Geldnood leidt tot stille privatisering Frankrijk

PARIJS, 8 APRIL. Het besluit van de regering-Rocard om particuliere ondernemingen tot maximaal 49,9 procent te laten deelnemen in staatsondernemingen wordt in Frankrijk gezien als een koerswijziging van de socialistische partij en tevens als de erkenning dat de staat niet langer bij machte is om de grote verliezen van sommige nationale ondernemingen blijvend op te vangen.

In 1988 stelde Francois Mitterrand tijdens zijn campagne voor herverkiezing als president in zijn 'Brief aan de Fransen', die feitelijk fungeerde als het programma van de socialistische partij, dat tijdens zijn tweede termijn als president 'noch nationalisatie, noch privatisering' van ondernemingen zou plaatsvinden.

Het regeringsbesluit dat particuliere ondernemingen, Fransen en buitenlandse, tot bijna de helft mogen deelnemen in de staatsbedrijven betekent dat de volledige nationalisaties die na de eerste verkiezing van Mitterrand als president in l982 werden doorgevoerd, nu andermaal verder worden teruggedraaid. De belangrijkste reden voor deze koerswending: de staat kan niet alleen de openbare sector financieren.

De verliezen van staatsbedrijven als Bull (2,2 miljard gulden in 1990) hebben dat nog eens duidelijk gemaakt.

De nationalisaties van 1982, destijds het kernstuk van de socialisten, zijn gedeeltelijk ongedaan gemaakt door de gaullist Jacques Chirac toen deze in de tweede helft van de tachtiger jaren premier was. In 1986 bepaalde een nieuwe wet, opgesteld door de gaullistische minister Balladur, dat in een periode van vijf jaar 65 staatbedrijven zouden worden geprivatiseerd. Van dat programma kwam niet veel terecht als gevolg van de beurskrach van 1987.

Maar al enkele jaren eerder was duidelijk geworden dat de staat niet bij machte was om te kunnen voorzien in de behoefte van ondernemingen die veel kapitaal nodig hadden om de strijd tegen de internationale concurrentie vol te kunnen houden. Jacques Delors, de huidige voorzitter van de Europese Commissie, voerde als minister van economische zaken in 1983 al een wet in die voorzag dat particulier kapitaal tot maximaal 25 procent, maar zonder stemrecht, in de genationaliseerde ondernemingen zou kunnen deelnemen.

De 'noch, noch'-formule van Mitterrand haalde de angel uit het politieke debat, terwijl de privatisering stap voor stap voortging.

Begin l989 introduceerde de aluminiumproducent Pechiney 25 procent van de aandelen Pechiney International op de beurs om de aankoop van American Can te financieren. De belangrijkste verzekeringsmaatschappijen werden voor een kwart geprivatiseerd. Een belangrijke doorbraak volgde vorig jaar met het samenwerkingsakkoord tussen Renault en Volvo. De Zweedse onderneming nam een belang van 20 procent in Renault, maar kan dat uitbreiden tot maximaal 25 procent.

Voor dit arrangement was zelfs een wetszijziging nodig. De afgelopen jaren hebben tal van staatsondernemingen belangen in elkaar genomen en (minderheids)deelnemingen van particuliere ondernemingen aangetrokken, met als gevolg dat de staat op enkele uitzonderingen na nergens meer alleen de directe controle uitoefent.

De uitzonderingen zijn France Telecom en Electricite de France. Aan de andere kant zijn ook enkele bedrijven die in moeilijkheden verkeerden, zoals Framatome en de luchtvaartmaatschappij UTA, genationaliseerd.

De versoepeling waartoe vorige week is besloten maakt het mogelijk dat de staat op termijn kan bezuinigen bij steunoperaties. De afgelopen drie jaar heeft de regering in totaal zeventig miljard gulden gespendeerd aan ondersteuning van genationaliseerde ondernemingen. De komende twee jaar is de regering alleen al ruim twee miljard gulden kwijt aan steun voor computerfabrikant Bull en elektronicaproducent Thomson. Beide bedrijven zijn genoodzaakt op wat langere termijn kapitaal van elders aan te trekken.

De verdere gedeeltelijke privatisering is ook gewenst om Franse ondernemingen in staat te stellen zich aan te passen aan de schaalvergroting die het gevolg is van het streven naar een grote interne markt in de Europese Gemeenschap. Zo wil de staatsbank Credit Lyonnais zijn samenwerking met de Commerzbank, de op twee na grootste Duitse bank, intensiveren. Commerzbank zou een belang van 5 tot 7 procent in Credit Lyonnais willen terwijl de Franse bank voor tien procent eigenaar van de Commerzbank zou worden, aldus plannen die eind vorige week zijn uitgelekt.

In politieke termen wordt de versoepeling van Mitterrands 'noch-noch' gezien als een onontkoombare consequentie van de keuze voor de Europese samenwerking. De verdere aanpassing aan de 'soziale Marktwirtschaft' - het Duitse model dat in de EG het dominante is - is tevens een overwinning van de 'sociaal-democraten' binnen de Franse socialistische partij zoals premier Michel Rocard, die al lang pleit voor een 'bescheiden staat'.