'VOOR EEN HEMINGWAY STOND JE IN DE RIJ'; J. J. Strating over 45 jaar boeken importeren

'Ik ben altijd gek geweest van boeken, heb nooit ergens anders voor gedeugd.'' J. J. Strating veteraan-importeur van Engelse en Amerikaanse boeken bij Nilsson & Lamm, houdt zelf eigenlijk het meest van de 'betere' detective. Op tafel ligt een plakboek met zijn verzamelde boekrubrieken uit de NRC, vanaf de jaren vijftig. Recensies van tientallen spionage- en avonturenromans vullen de vergeelde pagina's, ook wat science fiction en eigenlijk alles wat in vaktermen bekend staat als 'middle brow'. Binnenkort kan hij zich helemaal met deze door hem geliefde categorie lectuur bezighouden, want volgende maand wordt hij vijfenzestig en gaat hij met pensioen.

In de vijfenveertig jaar dat Strating in het vak zit, heeft hij zich moeten bemoeien met alle denkbare genres die van overzee kwamen. Een resultaat daarvan was wel dat hij daardoor een fenomenaal geheugen voor titels en auteurs ontwikkelde. Van zijn eerste baan, als twintigjarige op de afdeling tijdschriften bij Meulenhoff & Co. in 1946, opgeklommen tot verkoper van Engelse en Amerikaanse boeken, volgde hij alle grote ontwikkelingen op importgebied in de naoorlogse decennia. De smaak van het Nederlandse publiek kent Strating van buiten: dat leest graag de 'middle brow' boeken waarop hij zelf ook zo gesteld is, maar het blijft kritisch. ''Echt heel erg domme lectuur raak je hier niet kwijt. Auteurs als Judith Kranz van Prinses Daisy of Jacky Collins, die worden nog wel gelezen, maar hun navolgers, de tweede-garnituur-imitatrices die in Amerika ook succes hebben, die raak je hier aan de straatstenen niet kwijt.''

REISBOEKEN

Nederland reageert nog altijd alert op internationale trends, zegt Strating. Daarvan getuigt ook de recente herleving van het reisverhaal. Ons land vormt, buiten de van origine Engelstalige regio, de grootste exportmarkt voor het Engelse boek, op de voet gevolgd door Scandinavie. Volgens CBS-cijfers werd in 1989 voor 113 miljoen gulden aan boeken, brochures en losbladige uitgaven uit Engeland geimporteerd, voor vijfenzeventig miljoen uit de Verenigde Staten.

Strating maakte de stormachtige opkomst van het Engelstalige boek in de naoorlogse jaren mee. ''Dat was een hele verandering. Vlak voor de oorlog was niet Engels maar Frans hier nog de tweede taal. Engelse uitgaven waren wel te krijgen, natuurlijk, maar mondjesmaat. De Amerikaanse pocket bestond nog helemaal niet.'' Een van de eerste Engelse werken die hij zelf las, was Gone With The Wind, tijdens de Hongerwinter in bed. ''Ik was werkloos, dus je lag halve dagen in bed te lezen. Ik vond het wel een aangenaam boek, hoewel het grotere kader van die burgeroorlog me natuurlijk ontging.''

Vlak na de bevrijding was armoe troef in de boekenwereld. In de winkels vonden restanten van legeredities, de Armed Services Editions, gretig aftrek. Strating: ''In augustus 1945 heb ik op het Damrak in de rij gestaan voor For Whom the Bell Tolls van Hemingway. Dat ging hooguit om een paar honderd exemplaren.'' De importeurs kampten met deviezentoewijzing, pas de Amerikaanse Marshall-hulp gaf hun tenslotte meer lucht. ''Toen kon je wat ruimer Amerikaanse boeken bestellen. In Zweden en Zwitserland werden bovendien nog licentie-uitgaven gemaakt.

Daar waren ze al in de oorlog mee begonnen en dat waren de eerste Engelstalige boeken die in een beetje forse oplage naar Nederland kwamen.''

Met de wederopbouw en het lonken van de nieuwe welvaart braken in Nederland de gloriedagen voor het Engelse boek aan. ''Echt grote aantallen werden er van Engelse boeken voor het eerst verkocht in de jaren vijftig. Van de pocketversie van Exodus door Leon Uris gingen er in een paar jaar ruim honderdduizend over de toonbank. Ik geloof niet dat er een nog grotere bestseller is geweest.'' Strating verklaart het succes van Uris' boek behalve uit leeshonger van het publiek uit het beperkte aanbod en de lange tijd die toen nog verstreek tussen publikatie en vertaling. ''Dat duurde vaak een paar jaar, en dan kochten de mensen liever de Engelse uitgave of, wat later, de pocket.

Schrijvers als Truman Capote en James Baldwin hebben hun reputatie in Nederland gemaakt via de pocket.''

De tijden zijn drastisch veranderd. Nu verschijnt een vertaling vrijwel gelijktijdig, zeker bij een commercieel aantrekkelijke titel.

Schrijvers van gegarandeerde bestsellers leveren soms hun boek per hoofdstuk in bij literaire agenten in een aantal landen tegelijk zodat het overal gelijktijdig kan worden gedrukt. ''Die vertalingen zijn overigens helemaal niet slecht, zeker als je ze vergelijkt met die van de jaren vijftig, dat was vaak knudde,'' meent Strating, die in de jaren zestig zelf nog wel eens een oorspronkelijk Japanse verhalenbundel vertaalde vanuit het Engels en Duits. ''Je probeerde dan met de woordenboeken naast de schrijfmachine nog iets acceptabels te maken van verhalen als De folteringen van de hel van Akutagawa, maar ideaal was het natuurlijk niet. Nu zijn er ook voor buitenissige talen rechtstreekse vertalers.''

KLEINE UITGEVERS

Na de hausse van de jaren vijftig en zestig beleefde hij bij Meulenhoff eind jaren zeventig de crisisjaren in de door overproduktie geplaagde uitgeversbranche. In 1977 werd Meulenhoff Import overgenomen door concurrent Nilsson & Lamm. ''Die schaalvergroting was wel echt nieuw voor mij. Toen ik in het vak kwam, was een boekhandel met twee filialen al heel wat.'' Positief neveneffect, meent Strating, is het opkomen van juist heel kleine, specialistische uitgevers, die een eigenzinnige koers varen. ''Dat zie je in Engeland, waar je naast heel grote ook veel kleintjes hebt, deserteurs uit de conglomeraten die met geleend geld voor zichzelf beginnnen. Dat is ook voor de schrijvers aantrekkelijk, want die krijgen bij een kleine uitgever meer aandacht dan bij een mammoetbedrijf. Bovendien, in moeilijke tijden vallen de hardste klappen juist bij de grotere bedrijven.''

Behalve grootschaliger is het boekenvak ook fijnmaziger geworden: ''Voor een importeur is het moeilijker geworden. Vroeger bestelde je gewoon alles wat je kon krijgen, je ging naar beurzen op zoek naar complete fondsen. Nu ga je op de Buchmesse in Frankfurt voor een paar titels een stuk of duizend stands langs.'' Bovendien is het tempo verhoogd: vertalingen, pockets, paperbacks, alles komt sneller op de markt - en verdwijnt ook weer sneller. ''Als je, zoals ik, nog hebt meegemaakt dat Engelse boeken een schaarste-artikel waren waarin zwart werd gehandeld, dan voel je toch wel even een steek als je dat soort boeken met containers tegelijk naar de vuilverwerking ziet gaan. Vaak wordt, om geld te besparen, alleen het omslag met de prijs en de streepjescode naar de uitgever teruggestuurd. De rest gaat naar de papiervernietiger.''

Gemengde gevoelens heeft Strating ook over de modernisering van de boekwinkel, die steeds meer een zelfbedieningszaak is geworden.

''Dertig jaar geleden vroegen klanten in de winkel heel vaak advies als ze, ik noem maar wat, een boek zochten voor hun schoonmoeder die alles al gelezen had, of voor een twaalfjarige padvinder. Nu is het niet eens meer 'comme il faut' voor een bediende om te vragen: 'Kan ik u helpen?' De klanten kijken liever zelf wat rond en als ze wat hebben gevonden, gaan ze er in het beste geval mee naar de kassa. In het slechtste geval lopen ze ermee de zaak uit.''

Strating heeft zijn loopbaan afgesloten met vijftien jaren als waarnemer van de bibliotheekzaken voor Nilsson en Lamm. Daarnaast besteedde hij tijd aan zijn hobby, het detective- en griezelverhaal.

Al in de jaren zestig zorgde hij voor de uitgave van enkele bundels in de reeks Meesters der Fantastische Vertelkunst, gevolgd door onder meer European Tales of Terror. In 1980 verscheen Spookbeeld, waarin vijf huiveringwekkende 'staaltjes van victoriaanse huiskamercultuur'

uit zijn prive-collectie werden gebundeld. ''Daar krijg ik na mijn pensioen hopelijk weer meer tijd voor.''

In een hoek van zijn woonkamer wacht de boekverkoper een andere, recentere hobby: de video. ''Het is een verouderd systeem, dus je loopt het risico dat je het niet meer kunt gebruiken,'' zegt hij.

''Maar je kunt wel veel leuke films voor een krats kopen in tweedehands winkels en in videotheken die bezig zijn hun systemen te vernieuwen.'' Hij heeft nu - inclusief ballet en opera - ongeveer tweehonderd films. In de kast prijkt Indiana Jones and the Temple of Doom. ''Lezen blijft leuk, maar je hebt ook wel eens zo van die avonden dat je je weer even twaalf jaar oud wilt voelen.''