VN-kringen bevreesd voor gevolgen interventie in Irak

GENEVE, 6 april - In kringen van de Verenigde Naties is gemengd gereageerd op een Frans initiatief om “een plicht tot interventie” in te voeren in internationale wetgeving, bij voorbeeld in het geval dat een opstandige burgerbevolking door een tiran wordt afgeslacht, zoals in Irak.

Bezinning op de doctrine van niet-inmenging, zoals vervat in het VN-Handvest, achten sommigen zinvol. Binnen andere organen van de VN (Algemene Vergadering en Commissie voor de Rechten van de mens) is deze opvatting inmiddels sterk geerodeerd, maar het zou, volgens deze VN-zegslieden, te ver voeren om het VN-Handvest hiervoor speciaal bij te stellen.

Met de introductie van een Franse, inmiddels sterk afgezwakte ontwerp-resolutie in de Veiligheidsraad die Saddam Hussein veroordeelt voor de onderdrukking van Iraks burgerbevolking (onder wie de Koerden), balanceren de VN op de rand van het internationaal juridisch mogelijke. Tegenstanders van de resolutie zwaaien driftig met het VN-Handvest dat gevaar zou lopen.

Frankrijk heeft in eerste termijn bakzeil gehaald - een door Parijs gewenst direct ingrijpen van de VN om de Koerden voor afslachting te behoeden, stuitte op verzet, vooral van Derde Wereldlidstaten die hebben te kampen met onrust in eigen land zoals China (Tibet) en India (de Sikhs in Punjab).

Een resolutie die vraagt om een direct ingrijpen door de VN zou “gewapend verzet van politieke, culturele, etnische of religieuze minderheden tegen centrale overheden sanctioneren”, een gevaarlijk precedent dus dat, en dit is slechts een voorbeeld, een gewapende opstand door de bevolking in de Baltische staten tegen Moskou zou billijken. Een vrijbrief kortom voor burgeroorlog, aldus aanhangers van deze school chargerend.

Deze diplomaten trekken in twijfel of de Iraakse campagne tegen de Koerden “de internationale vrede en veiligheid in de regio”

bedreigt, zoals de operatieve paragrafen van de ontwerp-resolutie vermelden.

Westerse VN-diplomaten weerleggen deze argumenten ten dele. Zij bekommeren zich enerzijds over de vraag in hoeverre de VN machteloos moeten blijven toezien terwijl Saddam Hussein genocide tegen de Koerden, ofwel “een misdaad tegen de mensheid” begaat, anderzijds zijn zij van oordeel dat het VN-Handvest in duidelijke taal inmenging verbiedt (artikel 2, paragraaf 7). Sommigen vrezen precedentwerking, anderen vinden dat in dit uitzonderlijke geval (een bruut regime dat de eigen bevolking uitmoordt) de VN een compromis moeten vinden tussen het grondwettelijke recht van een regering om te regeren, en het onvervreembare recht op leven van de burgerbevolking.

Een discussie, zoals aangezwengeld door de Franse president Fran(c,)ois Mitterand en zijn minister Roland Dumas, is nuttig, zo menen weer anderen, maar herziening van het Handvest zou een ware doos van Pandora openen. Alle 160 VN-lidstaten zouden met eigen amendementen komen, waarmee het hele Handvest op losse schroeven kan komen te staan.