Hofschrijvers van Ceausescu keren terug

ROTTERDAM, 8 april - Al ten tijde van Nicolae Ceausescu was de Roemeense literaire gemeenschap een slangenkuil. Wederzijdse kwaadsprekerij in de literaire bladen behoorde tot de vaste gebruiken en processen wegens plagiaat of andere kwalijke zaken kwamen voor.

Sinds Ceausescu's val in december 1989 is deze traditionele verdeeldheid nog versterkt als gevolg van de politieke polarisatie in de samenleving: de vraag of, en zo ja in welke mate, iemands vroegere pennevruchten in dienst hebben gestaan van de algehele ophemeling van Nicolae Ceausescu wordt een nieuwe meetlat voor de verdiensten van een schrijver. En aangezien Ceausescu in het verleden tot in absurditeit is opgehemeld wordt het debat (veel meer dan elders in Oost-Europa) gekenmerkt door een overdaad aan venijn: maar weinigen zijn brandschoon, en als dat zo uitkomt staat er altijd wel iemand klaar om een schrijver te herinneren aan zijn verleden.

Dat komt mede doordat belangrijke hofdichters van Ceausescu, notoire vleiers als de dichter Adrian Paunescu en de schrijver Eugen Barbu, inmiddels nieuwe onderkomens hebben betrokken en van de prins geen kwaad meer weten: ze hebben collectief hun verleden vol goedbeloonde lofzangen op de Conducator aan de kant gezet en een nieuwe literaire of politieke richting gekozen. Paunescu leidt weer een literair tijdschrijft en Barbu geeft het extreem nationalistische blad Romania Mare uit, dat een permanente kruistocht voert tegen de Hongaren (“barbaren uit de Russische steppen, als gast gekomen en nooit meer weggegaan”). Barbu is in oktober vorig jaar zelfs uit de Schrijversbond gegooid wegens de “fascistische tendens” van Romania Mare.

Het literaire debat stond vorige week in het teken van de dichter Nichita Stanescu (1933-1983). Stanescu (“Ik ben niets meer- dan een bloedvlek- die spreekt”), boegbeeld van de Roemeense poezie, droeg zijn gedichten liever op aan Hegel dan aan Ceausescu en kan politiek niets worden verweten. De algemene teneur van het debat was niettemin deze: Stanescu is van ons - niet van jullie. Op 31 maart, Stanescu's geboortedag, maakten de meeste prominente frontstrijders uit beide literaire kampen zich ijverig meester van de gestorven dichter.

Zo had het Roemeense persbureau Rompres in het kader van een Stanescu-herdenking drie literaire kopstukken opgetrommeld om hun licht over hem te laten schijnen. Onder hen bevonden zich - een hele verrassing - Adrian Paunescu en Dumitru Radu Popescu. Zij hebben met elkaar gemeen dat ze in het kader van de jarenlange serviliteit jegens Ceausescu een ooit omvangrijk literair prestige zijn kwijtgeraakt.

Dumitru Radu Popescu was tot en met de revolutie van 22 december 1989 voorzitter van de Schrijversbond en heeft uit hoofde van die functie op bevel van boven jarenlang dissidente auteurs van hun lidmaatschap en daarmee hun broodwinning beroofd.

De “oppositie”, voor de gelegenheid verenigd in de Nichita Stanescu Stichting, herdacht de geboortedag van de dichter in diens geboortestad Ploiesti met een symposion onder de titel “De dichter, een getuige en een profeet”. Veertig schrijvers en dichters, onder wie prominente ex-dissidenten als Ana Blandiana en Mircea Dinescu (opvolger van Popescu als voorzitter van de Schrijversbond) trachtten er de naam van Stanescu te zuiveren van de smetten. En die waren er natuurlijk, al was het maar omdat uitgerekend Paunescu en Popescu zich met wijlen de dichter hadden beziggehouden.

Nicolae Breban, zelf ooit schrijver van een indertijd geruchtmakend 'dissident' boek dat hem zijn zetel in het Centraal Comite kostte, noemde Stanescu “de grondlegger van de grootste Roemeense school voor poezie sinds de oorlog” en onderstreepte de anti-totalitaire neerslag in Stanescu's werk. Anderen prezen het dissidente gehalte van zijn poezie, waarin poetische scheppingsdrang het had gewonnen van “censuur en zelfcensuur”.

Jozef Balogh, die Stanescu's gedichten in het Hongaars heeft vertaald, vond de dichter “geen Roemeen maar een Europeaan” en om aan te geven hoezeer Stanescu zich had verzet tegen het totalitaire regime riep de prominente dichteres Ana Blandiana, die zelf als een van de heel weinigen (met Dinescu) haar sporen heeft verdiend in de strijd tegen Ceausescu, in herinnering dat de studenten van Boekarest tijdens de revolutie van 1989 dichtregels van Stanescu op de muren van de universiteit schilderden terwijl de securisti hen beschoten: Stanescu was postuum een held of althans een spreekbuis van de revolutie geweest, ongeacht de vraag wat Paunescu en Popescu daarvan hadden gevonden.

Waarmee het belangrijkste resultaat van het debat niet eens Nichita Stanescu zelf of de merites van zijn werk leek te betreffen, maar de plotselinge terugkeer van Paunescu en Popescu in het zonnetje van de publiciteit. Die terugkeer heeft in het instabiele Roemenie weer velen aan het schrikken gebracht.

    • Peter Michielsen