Conferentie over afloop Golfoorlog chaotisch

UTRECHT, 8 april - Een conferentie van zo'n honderdvijftig vertegenwoordigers van maatschappelijke en kerkelijke groeperingen over de situatie in het Midden-Oosten na de Golfoorlog, is gisteren chaotisch geeindigd. Discussies over het Palestijns-Israelische vraagstuk en de Koerdische kwestie ontaardden in emotionele schreeuwpartijen.

De conferentie met de titel “De oorlog voorbij - Voorbij de oorlog”, georganiseerd door het IKV, Pax Christi, het Apostolaat van de oosterse kerken, NOVIB, het Nederlands Centrum Buitenlanders en de Rooie Vrouwen, was bedoeld tot onderlinge overeenstemming te komen over een gezamenlijk actieplan voor de problemen in het Midden-Oosten.

In een klaslokaal van het Bonifatius College in Utrecht, waar een werkgroep onder leiding van IKV-secretaris M. Faber discussieerde over de Koerdische kwestie en het Israelisch-Palestijnse vraagstuk, eindigde een discussie in tumult na een voorstel van de Iraakse Y.

Jawad de economische sancties tegen Irak te beeindigen. De Koerdische vertegenwoordigers reageerden woedend. “Schandalig, deze vrouw werkt voor Saddam Hussein”, aldus een van de Koerden. Waarna het gesprek in geagiteerd Arabisch werd voorgezet.

Even daarvoor moest dezelfde werkgroep onderbroken worden wegens een meningsverschil tussen vertegenwoordigers van het Palestina-comite en afgevaardigden van de Nederlandse afdeling van het Israelische Center For Peace in the Middle East (ICPME). Dit gebeurde nadat P. Demant van het ICPME tegen een vertegenwoordiger van het Palestina-comite gezegd had dat de Palestijnen hun kans op een eigen staat verspeeld hadden.

“Als jullie je nou gewoon neutraal hadden opgesteld tegen Saddam Hoessein, hadden jullie nu een eigen staat gehad.”

Op de plenaire slotzitting raakten de vertegenwoordigers van de werkgroep van M.J. Faber wederom met elkaar in conflict.

ICPME-secretaris H. Gelderblom vond “het niet verstandig” dat de rapporteur van de werkgroep een Palestijnse zou zijn. Zij doelde hiermee op L. Cotran, die lid is van het Palestina-comite. Cotran vatte dit op als “een persoonlijke aanval.”

W. Bartels van het IKV riep de mensen op om “alsjeblieft hier niet de Hollandse calvinist te gaan uithangen, en elkaar op punten en komma's te verketteren”. Anderen vonden het “een schandalige vertoning, een aanfluiting.” Voorzitter J. Glastra van Loon trachtte het rumoer te beteugelen door te dreigen met aftreden. Hij vroeg zich later vertwijfeld af “waaraan hij had meegewerkt”. Ook Bartels'

aankondiging dat het actieplan “niet te specifiek” zou worden, bracht de partijen nauwelijks nader tot elkaar.

Het actieplan, dat drie uur na afloop van de bijeenkomst bekend werd gemaakt, pleit voor humanitaire hulp aan de Koerden. Verder zou bij minister Van den Broek (buitenlandse zaken) aangedrongen moeten worden het Franse intiatief te steunen, waarin gesuggereerd wordt in VN-verband militair op te treden tegen de schending van mensenrechten in Irak. Voor de oplossing van het Israelisch-Palestijnse conflict moet eveneens in VN-verband een oplossing gezocht worden.