'We hebben met de PvdA verdraaid goeie contacten'; Van Lede: niet iemand die tot elke prijs wilde scoren

'De bereikbaarheid van politici in Nederland is geweldig. Ik heb ze allemaal binnen vijf minuten aan de lijn, Kamerleden en ministers.' VNO-voorzitter C. van Lede gaat weer ondernemen. Volgende week draagt hij de voorzittershamer over aan de hoogleraar Rinnooy Kan. 'De onderneming komt, naast de voetbalclub, veel sterker dan in het verleden naar voren als een pijler, als een maatschappelijk bindmiddel.'

Doen. Het kortste werkwoord, maar het belangrijkste, zegt Cees van Lede. Hij had de bouw - Nederhorst, Hollandse Beton Groep - nog maar net vaarwel gezegd en was de wereld van het Haagse overlegcircuit binnengestapt. Het politieke bedrijf was nieuw voor de internationale zakenman. In Den Haag werd vooral veel gepraat. De discussie over vereenvoudiging van het ingewikkelde stelsel van sociale zekerheid was in 1984 in volle gang. De nog jonge voorzitter van het Verbond van Nederlandse Ondernemingen - hij was toen 41 jaar - hoorde het even aan en dacht: 'Ik ga erheen, zelf eens kijken hoe het ervoor staat.'

En Van Lede reisde af naar de provincie. Hij ging naar sociale diensten, arbeidsbureaus. Gewoon naar het loket. Dat hadden ze nog niet meegemaakt. ''Die mensen vonden het enig. Ze hadden daar, geloof ik, nog nooit iemand in een grijs pak gezien'', zegt hij grijnzend.

Bij de sociale dienst in Amsterdam kermde iedereen dat ze uit Den Haag zoveel wijzigingen kregen in de uitvoeringsvoorschriften. Laat dat nou eens zien, zei de leider van de grootste werkgeversorganisatie in Nederland. De man kwam inderdaad met papieren aanzetten waaruit bleek dat Den Haag in een jaar meer dan zestig wijzigingen naar zijn dienst had gestuurd. Loketbedienden kregen eens in de week een andere instructie.

''Toen heb ik de gevleugelde woorden gesproken: als je bij een bank een loketbediende elke week een andere instructie geeft, lopen de klanten weg. Maar bij de sociale dienst is het gewoon een gedwongen winkelnering, daar komt iedereen toch wel. Kijk, daar heeft de politiek dus nul belangstelling voor.'' Zijn stem klinkt verontwaardigd. ''Ze hebben het over de 'echte minima', over de 'eenmalige uitkering'. Alleen dat taalgebruik al, daar moet je eens over nadenken. De echte minima moesten er geld bij hebben, dat kostte 400 miljoen. Uitvoeringskosten: 150 miljoen. Dan denk je als zakenman, dit is niet zinnig wat ze doen.''

Wat deed Van Lede? ''Ik ben in Den Haag de mensen die bij de sociale dienst werken gaan verdedigen. Ik zei tegen Lou de Graaf, toen staatssecretaris bij Sociale Zaken, die mensen hebben hartstikke gelijk. Die kun je zo niet behandelen. Jullie moeten er eens iets aan doen.'' Lacht. ''Een werkgever die dat in Den Haag komt bepleiten.''

FRISSE STIJL

Van Lede (48) is een man van de praktijk. ''Hij had beslist een frisse stijl'', zegt een voormalige topambtenaar die nauw met hem heeft samengewerkt. Het eerste gesprek tussen Van Lede en minister Jan de Koning van sociale zaken herinnert hij zich nog goed. Binnen een uur kwam Van Lede de kamer uit en zei, licht verbaasd: 'goh, je kon er toch een afspraak maken'.

Zakelijk was Cees van Lede al toen hij rechten studeerde in Leiden. In de kroegcommissie van het corps viel hij direct op, zegt een oud-huisgenoot. ''De gemiddelde student in zo'n commissie dacht alleen maar in termen van bier en status. Cees was niet zo'n braller, hij was een bouwer en dacht heel economisch over de kroeg.'' Later zou hij Van Lede vragen commissaris te worden bij zijn snel groeiende softwarebedrijf BSO.

Van Lede gaat altijd recht op zijn doel af. Als voorzitter van de Hilversumse hockeyclub wist hij het voor elkaar te krijgen dat niet een, maar liefst twee nieuwe kunstgrasvelden werden aangelegd, met subsidie.

Hij kreeg het ondernemen met de paplepel ingegoten. De familie van zijn vader had sinds jaar en dag in zaken gezeten, echte Rotterdammers. Een oom was directeur van de Aku in Arnhem geweest, de voorloper van Akzo. Zijn grootvader van moeders kant, mr. D. van Schaik, was zijn leven lang actief in de KVP. Hij was formateur van het kabinet Drees-Van Schaik in 1948. Of dit invloed had op Van Ledes latere lidmaatschap van het CDA? ''Je opvoeding speelt natuurlijk wel een rol'', zegt Van Lede.

Zijn vader had een jeneverbedrijf, Blankenheim en Molet. ''Ik moest echt veel drinken, anders kon hij mijn studie niet betalen.'' Het was een groot katholiek gezin met twee jongens en drie meisjes. Na een MBA-opleiding bij het prestigieuze management-instituut Insead in Parijs - een ticket voor een glanzende carriere in het bedrijfsleven - begon hij bij Shell. Daarna werkte hij lange tijd voor het organisatiebureau McKinsey en werd naar Brazilie en Los Angeles uitgezonden.

Toen kwam een telefoontje van Ogem. Of hij president-directeur bij Nederhorst Bouw wilde worden. De ontmanteling van de Ogem-dochter, Nederlands grootste bouwconcern, was eind jaren zeventig in volle gang. ''Ik was 33 en stond met een failliet bedrijf in mijn vingers.

Regel het maar, zeiden ze. Dat heb ik gedaan. Ik heb er mijn allerbeste herinneringen aan. Moeilijk was het wel. Nadat Ogem zijn handen ervan had afgetrokken, meldde de televisie dramatisch: Nu gaat Nederhorst echt failliet. Een vriend van me belde en zei: je zult wel flink in je rikketik zitten. Ik voel me heerlijk, zei ik. We regelen het wel. Dat meende ik ook.

''Ik moest er in een klap 115 van de 600 man uitzetten. Dat was heel lastig, daar was veel menselijk leed mee gemoeid. Maar de bulk van de werknemers is goed onderdak gekomen. Mensen vochten als leeuwen.

Bloed, zweet en tranen heeft het gekost. Ik kwam bij de Nederlandse Credietverzekeringsmaatschappij (NCM), maar die wilde mijn krediet niet verzekeren. Dus kreeg ik geen leveranciers meer aan de deur. Ze lachten me uit toen ik zei dat ik een lening van de staat had van 200 miljoen. Die zie je nooit, zeiden ze.'' Van Lede buigt voorover en zegt triomfantelijk. ''Toen stond ik op de stoep en dacht: heren, wij spreken elkaar nader. Ik zal zorgen dat het lukt. En het is gelukt.''

GOED JAARVERSLAG

Geen wonder dat het VNO zijn oog liet vallen op deze door de wol geverfde ondernemer, die in Den Haag op de bres zou staan voor de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Van Lede was heel anders dan zijn voorganger, de oud-politicus Chris van Veen die het VNO ruim tien jaar had geleid. Dat was een echte vechtjas, een zeepkistredenaar, buitengewoon populair bij kleine ondernemers. Die zag er uit als een kruidenier, zegt een oud-VNO-medewerker.

''Van Veen was een prima donna, hij wilde op de voorgrond staan. Van Lede was een manager, een teamspeler. Hij vond het niet nodig zich te profileren. Als ondernemer zei hij altijd: ik hoef maar een keer per jaar in de krant te komen, met een goed jaarverslag. Dat typeerde hem.

Het VNO had in het midden van de jaren tachtig een ondernemer aan de top nodig en een internationalist.''

Het economisch getij was in de jaren tachtig ook veranderd. Van Veen regeerde nog toen Joop den Uyl de ondernemingsgewijze produktie in de ban had gedaan. Over winst mocht je alleen maar praten in een donker achterkamertje, zei Philips-president W. Dekker in die dagen. Tal van wetsontwerpen, gericht op beperking van de macht van de ondernemer en de invloed van kapitaalbezitters, rolden over het bedrijfsleven heen.

Allerlei voor ondernemers verstarrende maatregelen werden genomen: invoering van het minimum-jeugdloon, de koppelingen tussen lonen en uitkeringen. De overheid leek een grotere concurrent dan de vakbeweging.

''De tijd is fundamenteel anders'', zegt Van Lede. ''De Partij van de Arbeid die in de jaren zeventig nog zei: we sturen vanuit het centrale punt, wil dat ook niet meer. Ik merkte dat meteen al toen ik voorzitter werd en regelmatig bijeenkomsten van politieke partijen bezocht. Ik werd uitgenodigd om op het congres van de veertigjarige PvdA te spreken, in 1986. Dat was heel bijzonder, ze hadden nog nooit een werkgeversvoorzitter op bezoek gehad.

''Ik had tegen mijn dochter gezegd - ze was toen zestien - ga mee, dan zie je ook eens dat je vader uitgefloten wordt. Dat is hartstikke goed voor het relativeringsvermogen van zo'n kind. Zien ze ook een keertje hoe je met de vinger wordt nagewezen. Dat viel tegen. Er ontwikkelde zich een vrij tamme discussie. Ik heb een aantal punten echt aangescherpt, maar Kok - die net lijsttrekker was voor de laatste Kamerverkiezingen - hield zich vermoedelijk wijselijk een beetje in.

Hij zag ook wel dat hij het zonder de ondernemers niet kon. Ze ontkomen er niet aan te aanvaarden dat er een bedrijfsleven moet zijn.

''Sommigen hadden er grote moeite mee. Joop den Uyl vond het helemaal niet leuk. Ik ben nog bij hem thuis geweest, in de bunker te Buitenveldert. Hij begon heel agressief. Zoals gebruikelijk had hij zijn huiswerk goed gedaan. Hij had mijn doopceel gelicht en uitgevonden dat ik bij McKinsey had gewerkt. Ik zat nog niet op mijn stoel - hij had zo'n hele stoffige werkkamer met allemaal vergeelde mappen aan de muur en buiten hing inderdaad de was - of hij zei: Zo, en u heeft bij McKinsey gewerkt en daar had ik het ook al niet op begrepen. Hij viel echt met de deur in huis.

''Kijk, ik ben begonnen met Kok als tegenspeler van de FNV, toen zat Den Uyl er al mee of hij met het leiderschap van de Partij van de Arbeid moest doorgaan. In 1986 had je dat rare tandem Kok-Den Uyl.

Maar door de fractie heen zag je de breuk al. De omslag merkte je ook in gesprekken die het VNO met politieke partijen achter gesloten deuren voerde. Er was bij ondernemers grote belangstelling voor, want Den Uyl was toen in ondernemerskring toch het symbool van de vijandigheid van de politiek tegen het bedrijfsleven. Zijn bekende rede in Nijmegen, waarin hij de vrije ondernemingsgewijze produktie verder aan banden wilde leggen, heeft in bedrijven veel kwaad bloed gezet.''

BEETJE PASSIEF

''Ondernemers wordt wel eens een Jan Saliegeest verweten. Ik zie nu beslist geen bewijzen voor die stelling. Maar in de jaren zeventig waren ondernemers een beetje passief. Waarom zou je toen investeren?

Je kon er toch niet op verdienen. Dan zegt een ondernemer: ik pak mijn biezen. Philips heeft destijds gedreigd uit Nederland te vertrekken, het bedrijf verdiende hier niets meer. Ze hadden gelijk. Ik heb indertijd overwogen de hele tekenkamer van Nederhorst naar Singapore te verhuizen. Het teken- en rekenwerk kostte daar nog geen 10 tot 15 procent per uur van de prijs die we hier betaalden.

''Kok werd door ons heel anders bejegend. Hij heeft natuurlijk dat belangrijke akkoord gesloten in 1982 in de Stichting van de Arbeid.

Sindsdien wordt er op het gebied van arbeidsvoorwaarden decentraal onderhandeld, in bedrijven of op bedrijfstakniveau. Wij hebben met de Partij van de Arbeid, vooral de fractie, de laatste jaren verdraaid goeie contacten gehad.'' Van Lede wijst op de bijdrage van Kombrink aan de discussie over Oort, de bekende Kombrink-variant. 'Gewoon steengoed.'' Kombrinks alternatief - dat neerkomt op een integratie van belasting- en premieheffing - was uiteindelijk de redding van de vastgelopen operatie-Oort.

En Vermeend is begonnen met het idee van een fiscale faciliteit voor winstafhankelijk loon. ''Dat was vrij progressief. Winst was natuurlijk al twintig jaar een woord waar maatschappelijk bedenkelijk over werd gedaan. Nu zegt de PvdA nota bene: zouden we niet proberen iets van de winst fiscaal aantrekkelijk te maken.''

Leedvermaak over het einde van ideologieen? ''Al zouden wij daarvan profiteren, wat dan nog? We moeten ons realiseren dat veel doelstellingen van socialisme en liberalisme grotendeels bereikt zijn.

De sociale voorzieningen zijn toch echt heel erg goed. De Nederlander die beneden het gemiddelde zit, is er onwaarschijnlijk op vooruitgegaan. Er is een enorme emancipatie van allerlei maatschappelijke groepen geweest. Je vraagt je wel af waar de cohesie in de samenleving blijft. Als oude politieke verbanden wegvallen en er sprake is van ontkerkelijking, verdwijnt de structuur uit de samenleving. Er moeten nieuwe verbanden komen. In die zoekende tijd leven we.''

Er verschijnt een brede lach op zijn gezicht. ''De onderneming komt, naast de voetbalclub, veel sterker dan in het verleden naar voren als een pijler, als een maatschappelijk bindmiddel. Dat is een interessant verschijnsel.''

OVERLEGCIRCUS

Van Lede heeft de ''vruchten van de tijdsontwikkeling'' weten binnen te halen, zegt B. Pompen, oud-algemeen-secretaris van de Sociaal-Economische Raad (Ser), waar Van Lede vice-voorzitter is. Geen vechtkabinet en de conjuncturele wind in de rug. ''Ondernemers zijn gerehabiliteerd, er wordt Europeser gedacht en vooral marktgerichter.

Maar lid van de Nederlandse vereniging van filosofen zal Van Lede nooit worden. Hij is geen denker op het gebied van sociale ordening.''

Pompen zegt het met enige aarzeling: ''De no-nonsense benadering van de VNO-voorzitter werd niet door alle leden van het overlegorgaan van werkgevers, werknemers en onafhankelijke deskundigen gewaardeerd.'' Te vaak liet Van Lede merken dat Nederland maar een overdreven overlegcircus was.

''Nederland was al gauw te klein voor Van Lede'', zegt Pompen. Een discussie in de Ser over aparte voorzieningen voor damestoiletten in bedrijven was voor deze 'lichtvoetige international' wel het summum van Nederlands provincialisme. Er moest gepraat worden over de uitkeringsduur van de WAO (''We kunnen niet evenveel arbeidsongeschikten als Duitsland hebben''), de koppeling tussen lonen en uitkeringen (''Een Nederlandse vergissing''), de sociale lasten (''Als de overheid meer bezuinigt, kunnen de belastingen omlaag'') en vooral veel vergelijkingen met het buitenland (''Je moet niet nationaal denken, op de markt bestaat Nederland niet meer'').

''Ik heb hem nooit als een ideologisch benarde man gezien'', zegt Ser-Kroonlid dr. D. Wolfson. ''Ik kan hem niet op iets onredelijks betrappen. Hij heeft een open oog voor de maatschappelijke werkelijkheid.'' Buiten de Ser vond hij Van Lede een ''geweldig belangenbehartiger''. ''Ik kon tranen in mijn ogen krijgen als hij weer op de televisie over de Wir-subsidie sprak die het kabinet wilde schrappen. Alsof ze zijn snoepgoed hadden afgepakt'', zegt Wolfson, niet zonder ironie. ''Hij deed zo zijn best voor zijn club. Maar als hij dat in de Ser had gedaan, was ik er moe van geworden. Als onderhandelaar was hij bekwaam, niet iemand die tot iedere prijs punten wil scoren.''

HONDEBAAN

Zelf noemt Van Lede zijn rol als onderhandelaar 'bescheiden'. Hij moet allereerst in eigen huis optreden. ''Een hondebaan om alle zakelijke controverses tussen de tienduizend aangesloten ondernemingen te sussen'', zegt een oud-medewerker. ''De belangen van bijvoorbeeld Philips en Albert Heijn lopen beslist niet altijd parallel.'' Van Lede is heel wat ondernemers in de provincie gaan opzoeken.

Daarnaast heeft de VNO-voorzitter te maken met de vakbeweging en de overheid. Met de vakbeweging worden zaken gedaan in de Stichting van de Arbeid. ''Allemaal routine. Dat is door commissies van beide partijen uitvoerig voorbereid. Dan heb je pieken, zoals het voor- en najaarsoverleg. Ik noem het altijd de bende van drie: dat zijn de vaste onderhandelaars van VNO, FNV en de overheid. Onze onderhandelaar krijgt een behoorlijk mandaat. Soms komt er een moment dat je moet bijsturen, maar ik werp me zelden rechtstreeks in de strijd. Je moet onderhandelen op verschillende niveaus.

''Hoe meer je achter de schermen kan doen, hoe beter. Kijk, op een gegeven moment, in het voorjaar van 1986, zaten de onderhandelingen vast tussen Dortland van het VNO, Stekelenburg van de FNV en Brouwer van Sociale Zaken. Het was vlak voor de verkiezingen en het gevoerde beleid was ons welgevallig omdat het gericht was op rendementsherstel en werkgelegenheid. We wilden dat het werd voortgezet. Maar de vakbeweging begon tekenen van vermoeidheid te tonen ten aanzien van de loonmatiging. Toen heb ik intern tegen de werkgevers gezegd: we moeten onze nek uitsteken. We zouden moeten streven naar een daling van de werkloosheid tot 500.000 in 1990 in ruil voor loonmatiging.

''Nou, dat was een hele stap hoor, om een cijfer te noemen. Ik ben naar de FNV in Amsterdam afgereisd en heb tegen FNV-voorzitter Pont gezegd: Hans, dit is de deal. We hebben het daar ter plekke afgemaakt.

Daarna moesten we het kabinet nog binnenboord krijgen. Ook de minister-president wilden we overhalen om een streefcijfer voor de werkloosheid te noemen. En de premier laat zich niet makkelijk kant-en-klaar opdissen.'' Van Lede straalt. ''Dan doe je echt zaken.''

''De bereikbaarheid van politici is geweldig. In Frankrijk moet je honderd jaar van tevoren belet vragen bij de zonnekoning. Hier heb ik ze allemaal binnen vijf minuten aan de lijn, Kamerleden en ministers.

De laatste Macrobrand in Nuth, Limburg, is een goed voorbeeld. Dat was natuurlijk een heel serieuze zaak waar ik bovenop gesprongen ben. Ik heb de minister-president meteen gebeld en gezegd: we moeten nu vergaderen. Hij had kabinetsberaad en kwam er meteen uit.

''Doodgewone industriele brandrisico's dreigden niet meer verzekerd te worden. Dat is natuurlijk geen incident. Ik ben met SHV-topman Van Vlissingen, eigenaar van de Macro, meteen naar Den Haag gereisd. Heb met de minister van justitie gesproken, financien. Wij vonden dat het kabinet moest toezeggen dat Nederland voor normale risico's verzekerbaar bleef. Dat is een hele moeilijke, hoor. Het zou extra bewaking betekenen en daar was geen geld voor. We hebben maar ten dele onze zin gekregen. Maar binnen twee dagen was de zaak afgehandeld.

Eerste klas. Die daadkracht spreekt zakenlieden enorm aan.''

UNIEK

Je moet natuurlijk wel mensen kennen, zegt Van Lede. ''In het dagelijks bestuur van het VNO hoor je vreselijk veel. Ons bestuur is uniek in - laat ik mijn bescheidenheid beperken - Europa.

Topondernemers als mijnheer Dik van de PTT, mijnheer Jonker van de Nationale, enfin, noem ze maar op. De grootwinkelbedrijven, de banken, de bouw, de verzekeraars. Ze nemen elke veertien dagen de tijd om met elkaar de problemen van ondernemend Nederland door te nemen. In Frankrijk of Duitsland gebeurt dat niet.

''Hoe vaak hebben we niet gepraat over Zuid-Afrika. Hoe je de zaak daar kon loskrijgen. Dat was buitengewoon delicaat. Wij hebben nooit de pretentie gehad dat we invloed op de Zuidafrikaanse regering konden uitoefenen. Wij hadden een praktisch probleem. Geen markt is zo overgereglementeerd als de Zuidafrikaanse. Bedrijven kunnen geen kader krijgen, ze willen graag kleurlingen en zwarten in dienst hebben. Het is naief te denken dat die mensen beter af zijn als je weggaat.

''Nederlandse gemeenten, verenigd in de LOTA, voerden echter een eigen buitenlands beleid. Ze wilden geen orders meer geven aan bedrijven die met Zuid-Afrika zaken deden.'' Daar is de VNO-voorzitter tegen ten strijde getrokken. ''Als jullie dat doen, ga ik ook een lijstje bijhouden van gemeenten waar we willen investeren, zei ik. We hebben er bij het kabinet sterk op aangedrongen dat dergelijke raadsbesluiten vernietigd zouden worden. Er zat natuurlijk een adder onder het gras.

Als een gemeente Shell echt niet wil en de verkoper van Shell komt met olie langs, dan zegt ze: sorry, ik ben al voorzien.

''We hadden er onze handen vol aan. Hoe vaak ik niet bij de minister-president en de minister van binnenlandse zaken ben geweest.

Hooykaas, de president-directeur van Shell Nederland, mocht niet eens zijn afscheidspartij houden in de Prinsenhof in Delft. De burgemeester wilde het niet hebben terwijl Shell de Prinsenhof nog subsidieerde ook. Schandelijk, schandelijk. Dat was echt brandblussen. Je moet wel oppassen dat je als VNO-voorzitter niet te veel met incidenten bezig bent.''

Het effect van al zijn inspanningen is moeilijk te meten, zegt Van Lede. ''Je beinvloedt alleen. Daarom ga ik weer ondernemen, als bestuurslid bij Akzo. Ja, ja, in ben een beta met een 9 voor scheikunde.''

MILIEU-AKKOORD

Zijn belangrijkste wapenfeit? ''Wat ik leuk vond was dat milieu-akkoord in 1989 met de vakbeweging. We besloten samen te werken in de bestrijding van milieuvervuiling.'' Een opmerkelijk initiatief, beaamt FNV-voorzitter Johan Stekelenburg. ''Van Lede belde me in de kerstvakantie. We hebben een paar keer gepraat en toen was het rond.

Van Lede heeft er behoorlijk zijn nek mee uitgestoken. Het was onze eerste gezamenlijke actie.''

De twee 'klassevijanden' deden wel meer samen. Samen een zaal toespreken, beiden vice-voorzitter van de Ser, allebei voorzitter van de Stichting van de Arbeid, samen naar de actie voor Roemenie. Dat was wel eens moeilijk met de rol die ze speelden. Toen Stekelenburg na afloop van een tv-optreden bij Van Lede in diens rode Mercedes stapte, werd dat niet door alle FNV-leden begrepen. ''Zakelijk zullen we het nooit eens worden. Maar Van Lede heeft me nooit belazerd.''