De Koning der Humbugs

Op 7 april 1891 overleed circusexploitant, uitgever en zakenman P.T. Barnum. Hij noemde zichzelf Koning der Humbugs en Prins der Charlatans. "Hij was van alle markten thuis, maar in geen van zijn vaardigheden was hij werkelijk geniaal", concludeert criticus Leslie Fiedler in zijn epos 'Freaks' ( 1976), een boek over monstruositeiten. "Hij mag als miljonair zijn gestorven een zakelijk genie als Rockefeller was hij zeker niet. Zijn boeken hebben geen enkele literaire waarde. En ook al wordt hij gezien als de aartsvader van het circus, echte aficionados weten wel beter."

Dat laatste kan moeilijk worden tegengesproken. Het circus dankt zijn bestaan aan Philip Astley, de sergeant-majoor van het 15de regiment Lichte Dragonders, die al in 1770 proeven van zijn rij- en dressuurkunst liet zien. Maar de curator van het P.T. Barnum-museum in Bridgeport, Connecticut--het door de meester zelf opgerichte Barnum Institute of Science & History -- noemt Barnum "Een groot showman en bovenal een opmerkelijk negentiende eeuwse bouwmeester, die een grote bijdrage heeft geleverd aan de architectuur van Bridgeport." Nog belangrijker was Barnums rol als ontdekker en vertoner van vele exotische excentriekelingen en misgeboorten. Meestal waren de getoonde afwijkingen echt, maar even vaak verkocht hij knollen voor citroenen.

Al bij leven was Barnum als flessentrekker minstens even berucht als zijn (Nederlandse!) leerling Tom Parker, de manager van Elvis Presley, die mussen geel verfde en ze als parkiet verkocht. Zijn eerste grote ontdekking, Joice Heth, was al doorgestoken kaart. Deze blinde negerin werd door Barnum voorgesteld als de 161jarige kinderjuffrouw van George Washington. Uit het post mortem bleek evenwel dat zij hooguit 80 jaar geweest kon zijn. En dan was er de rechtszaak rond de Zwitserse vrouw met de baard Madame Clofullia. Een man sleepte Barnum voor de rechter en eiste zijn 25 dollarcent terug omdat hij meende dat de baard vals waS. De rechtszaak, waarbij familieleden van de vrouw als getuigen optraden, leverde Barnum enorm veel publiciteit op. Later bleek dat hij de man had ingehuurd.

De op 5 juli 1810 in Bethel (Connecticut) geboren Phineas Taylor Barnum toonde al vroeg zakelijke talenten. Hij organiseerde loterijen (waarbij onverkoopbare waar uit de winkel als prijzen diende), was uitbater van een fruit- en delicatessenzaak, bijbelverkoper, zakenbehartiger van de jongleur Signor Antonio en uitgever van de Herald of Freedom and Gospel Witness, een krant waarin Barnum zich uitsprak voor het opkomende feminisme en de afschaffing van de slavernij. Door medebiedende speculanten in diskrediet te brengen kon Barnum in 1841 het American Museum op de hoek van Broadway en Ann Street in Manhattan voor een zacht prijsje overnemen. In dit museum ("A Wondrous Study of Nature's Wildest Vagaries"), met diorama's van De Schepping, De Zondvloed en Een Storm Op Zee, traden jarenlang gedresseerde honden, buiksprekers dwergen, koorddansers en monstruositeiten op, waaronder een zeemeermin met het lichaam van een aap en de staart van een vis.

In 1842 maakte Barnum kennis met het dwergzoontje van de familie Stratton. Deze 'general Tom Thumb' (Klein Duimpje) kreeg onderricht in dansen, spreken en acteren en werd in korte tijd wereldberoemd. Samen met Barnum ging hij op audientie bij de groten der aarde. In Buckingham Palace speelde hij met de mini-poedel van Koningin Victoria en de driejarige Prins van Wales, die een kop groter was dan hij.

Nadat Thumb het dwergvrouwtje Lavina Warren ten huwelijk had gevraagd, werd hij ontvangen door President Lincoln. Toen deze vroeg wat Thumb van de burgeroorlog vond, antwoordde hij dat "mijn vriend Barnum het conflict met de zuidelijke staten binnen een maand zou hebben opgelost".

Thumb bood zelfs spontaan aan weer op tournee te gaan, toen Barnum door een speculatieve investering al zijn kapitaal verloor. Met de opbrengsten hiervan en van een essay getiteld 'De Kunst van het Maken van Geld' kon de inmiddels legendarische showman zijn oude landgoed terugkopen.

In 1858 moet Barnum met Thumb nog in Amsterdam zijn geweest. De toen 20-jarige dwerg was onder meer te zien in het Vaudeville Francais op het Singel, waar hij een rede over het huwelijk hield, een Schotse dans ten beste gaf en Napoleon imiteerde. Voor dat laatste werd hij in Londen zelfs gecomplimenteerd door de Hertog van Wellington, die de echte Napoleon in 1815 bij Waterloo had verslagen.

Behalve Thumb wist Barnum nog een groot aantal andere 'wangedrochten' op de kop te tikken, onder wie de dwerg Nutt (voor wie hij maar liefst 30.000 dollar overhad), de Siamese tweeling Chang & Eng, Rob Boy de langharige Albinoman, de Menselijke Lamp Alfonso, Poedelman Jo-Jo de Menselijke Dashond, de man met rekbare huid, de degens, dolken en horloges inslikkende Mrs. Clifford, de Hindoe met de twee lichamen en het opmerkelijke duo Tripp & Bowen. De een had armen maar geen benen, de ander wel benen, maar geen armen. Samen konden ze goed een tandem besturen. Als reuzen niet minstens 2.15 meter waren, konden ze onmiddelijk vertrekken.

Barnum was niet uitsluitend in menselijke curiosa geinteresseerd. In 1849 haalde hij de beroemde Zweedse coloratuurzangeres Jenny Lind (bijgenaamd de `Zweedse Nachtegaal') naar de Verenigde Staten. Zij had in Europa al zoveel triomfen gevierd, dat honden, dansen, porselein en zelfs sigaren naar haar waren genoemd. Kaarten voor de gala-opening in het Castle Garden Auditorium in New York werden via een veiling verkocht, zodat Barnum opnieuw een fortuin verdiende. Ook had hij een zakelijk aandeel in de verkoop van Lind-souvenirs.

Omdat zijn musea telkens tot aan de grond toe afbrandden, begon Barnum samen met de vader van Tom Thumb een rondreizende menagerie, die later zou uitgroeien tot Ringling Bros and Barnum & Bailey Circus, beter bekend als 'The Greatest Show On Earth' of 'Barnums Grote Morele Vertoning'. Voor deze shows werden leeuwen, Romeinse wagenmenners, Yangtze-krijgers, Chinees ballet, vuurspuwers en Tartaarse ruiters aangetrokken. De zestig circuswagens werden vanaf 1872 op speciaal ontwikkelde platte wagons door de Verenigde Staten en Europa vervoerd.

Wereldberoemd werd Barnum toen hij van de Londense dierentuin de olifant Jumbo kocht, het Britse troeteldier. Zelfs Koningin Victoria en de Prins van Wales spraken er schande van, maar de kritiek verstomde toen Barnum met Jumbo en het circus naar Engeland terugkeerde. Na de tragische dood van het dier is het skelet van de olifant nog jarenlang door het circus tentoongesteld.

In zijn laatste levensjaren liet Barnum zich nog hoofdzakelijk als bezienswaardigheid in de arena van zijn circus rondrijden, in een lange jas en een met kant afgezet overhemd. "I suppose you come to see Barnum, didn't you?" sprak hij tegen het publiek. "Wa-al, l'm Mr.

Barnum." Ook wilde hij nog wel eens over een touw struikelen, waarna hij onmiddellijk de pers optrommelde. "Vertel aan iedereen dat ik gewond werd bij een ongeluk", riep hij dan. Vergeefs deed de bejaarde Barnum een gooi naar allerlei functies binnen de regering van de staat Connecticut. In 1875 schopte hij het zelfs nog tot burgemeester van zijn woonplaats Bridgeport, maar dat ambt werd hem al na een jaar ontnomen. Een senatorschap werd tegengehouden door hem vijandig gezinde religieuzen, die zijn showactiviteiten niet konden apprecieren.

In 1901 reed het circus 'The Greatest Show On Earth' met liefst 67 spoorwegwagons en 1000 man personeel voor het eerst Nederland binnen.

Misprijzend schreef de NRC: "Alles is correct, stipt, zonder omslag, als mechanisch, maar dat brengt den eenvoudigen, verstandigen Hollander toch niet uit zijn sfeer." Tien jaar tevoren al was Barnum overleden aan de gevolgen van een hartaanval. Aan zijn oudste employes had hij in een grote gesloten kist in plaats van legaten enkele exemplaren van zijn omstreden memoires achtergelaten ('Het Leven van P.T. Barnum door Hemzelf geschreven').

Barnums dood werd gisteren in Bridgeport op sobere wijze herdacht. De erfgenamen van Barnum, zijn biograaf en Bridgeporters kwamen samen in het museum voor lezingen en muziek uit de aan Barnum opgedragen musical (enkele jaren geleden nog door Joop van den Ende in Nederland op de planken gebracht). Gewoontegetrouw werden op de Mountain Grove Cementery bloemen gelegd op het graf van Barnum en dat van Tom Thumb die naast hem begraven ligt. "Bridgeport zal Barnum nooit vergeten", verzekert curator Robert Pelton.

    • Jan Libbenga