Dilemma (1)

Over het voor of tegen meer Engels in ons onderwijs- en opvoedingssysteem wil ik hier niet uitwijden. De houding van de 'Nothern Belgians' (ook wel gewoon 'Flemish' genoemd) is sinds lang bekend: tegen indien de argumenten louter om economisch-financiele redenen aangevoerd worden: je hoereert niet met je eigen cultuur om geldelijk gewin.

Marc Chavannes ondersteunt zijn pleidooi voor 'tweetalige educatie'

met vier argumenten (NRC Handelsblad, 27 maart): kinderen uit gemengde gezinnen en landgenoten in het buitenland zouden goed tweetalig zijn, de Belgen zijn het sowieso, Samuel Beckett was het en de Zwitsers laten zich ook niet onbetuigd. - Uit onderzoek in Vlaanderen is gebleken dat kinderen uit gemengde gezinnen vaak een opmerkelijke taalachterstand hebben in hun 'eerste' taal en ook in de 'tweede' taal op termijn niet meer dan redelijk scoren. Ze worden in hun expressie door een Babylonische taalverwarring achtervolgd op het vlak van spelling en grammatica. - Landgenoten in het buitenland kunnen door hun dagelijkse contacten met de andere taal makkelijk hun kennis uitbreiden. Uit gesprekken met radio- en tv-correspondenten in het buitenland heb ik geleerd dat zij in de loop der jaren minder taalvaardig worden in hun moedertaal ten voordele van de 'nieuwe'

taal. - Met de stelling dat Belgen tweetalig zouden zijn (if they are honest) bewijst de auteur de situatie in Belgie niet te kennen of er geen idee van te hebben wat tweetaligheid voorstelt: vooreerst zijn de Franstalige Belgen op enkele ministers en afstammelingen van uitgeweken Vlamingen na, voor 95 procent Nederlandsonkundig (misschien denkt Chavannes dat alle Belgen Vlamingen zijn?) Maar ook langs Vlaamse kant is de situatie allerminst rooskleurig: regelmatig beklagen bedrijven en bedrijfsleiders zich over de gebrekkige kennis van het Frans van jonge afgestudeerden.

Schoolverlaters van het gymnasium kunnen nauwelijks een kort telefoongesprekje voeren, afgestudeerden van het technisch en beroepsonderwijs verstaan niet eens Frans! Onze groot- en overgrootouders - opgeleid in het Frans - waren tweetalig: ze spraken een Vlaams dialect en Frans. Sindsdien zijn we een halve eeuw verder in de tijd: Frans is een vreemde taal in Vlaanderen, zoals Engels en Duits in Nederland. - Het argument over Samuel Beckett snijdt al evenmin hout: Beckett was een letterkundige, iemand met talent, interesse en aanleg voor taal en een intellectueel bovendien. Moet hij een voorbeeld zijn voor de gemiddelde Nederlander van de toekomst? - De talenkennis van de gemiddelde Zwitser is trouwens ook niet beter dan die van de Vlaming: Zwitserland heeft meer toerisme en de werknemers in die sector kunnen uiteraard vlot overweg met verschillende talen. Maar maakt 'zich kunnen redden' of 'zich kunnen behelpen' van iemand een tweetalige? Tweetalig zijn betekent zich ook maatschappelijk en cultureel in de andere taal kunnen orienteren, er zich op z'n gemak kunnen gevoelen. Een bedrijfsleider die een spoedcursus Duits volgt gedurende drie maanden, is dus in dit opzicht aan het einde van de rit niet tweetalig. Het doordringen in betekent ook doordrongen worden van.

Pleidooien voor tweetaligheid hoort men zelden of nooit in landen waar taalproblemen zijn. Daar heeft men de handen vol met het zoeken naar oplossingen die het samenleven mogelijk blijven maken. Die moeizame strijd tegen onbegrip en wederzijds wantrouwen zou voor buitenstaanders een baken moeten zijn tegen lichtzinnig denken en vooral handelen.