Iraakse vluchtelingen strompelen over grens

UZUMLU, 8 april - Mannen dragen bejaarden, vrouwen baby's en kinderen op hun rug, de kleren die ze aanhebben zijn veranderd in vodden. Veel van de zeker 50.000 Irakezen die op de vlucht voor het leger van Saddam Hussein in de Turkse grensplaats Uzumlu zijn aangekomen strompelen op blote, gezwollen voeten voorwaarts.

Boeren, onderwijzers, advocaten, studenten, guerrillastrijders zijn het. Koerden, Arabieren, Syrische christenen en Armeniers, met een ding gemeen: hun grote haat jegens de Iraakse president. “Saddam is een hufter. Kijk ons, we hebben niets meer”, zegt een huilende Ahmad Abdulrahhim, een Koerdische docent aan de universiteit van Dahuk. Zijn vrouw Jamile, een arts, draagt een jas over haar peignoir, die ze aanhad toen het gezin acht dagen geleden midden in de nacht moest vluchten.

Rena Zire, ook uit Dahuk, draagt haar zevenjarige zoon op haar rug, zijn voeten zijn in lompen gewikkeld. “Moge God Saddam vervloeken”, zegt het jongetje; hij heeft pijn door brandwonden die hij opliep bij een kampvuur.

In het ziekenhuis van Uzumlu wordt een man binnengebracht die bloedt uit wonden aan beide voeten. “Hij stapte vandaag op een mijn, vlak voor de grens”, zegt een verpleger, “zijn voet moet geamputeerd worden.”

Ali Aksit, een Turkse winkelier, is als vrijwilliger betrokken bij de opvang van de vluchtelingen. “We hebben gisteravond 45 mensen begraven in Uzumlu, de meesten waren kinderen die door de kou zijn gestorven. Hooguit vijf procent van de hulp die wordt afgeworpen komt op de goede plaats”, zegt hij.

Aardverschuivingen maken het zeer moeilijk voor de vluchtelingen de berg aan de grens over te trekken anders dan per ezel. Duizenden jonge Turkse Koerden dragen zakken vol met voedsel, schoenen en kleding de berg op. Muilezels zijn volgepakt met dekens. “Vanaf zes uur vanmorgen ben ik onderweg”, zegt Bulent Basak uit het nabijgelegen Hakkari, “maar de hoeveelheid brood die ik bij me heb is te weinig.

De vluchtelingen vallen ons aan zodra ze maar een stukje brood zien.'' (Reuter)