'Bulgaarse leider Zjivkov gaf bevel tot paraplumoord'; Andropov was aanvankelijk tegen KGB-assistentie

SOFIA, 8 april - De moord op de Bulgaarse schrijver en dissident Georgi Markov, die de geschiedenis is ingegaan als “de paraplumoord”, is gepleegd op direct bevel van de toenmalige Bulgaarse leider Todor Zjivkov.

Dat is vrijdag gezegd door de voormalige KGB-generaal Oleg Kaloegin, die eerder vorige week al zei dat de KGB de Bulgaren heeft geholpen bij het plegen van de moord. Markov, die werkte bij de Bulgaarse dienst van de BBC, werd in 1978 in Londen vermoord met een gifcapsule, die hem met een als paraplu gemaskeerd wapen in het been was geschoten. Volgens Kaloegin waren zowel het gif als de paraplu en de capsule de Bulgaren door de KGB ter beschikking gesteld.

In een vraaggesprek met de Bulgaarse televisie zei Kaloegin vrijdagavond aanwezig te zijn geweest toen Zjivkovs verzoek om KGB-hulp bij de uitschakeling van Markov door Vladimir Krjoetsjkov in de KGB-leiding werd gepresenteerd. Krjoetsjkov was indertijd chef van de inlichtingendienst van de KGB; hij is nu de hoogste chef van de Sovjet-staatsveiligheidsdienst. Het gesprek vond plaats in het kantoor van de toenmalige KGB-chef, Joeri Andropov, die later partijleider en president werd. “Krjoetsjkov vertelde Andropov dat er een verzoek om hulp bij de liquidatie van Georgi Markov was binnengekomen van de Bulgaarse minister van binnenlandse zaken, Dimitar Stojanov.”

Krjoetsjkov gaf Andropov de nodige achtergrondinformatie over Markov. “Bij het horen van dit verzoek stond Andropov op en begon door de kamer te ijsberen. Hij zei tenslotte: 'Ik ben tegen politieke moorden - ongeacht de vraag van wie het verzoek komt.' Krjoetsjov onderstreepte echter dat het verzoek afkomstig was van Zjivkov zelf en dat de Bulgaarse minister van binnenlandse zaken niet meer had gedaan dan het overbrengen,” aldus Kaloegin tijdens het vraaggesprek met de Bulgaarse televisie. “Hij voegde daaraan toe dat het afwijzen van het verzoek niet zou stroken met de nauwe relaties tussen de twee diensten. Tenslotte zei Andropov dat de KGB de Bulgaarse kameraden zou helpen met advies en materiaal zolang ze maar niet direct bij de zaak zou worden betrokken.” Kaloegin voegde hieraan toe bereid te zijn naar Sofia te komen om er tegen Zjivkov te getuigen.

Oleg Kaloegin, die chef van de contra-spionagedienst van de KGB was, werd vorig jaar door de KGB ontslagen nadat hij de dienst had beschuldigd door te gaan met het bespioneren van burgers.

Todor Zjivjkov staat op het ogenblik terecht op beschuldiging van machtsmisbruik en verduistering. De aanklacht heeft geen betrekking op eventuele moorden. In Sofia is vorige week gezegd dat de dossiers over de zaak-Markov in het bezit van de Bulgaarse geheime dienst zijn vernietigd.

De KGB heeft de Bulgaarse media naar aanleiding van de uitlatingen van Kaloegin beschuldigd van het schaden van de Sovjet-Bulgaarse betrekkingen. “Insinuaties en de speurtocht naar een nieuwe 'externe vijand' in de Bulgaarse media brengen schade toe aan de traditioneel vrienschappelijke betrekkingen tussen onze beide landen en zaaien wantrouwen,” aldus de KGB. (Reuter)