Leraar wordt tureluurs van Struycken in zijn lokaal

Tentoonstelling: 'Stof en Geest'. T-m 20-5 in het Gymnasium Felisenum, Van Hogendorplaan 2, Velsen-Zuid. Open za. en zo. 13-17 uur, behalve op Koninginnedag, Hemelvaartsdag en 1e Pinksterdag. Entree: (f) 2.50. Catalogus (f) 35.

“Even een kunstwerk oppoetsen”, zegt de concierge. Hij verlaat zijn werkruimte vol ingeblikte en gestapelde vislucht en verdwijnt de gang in met een dot katoen om de bronzen koppen van Popeye en Olijfje te laten glimmen.

De koppen zijn van Thom Puckey en de blikken van Servaas. Ze maken deel uit van een van de aardigste tentoonstellingen met Nederlandse hedendaagse kunst die er sinds lange tijd te zien is geweest. Deze tentoonstelling, getiteld 'Stof en Geest', vindt niet in een museum, maar in een gymnasium plaats. Initiatiefnemer is dan ook niet een conservator, maar de kunstminnende rector Alex ter Braak van het Gymnasium Felisenum in Velsen-Zuid. '23 beeldende kunstenaars terug in de klas' luidt de ondertitel van het project.

Ter Braak wil met deze tentoonstelling tegengas geven aan de leus 'Kies exact'. “Kunst komt er op de meeste middelbare scholen bekaaid van af,” schrijft hij in de fraaie catalogus, “een anonieme prent in een wissellijst, een verkleurde poster op een prikbord en in het gunstigste geval een serie dia's van meesterwerken uit het verleden - met Van Gogh of Mondriaan als sluitstuk.”

Het wiskunde lokaal heeft een radicale verandering ondergaan. Peter Struycken, die niet bepaald bekend staat als wiskundehater, liet de wanden in twee verschillende tinten rood schilderen; boven de grijs geschilderde lambrisering zijn ze in zonnig rood, daaronder in een aarde tint. De plinten en ander houtwerk zijn zwart gemaakt. Op de gang legt Struycken zijn project uit. “Kunst is moeilijk”, schrijft hij, “je moet er een hoop van zien en weten voordat de voortdurend veranderde uitingen je iets zeggen.” Het liefst had hij het lokaal achttien maal van kleur veranderd; drie maal per jaar, zes jaar lang, als een cyclus voor de leerlingen. Maar de school zal ingrijpen op het moment dat de kleuren het rustigst zijn. Dan blijft het lokaal zo.

“De wiskundeleraar wordt er een beetje tureluurs van”, verklaart de rektor vol begrip.

In het klassieke talen lokaal staat een merkwaardige weegschaal van Rudi van de Wint. Het toestel dient om het soortelijk gewicht van de lach te meten. Op een schaal ligt een stapel boeken, op de andere een hoeveelheid lood. Het lachen van het publiek om Laurel en Hardy op een televisietoestel wordt omgezet in een vlam die de balans verandert.

Van de Wint heeft het lood wat minder zwaar gemaakt dan de boeken, de vlam brengt het zaakje weer in evenwicht.

In het lokaal waar zowel Duits als muziek wordt onderwezen heeft Moniek Toebosch haar 'Goethe-Cage' project uitgevoerd. Op alle stoelen staat de naam van een bekend Duits cultuurdrager onder wie Max Ernst, Marlene Dietrich, Erich Kastner en Kathe Kollwitz. Een atlaskaart van het huidige Duitsland heeft ze groot over de wand geschilderd, gedeeltelijk over de deur heen. Op de luxaflex voor de ramen staat een filosofische tekst van John Cage over de plaats en betekenis van geluid in een stuk muziek.

In de vensterbank bij klassieke talen staat een serie gelijkvormige vazen die als sokkel dienen voor associatieve vormen uitgevoerd in hetzelfde materiaal. Ze zijn gemaakt door Pjotr Muller. Er spreekt eerbied uit voor de klassieke vorm van de vazen en gelijktijdig een dubbelzinnig commentaar op de toegevoegde sculpturen. Zo van: sinds de Grieken is het weliswaar een zooitje maar dat is wel zo aardig.

In de boekenkast van de lerarenkamer staan voor de boeken een serie fotoportretten van leraren en leerlingen. Ze zijn zodanig verkleurd afgedrukt dat het lijkt alsof ze uit een ver verleden komen. Dit project heet 'Toekomstige herinneringen' en is gemaakt door Helena van der Kraan.

Het hele Felisenum Gymnasium is gevuld met toepasselijke maar ook met autonome kunst. In het lokaal waar Nederlands wordt gegeven en waar nu een paar gedichten van Hans Koetsier op de wand zijn aangebracht hebben leerlingen net een poezie-project achter de rug. Zelf gemaakte gedichten combineerden zij in een werkstuk met iets beeldends. Ze hangen weinig museaal aan de wand. Een anoniem jong dubbeltalent heeft een gat in een wit vel papier gemaakt en bewerkt met schroeivlekken.

Daarbij staat geschreven “Kunst. Wat is dit? Gevat is dat. Dat is gevat. Maar wat het is? Ik weet het niet”.