Groeivertraging brengt rentedaling

ROTTERDAM, 8 APRIL. De twee korte paasweken blijken lang genoeg te zijn geweest om de financiele markten tot bezinning te brengen. De meeste obligatiemarkten kwamen tot de overtuiging dat de Duitse en Amerikaanse economieen minder groei zullen vertonen dan aanvankelijk werd aangenomen.

Dit had onder andere tot gevolg dat de rente op de Nederlandse kapitaalmarkt met die van Duitsland een daling van bijna 15 basispunten liet zien. In zekere zin opmerkelijk was dat ondanks de op tweede Paasdag gepleegde moord op Treuhand voorzitter Rohwedder geen extra risicopremie aan de effectieve rendementen van Duitse staatsleningen moest worden toegevoegd. Wellicht dat de vlak voor het paasweekeinde gepubliceerde indicatie van een met 0,1 procent tot 2,7 procent afgenomen Duits inflatiecijfer voor de maand maart voldoende tegenwicht bood.

Een andere opmerkelijke zaak was het feit dat de gulden tegenover de D-mark bijna onophoudelijk zwak bleef. De marges waarin dit zich voltrok waren overigens zeer smal waarbij zowel De Nederlandsche Bank als de Bundesbank de tarieven voor speciale beleningen onveranderd lieten. De afgelopen week zal de publicatie door het Centraal Planbureau van haar verwachting van een in 1992 tot 5,3 procent van het nationaal inkomen oplopend overheidstekort de gulden in de ogen van internationale beleggers er niet aantrekkelijker op hebben gemaakt. Dit temeer daar in het betreffende dubbelrapport de Nederlandse afhankelijkheid van de Duitse economie sterk werd benadrukt. Een valuta die binnen het EMS er relatief op vooruit ging bleek het Engelse pond: voor Pasen werd via een krappe geldmarkt aangehaakt aan de tot boven 1,90 gulden uitstijgende dollar, terwijl na Pasen het niveau van 3,35 gulden ondanks terugvallende dollar en geldmarktrente kon worden gehandhaafd. Voor onrust binnen het EMS noch voor rentesteun voor DMark en gulden hoeft echter niet direct te worden gevreesd.

Eurokapitaalmarkt Na het lange paasreces maakten de internationale obligatiemarkten zich op voor de vrijdag bekendgemaakte Amerikaanse werkgelegenheidscijfers, waaruit bleek dat van een zich herstellende Amerikaanse economie nog geen sprake is. De werkgelegenheid in de niet-agrarische sector daalde met 206.000 arbeidsplaatsen, hetgeen via de forse revisie van het februari-cijfer (van -184.000 naar -291.000) tot een werkloosheid van 6,8 procent (+0,3 procent) leidde. De uit dit tegenvallende cijfer voortvloeiende koerswinsten op de obligatiemarkten waren echter van korte duur. Nadat de Fed indiceerde dat het werkloosheidscijfer niet zou resulteren in een verlaagde federal funds rate werd het grootste gedeelte van de winsten afgeroomd, getuige het met slechts 2 basispunten tot 8,17 procent gedaalde rendement van 30 jaars treasuries. Blijkbaar heeft een stabiel ecart tussen geld- en kapitaalmarktrente, nu al enkele weken schommelend rond een niveau van 2,30 procent, de hoogste prioriteit.

Op de eurokapitaalmarkt bestreken afgelopen week veel debiteuren een groot gedeelte van het valutaspectrum. Dat dit in lijn was met de ontwikkelingen gedurende het eerste kwartaal bleek uit de vorige week gepubliceerde statistieken. Het totale, in dollars uitgedrukte, emissievolume bedroeg 63,5 miljard, tegenover 43 miljard dollar in dezelfde periode van 1990. Het hoge emissievolume kan worden gezien als resultante van een zich dankzij het einde van de golfoorlog ontladende spanning op de obligatiemarkten. Met de oorlogs-onzekerheid als uitgangspunt werd deze spanning aan de aanbodkant veroorzaakt door een steeds groter wordende financieringsbehoefte als gevolg van uitgestelde emissies, terwijl aan de vraagkant de sterk gegroeide kaspositie van (institutionele) beleggers borg stond voor een goed emissieklimaat. Opvallend is overigens de groei die de Ecusector doormaakte: een dollarequivalent van 15,53 miljard tegenover 3,92 miljard dollar over het eerste kwartaal van 1990.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank Robeco