WEER EN CHAOS

Dan leef ik liever in onzekerheid door Henk Tennekes 95 blz., Aramith 1990, f 29,90 ISBN 90 6834 073 5

Wetenschappers hebben in het algemeen een grote hekel aan onzekerheden en onnauwkeurigheden. Het doel van de wetenschap is immers het doorgronden van de natuur en onzekerheden en onnauwkeurigheden staan het bereiken van dat doel in de weg.

Een onderzoeker voor wie deze hekel niet (altijd) geldt is Henk Tennekes, jarenlang onderzoeksdirecteur van het KNMI en sinds kort directeur beleidsontwikkeling van dit bekende weerkundig instituut in De Bilt. Volgens zijn boekje Dan leef ik liever in onzekerheid kan een portie onzekerheid in de wetenschap helemaal geen kwaad. Sterker nog: Tennekes is blij dat de wetenschap niet overal greep op kan krijgen, want 'zo leren we eindelijk weer eens een beetje bescheidenheid'.

Tennekes is tot deze overtuiging gekomen door het groeiende inzicht in de wetenschap dat het weer slechts in beperkte mate voorspelbaar is.

Dit inzicht heeft het denken van deze calvinist radicaal veranderd. 'Als zelfs het weer van de volgende week niet fatsoenlijk voorspeld kan worden, hoe durven we dan nog ferme uitspraken te doen over zeespiegelrijzing en broeikas-effect? En hoe durven onderzoekers vol te houden dat de vooruitgang van de wetenschap in gevaar komt als zij niet elk jaar opnieuw grotere computers kunnen kopen?'

De beperkte voorspelbaarheid van het weer is geen tijdelijk probleem. Het ligt slechts voor een deel aan de beperkingen van computermodellen en meetinstrumenten, of aan het geringe oplossend vermogen van het waarnemingsnetwerk. Ook met een oneindig grote computer en oneindig veel meetpunten kan er geen verwachting worden gemaakt die voor honderd procent zeker uitkomt.

De onvoorspelbaarheid is van fundamentele aard. De atmosfeer is in wezen een chaotisch systeem en hiervoor geldt, evenals voor vele andere dynamische systemen, dat een willekeurig kleine onzekerheid in de begintoestand onvoorspelbaar grote uitwerkingen krijgt. Betere computermodellen leveren weliswaar betere verwachtingen op de korte termijn, maar hebben ook een grotere gevoeligheid voor de uitwerking van de kleine onzekerheden op langere termijn. Daardoor is het in principe onmogelijk om het weer meer dan tien dagen vooruit te berekenen.

Volgens Tennekes is de eindige voorspelbaarheid van het weer een prachtig voorbeeld van de manier waarop de natuur zichzelf beschermt tegen de grijpgrage vingers van de technocraten. We zouden hier te maken hebben met 'een vorm van ontoegankelijkheid die kennelijk noodzakelijk is om de integriteit van het mondiale ecosysteem veilig te stellen'. En zo haalt Tennekes via de eindige voorspelbaarheid van het weer ook vele andere zaken overhoop.

De beperkte voorspelbaarheid van het weer ontneemt ons de illusie dat de wetenschap in principe alle grenzen willekeurig kan verleggen, aldus Tennekes. En dus zouden we eindelijk eens moeten beginnen met nadenken over het hoe en waarom van deze grenzen. We zouden 'een soort wetenschap moeten ontwikkelen die niet beoogt de natuur te beheersen en voorspelbaar te maken'. We zouden in de wetenschap meer rekening moeten houden met alles wat onvoorspelbaar is. En we zouden niet zo bang moeten zijn voor het verschijnsel chaos, omdat chaotische systemen ook het vermogen in zich hebben om nieuwe samenhang te creeren.

Tennekes' boekje is samengesteld uit bewerkte versies van enkele eerder verschenen publikaties. Dat is er wellicht mede de oorzaak van dat de auteur nogal eens in herhaling valt en dat het betoog soms rommelig is (misschien is het woord 'chaotisch' hier meer op zijn plaats). Een enkele keer slaat Tennekes ook door. Want wat moet ik bij voorbeeld met de vergelijking: 'Het hijgen naar grotere computers, telescopen, deeltjesversnellers en andere apparatuur wijst, net als de Amerikaanse escalatie in Vietnam en de Russische bezetting van Afghanistan, naar het onherroepelijke einde van een tijdperk'?