Benoeming van nieuwe vice-premier China is een wanhoopsgebaar; 'Monotone stemmen die hun goedgekeurd proza voordroegen waren onhoorbaar door het ruisen van kilo's papier'

PEKING, 8 april - De verwachte benoeming van Zhu Rongji, de 62-jarige burgemeester van Shanghai tot een van de twee nieuwe vice-premiers van China, was vandaag, op de voorlaatste dag van de jaarlijkse zitting van het Nationale Volkscongres, de meest hoopvolle climax die dit wederom saaie routine-ritueel van 16 dagen zich had kunnen wensen.

Twee weken lang hebben de ruim 2.600 afgevaardigden van het Nationale Volkscongres en 1.600 van de Raadgevende Politieke Volksconferentie 2.071 schijn-voorstellen en -moties ingediend, die zo tam, algemeen en vaag waren dat nauwelijks iemand zal merken of ze uitgevoerd worden of niet.

De voorstellen betroffen ondermeer de algehele ontwikkeling van de plattelandseconomie, revitalisering van verlieslijdende staatsbedrijven, bevordering van stabiliteit en eenheid, verbetering van de socialistische democratie en rechtsorde, uitbreiding van het verenigd patriottisch front, het promoten van de formule 'een land - twee systemen', het inlijven van Hongkong en Taiwan, etc.

Toespraken en commentaren voor de plenaire zittingen waren vooraf gecontroleerd op het criterium 'bevorderlijkheid voor stabiliteit en eenheid'. Spontane interrupties zoals tijdens de zittingen van 1987 tot 1989 waren verboden. De monotone stemmen van afgevaardigden die hun goedgekeurd proza voordroegen waren nauwelijks hoorbaar door het ruisen van kilo's papier en het luidruchtig schrapen van kelen.

Maar toch is er een boodschap tussen de regels door, namelijk dat de paranoide obsessie met stabiliteit en eenheid sinds het bloedbad van 1989 tot stagnatie en neergang heeft geleid en dat er opnieuw hervormd moet worden. Maar hoe hervorm je als de onverminderde almacht van een corrupte, nepotistische communistische oligarchie onaangetast moet blijven.

Het NVC zal in elk geval niet hervormd worden. Peng Chong (76), een oud-burgemeester van Shanghai en sinds 1978 de leidende vice-voorzitter van het NVC zei in zijn rede dat “het Volkscongres-systeem bij China's nationale omstandigheden past. Het verzekert dat het volk de opperste staatsmacht uitoefent en het initiatief van het volk tot volledige ontplooiing komt. ... We moeten de bourgeois-tendenzen van het ontkennen van dit systeem en het aanprijzen van de parlementaire weg, zoals in het westen bestrijden”.

Aan een jonge afgevaardigde van de zuidelijke provincie Guangdong vroeg ik om een reactie. “Kijk naar de Russen, die de parlementaire weg zijn ingeslagen. Iedereen bevecht en beschimpt iedereen. Of naar Taiwan: daar tuigen ze elkaar in het parlement af met microfoons en wandelstokken”. Hij meende dat een beetje economische groei, zoals beloofd in het rapport van premier Li Peng, met behoud van stabiliteit toch de beste weg voor China was.

“Snelle hervormingen en snelle groei zullen immers chaos brengen. Overgang naar het kapitalisme zal niet tot geavanceerd kapitalisme, zoals bij jullie leiden, maar tot primitief kapitalisme, graaien, stelen en uitbuiten. China zal opnieuw een vazal van het internationale kapitalisme worden”.

Behalve de plenaire zittingen zijn er tientallen provinciale commissie-vergaderingen geweest, waarbij top-leiders aanschoven. De meest dramatische uitspraken zijn gedaan door een van China's 'acht onsterfelijken', de oude heer Bo Yibo (83), een van de ergste neo-stalinisten en architect van de 'hermobilisaties van de hoogbejaarden' in 1986 en 1989. Enerzijds waarschuwde hij de gedelegeerden van zijn geboorte-provincie Shanxi tegen Amerikaanse complotten voor 'vreedzame overgang', maar anderzijds zei hij dat China onder 'hoge druk' van buurlanden, zoals Japan, Zuid-Korea en Singapore stond. Taiwan en Hongkong noemde hij niet omdat die “bij China horen”.

“Als wij willen voortbestaan en iets willen voorstellen in de wereld, moeten we haast maken. Als we onze (socialistische) economie niet ontwikkelen en geen vooruitgang maken in de komende drie, vijf jaar, zullen we in de 21e eeuw gedoemd zijn”, aldus Bo Yibo. Het is de eerste keer dat een van de allesdominerende bejaarde despoten er publiekelijk blijk van geeft hoe ernstig het met China is gesteld.

De benoeming van Zhu Rongji tot vice-premier als een internationaal aanvaardbaar, liberaal gezicht naast dat van premier Li Peng lijkt een wanhoopsdaad, een laatste poging van de bejaarden om China terug te brengen in de vaart der volkeren. Hervatting van de relaties op topniveau met Westerse landen, zolang Li Peng premier is, is nooit expliciet uitgesloten, maar het is de facto wel het geval.

Zhu Rongji werd vorig jaar zomer als eerste en tot dusver enige prominente Chinees (behalve de minister van buitenlandse zaken tijdens de Golfoorlog) voor een handels- en vrienschapsbezoek naar de VS uitgenodigd. Zhu, een top-technocraat met flair en humor, die rechtstreeks Engels met buitenlanders spreekt, komt uitstekend over bij de media. In Shanghai wordt hij gerespecteerd om zijn unieke talent om harde, doortastende maatregelen op een sympathieke manier te presenteren.

Het is nog niet duidelijk wat voor portefeuille hij in Peking zal krijgen. Sommige bronnen zeggen dat hij de nieuwe toezichthoudet over de hele economie wordt, anderen dat er een nieuwe superportefeuille voor de open deur-politiek zal komen, dat wil zeggen voor de versnelde ontwikkeling van de grote kuststeden, de speciale zones in het zuiden en buitenlandse economische betrekkingen in het algemeen.

Chinese bronnen en diplomaten voorspellen dat Zhu voorbestemd is om Li Peng op te volgen, waarschijnlijk op het NVC van volgend jaar. Er is een duidelijke indicatie dat Li Peng Zhu's promotie heeft proberen tegen te houden. Vlak voor de opening van het NVC zei Li dat er geen personele veranderingen zouden plaatsvinden. Dat dit toch gebeurd is, wordt algemeen toegeschreven aan opperste leider achter de schermen Deng Xiaoping, die een groot deel van afgelopen winter in Shanghai doorgebracht heeft om een nieuw hervormingsoffensief te beramen.

In het officiele benoemingsvoorstel heeft Li Peng zijn beide nieuwe vice-premiers het dubieuze compliment gegeven dat hun benoeming te danken is aan hun 'resolute houding' tijdens het onderdrukken van de contra-revolutionaire rebellie in 1989. Zhu's houding was juist resoluut daartegen, zoals hij met de verijdeling van militair ingrijpen in Shanghai bewezen heeft. In de krioelende havenstad, waar sinds 1988 voor het eerst sinds 50 jaar weer vooruitgang te zien is, ziet men hem node naar Peking gaan. Dit contrasteert scherp met zijn voorganger Jiang Zemin. Toen die in juni 1989 naar Peking vertrok om de afgezette liberale leider Zhao Ziyang op te volgen, vond men het daar een mooie opruiming.