysters van de Amsterdamsche Hockey & Bandy Club het landskampioenschap. Gisteren was de moeizame zege met 2-1 op Bloemendaal voldoende voor de start van het feest in het Wagenerstadion. De blijdschap bij Drost werd echter enigszins overschaduwd door het verlies van Ajax tegen PSV.

Donald Drost is een Ajax-fan. Hij kan in verband met zijn werkzaamheden bij het hockey vrijwel nooit naar wedstrijden toe, maar bezoekt wel regelmatig trainingen. Drost zegt soms de bezieling bij de Ajacieden te missen. “Zo'n Vink kan een groot speler worden, maar hij is een dromer, is er soms niet bij met zijn hoofd.” Leo Beenhakker vindt hij een goede coach. “Maar hij zou in mijn ogen meer met details bezig moet zijn. Dek die man nou, oke, maar hoe dan?” Drost bekeek gisteravond PSV-Ajax temidden van hockeysters die in het clubgebouw van Amsterdam de landstitel vierden. “Romario, die smurf, maakte het verschil. Ik heb voor eerst iemand gezien die in een een-tegen-een situatie het van Menzo wint. Dat is grote klasse.”

Ex-international Drost, een fan van Johan Cruijff (“Hij denkt altijd drie stappen vooruit. Dat maakt hem vaak onbegrepen.”) is in alle vormen van topsport geinteresseerd en sinds een paar jaar in het bijzonder in die in de Verenigde Staten. “Daar heeft de sport alles.

Er komen veel mensen kijken, er is spanning en de organisatiestructuur is fantastisch. Alles is perfect geregeld. Als ik daar als honkballer aan slag kom, weet de tegenstander al mijn statistieken en dus ook mijn zwakke punten, fantastisch toch?''

Hij verslindt alles over de Amerikaanse sport, boeken, tijdschriften en kranten. Vrijwel dagelijks koopt Drost in de kiosk US Today en de Herald Tribune. Hij zegt de meest smeuige verhalen aan te treffen.

Bijvoorbeeld die van een topcoach uit het American football die een keer boos was op zijn ploeg na een slecht eerste deel van de wedstrijd. In de pauze deed hij in de kleedkamer zijn mond niet open, maar toen het belletje ging voor het tweede gedeelte riep hij alleen tegen zijn spelers let's go girls. Drost: “Alleen uit frustatie speelden die kerels toen de sterren uit de hemel.”

Volgens Drost is het van belang dat zijn speelsters weten hoe het er bij andere sporters aan toe gaat. Daarom vertelt de 29-jarige coach zijn hockeyploeg voor elke wedstrijd een anekdote, meestal uit de Amerikaanse doos. “Nederland heeft niet zo veel toppers, laten we eerlijk zijn. Van Basten, Gullit, Rijkaard, die zitten in Italie. Dus moet ik wel over de grens kijken.” Hij zegt toch ook wel ideeen uit de sport in Nederland op te pikken. Van de volleyballers keek hij de namen op de rug af. Amsterdam speelt er nu mee. “Dat heeft psychologische waarde. De tegenstanders herkennen je, kijken tegen je op.”

Met zijn wat betreft topsportmentaliteit hang naar Amerika zou Drost zich heel makkelijk onbegrepen en eenzaam kunnen voelen in het vrouwenhockey. Maar hij ontkent dat gedecideerd. “Vergis je niet, ik werk bij Amsterdam met toppers. Die meiden hebben de bezieling van professionals. Ze zorgen heel goed voor zichzelf. Als ze zich moe voelen gaan ze een avondje vroeg naar bed. Weet je hoe veel uur we per week trainen? Tien tot twaalf uur. En dat gebeurt naast studie en werk.” Voor de wedstrijd tegen Bloemendaal wijst Drost, uiteraard met Amerikaanse honkbalpet op het hoofd, met gepaste trots naar zijn speelsters die de warming-up afwerken. “Dat regelen ze zelf. Drie kwartier lang. Mooi om te zien, he?”

Bij Kampong, zijn eigen club, botste de gedreven Drost wel met sommige speelsters wegens hun instelling. “Daar werd tijdens het seizoen lekker vakantie opgenomen, zulke dingen.” Hij trok zijn eigen plan en dat leverde hem de nodige kritiek op. Drost: “Ik had bij Kampong vier a vijf speelsters die wel gedreven waren. Dus die gaf ik extra aandacht. Dat was natuurlijk ook niet goed, maar ik dacht van: laat ik in ieder geval zorgen dat deze groep er komt. Dat was ten minste iets.” Drost hield het na twee jaar voor gezien bij Kampong en verhuisde naar Amsterdam, gezien de behaalde titel met succes.

Drost zegt zich er niets van aan te trekken dat de top in het vrouwenhockey uitermate smal is. Zowel op nationaal als internationaal clubniveau gaat de strijd al jaren tussen Amsterdam en HGC. De rest blijft ver achter. “We hebben met de anderen niets te maken. We trekken ons eigen plan.” Misschien komt het dan voor de buitenwereld lachwekkend over dat Drost de eerste tegenstander van Amsterdam in het Europa-Cuptoernooi, het bij voorbaat kansloze Rasante uit Belgie, al in twee wedstrijden heeft bekeken. Een keer had hij zelfs de videorecorder bij zich. “Dat is helemaal niet zo gek”, reageert Drost. “Ik wilde zien hoe die ploeg de strafcorner verdedigt. Daar zou je met Pinksteren een kwartier voor nodig hebben gehad en dat scheelt doelpunten, belangrijke doelpunten.”

“Het kan straks om het doelsaldo gaan. Dan winnen wij misschien met 5-0 van Rasante en HGC met 8-0 en dan moeten we de laatste poulewedstrijd van HGC winnen om de finale te bereiken. En wie wordt daar dan op aangekeken? Ik, de coach. Ik word nu voor gek verklaard, maar als voetbalcoaches de toekomstige tegenstanders gaan bekijken kan dat wel. Waarom dan niet in het hockey? Als we tegen de Ierse vertegenwoordiger hadden moeten beginnen zou ik ook naar Ierland zijn gegaan.”

Donald Drost won als speler van Kampong als eens de landstitel en later ook de Europa Cup. Hij was een gevaarlijke maar beperkte spits.

Toch haalde hij het Nederlands elftal (9 interlands) en speelde mee tijdens het WK van 1986 in Londen. “Ik een beperkte speler?”, reageert Drost. “Absoluut niet. Ik was een meester in het aannemen van de bal en dat kunnen maar weinigen. Ik heb zeven jaar met Tommie van 't Hek achter me gespeeld. We voelden elkaar perfect aan.” Al op zijn 26ste jaar hield Drost het voor gezien met zijn actieve loopbaan.

“Ik had gewoon geen zin meer.” “Ik wist”, zegt Drost, “al heel vroeg dat ik coach wilde worden. Ik dacht als speler al over het spel na. Ik wil nu graag mijn eigen identiteit op mijn ploeg overbrengen. Ik ben aanvaller geweest en Amsterdam speelt altijd aanvallend. We hebben dit seizoen 87 keer gescoord. Dat is heel veel.” Hij zegt niet aan carriereplanning als trainer-coach te doen. “Ik weet alleen dat ik over anderhalve maand met Amsterdam om de Europa Cup moet spelen.” Hij bekent het wel een uitdaging te vinden om het eens in een andere sport te proberen.

“Maar dan praat ik over de hele verre toekomst.” Zijn grote wens is dan in de Verenigde Staten te werken. Hij zou er nu al graag stage bij een topclub willen lopen. De American footballers van de San Francisco 49'ers lijkt hem wat dat betreft het summuum. “Maar AC Milan of Barcelona is natuurlijk ook de absolute top. PSV? Nee, laat maar.

Volgens mij worden de spelers daar maar een beetje beziggehouden.''